Print This Post

Biedt de toekomst plaats voor 15% bevrijdende voorheffing op auteursrechten?

De bevrijdende roerende voorheffing zou opgaan voor auteursrechten ongeacht of ze een beroepsmatig karakter hebben en ongeacht het sociaal statuut van de genieter (werknemer, zelfstandige, …).

Fiscaal-technisch zou dit voorstel geïmplementeerd worden door een nieuwe categorie van diverse inkomsten te ontwerpen (nieuw artikel 90, 12° W.I.B. 1992). Het zou gaan om “inkomsten verkregen uit de cessie of concessie van auteursrechten en naburige rechten” zoals bedoeld in de auteursrechtenwet (Wet van 30 juni 1994), voor zover die rechten slaan op de “creatie en/of uitvoering of interpretatie van artistieke oeuvres in de audiovisuele en de beeldende kunsten, in de muziek, de literatuur, het spektakel, het theater en de choreografie”.

Volgens Jan Van Dyck brengt het wetsvoorstel klaarheid in een sector waar veel onduidelijkheid heerst, maar blijven er vele vragen onbeantwoord.

Voor meer informatie: lees het artikel Jan Van Dyck, “Naar een bevrijdende voorheffing van 15% op auteursrechten?”, Fiscoloog 9 november 2005, nr. 1002, 5.