Taxvista >> News International Taxation News
Belgium

Circulaire - Personenbelasting - Personeel Eurocontrol - Bijkomende vermindering voor buitenlandse inomsten - Fiscale tegemoetkoming in verband met de persoonlijke toestand of de gezinstoestand

June 12th, 2008 by Push Service

CIRC 05.06.08/1

Circulaire nr. Ci.RH.331/575.420 (AOIF 21/2008) dd. 05.06.2008

BEREKENING VAN DE PB


  
Bijkomende vermindering voor buitenlandse inomsten


  
Vermindering voor buitenlandse inkomsten

BUITENLANDS INKOMEN


  
Vrijgesteld buitenlands inkomen

PERSONENBELASTING


  
Berekening van de PB


  
Fiscale tegemoetkoming in verband met de persoonlijke toestand of de gezinstoestand

Personenbelasting. - Belastingvermindering voor inkomsten
van buitenlandse oorsprong die bij overeenkomst zijn vrijgesteld. - Gevolgen van
het arrest de Groot. - Personeelsleden van EUROCONTROL.

Aan alle ambtenaren.

   
1. De vraag is gesteld of de personeelsleden van
EUROCONTROL van wie de bezoldigingen in de PB zijn vrijgesteld met
progressievoorbehoud (hierna “personeelsleden van EUROCONTROL”
genoemd), in aanmerking komen voor de toepassing van de bijkomende
vermindering voor bij overeenkomst vrijgestelde inkomsten, waarvan
sprake in de circulaire van 12.3.2008, met dezelfde referte als
hierboven.

    2. In zijn arrest van 12 december 2002 heeft het
Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen geoordeeld dat “artikel 48 van het EG-Verdrag (inzake vrij verkeer van
werknemers binnen de EU) -thans, na wijziging artikel 39,
EG-Verdrag- in de weg staat aan een regeling ? op grond waarvan een
belastingplichtige voor de berekening van zijn inkomstenbelasting in
de woonstaat een deel van het profijt van zijn belastingvrije som en
van zijn persoonlijke fiscale
tegemoetkomingen verliest doordat hij in het betrokken jaar ook
in een andere Lidstaat inkomsten heeft verworven, waarvoor hij
aldaar is belast zonder dat daarbij zijn persoonlijke en
gezinssituatie in aanmerking is genomen”.

    3. Derhalve is er een belemmering van vrij
verkeer van werknemers in het geval waarin :

  • de belastingplichtige in België niet
    volledig de fiscale tegemoetkomingen die verband houden met zijn
    persoonlijke toestand en zijn gezinstoestand heeft kunnen
    genieten omdat hij tijdens het betrokken jaar eveneens
    bezoldigingen in een andere Lidstaat van de EER heeft verkregen,

EN

  • de bedoelde bezoldigingen die in de andere
    Lidstaat van de EER verkregen zijn, aldaar belast zijn zonder
    zijn persoonlijke toestand en zijn gezinstoestand in acht te
    nemen.

    4. Dat de “personeelsleden van EUROCONTROL” voor
de berekening van de PB, de fiscale tegemoetkomingen die verband
houden met de persoonlijke toestand of de gezinstoestand niet
volledig kunnen genieten, is te wijten aan het feit dat zij
vrijgesteld zijn van nationale inkomstenbelastingen op de lonen en
salarissen die hen door de Organisatie EUROCONTROL worden uitgekeerd
krachtens het gewijzigd artikel 3 van het Additioneel Protocol van
6 juli 1970 bij het Internationaal Verdrag tot samenwerking in het
belang van de veiligheid van de luchtvaart “EUROCONTROL”, en niet
omdat zij tijdens het betrokken jaar bezoldigingen hebben verkregen
in een andere Lidstaat van de EER.
Ter zake is het van geen
belang dat de werkzaamheid in België of in een andere Lidstaat van
de EER wordt uitgeoefend.

    5. Bovendien hebben de bedoelde personeelsleden
bij de vaststelling van de belasting die door de Organisatie
EUROCONTROL wordt geheven op de door haar uitgekeerde lonen en
salarissen (interne belasting), alle tegemoetkomingen gekregen die
verband houden met de persoonlijke toestand en de gezinstoestand
welke door de ter zake vigerende regeling zijn voorzien (aftrek van
de toelage voor kinderen ten laste, de schooltoelage, enz. van de
belastbare grondslag - cf. art. 3, punt 2 van bijlage V van het
“Administratief Statuut voor het Personeel in vaste dienst van
EUROCONTROL”) (cf., mutatis mutandis, nr. 8, circ. Ci.RH.331/575.420
van 12.3.2008) (1).

[(1) Het Hof van Justitie van Europese Gemeenschappen heeft geoordeeld
dat de woonstaat ontheven kan zijn van de verplichting om de persoonlijke en
gezinssituatie van de belastingplichtige geheel voor zijn rekening te nemen
indien hij constateert dat een of meer werkstaten, zelfs buiten enige
overeenkomst om, over de door hen belaste inkomsten voordelen verlenen die
verband houden met de persoonlijke en gezinssituatie van
belastingplichtigen die niet op het grondgebied van deze werkstaten wonen,
maar aldaar belastbare inkomsten verwerven (cf. nr. 100, Arrest 12.12.2002,
F.W.L. de Groot). Er wordt geenszins vereist dat de voordelen welke die
andere staten hebben verleend, vergelijkbaar zijn met die welke in de
woonstaat van toepassing zijn.]

    6. Daaruit vloeit voort dat die personen het
arrest “de Groot” niet kunnen inroepen om aanspraak te maken op
fiscale tegemoetkomingen inzake PB zoals de bijkomende
belastingvermindering waarvan sprake in circ. Ci.RH.331/575.420 van
12.3.2008.

    7. Het bovenstaande is mutatis mutandis van
toepassing op de functionarissen en personeelsleden van
internationale organisaties die vrijgestelde inkomsten met
progressievoorbehoud verkrijgen op grond van andere internationale
verdragen of akkoorden (zie inzonderheid circ. Ci.R.9 Div./579.355

(AOIF 36/2006) van 11.8.2006).

Voor de administrateur
Kleine en Middelgrote Ondernemingen :
De Directeur,

S. QUINTENS

Circulaire - Werkgeversbijdrage voor een pensioenfonds - Werkgeversbijdrage voor groepsverzekering - Beroepskosten - Bedragen

June 12th, 2008 by Push Service

CIRC 30.05.08/1

Circulaire nr. Ci.RH.243/591.045 (AOIF 20/2008) dd. 30.05.2008

BEROEPSKOSTEN


  
Werkgeversbijdrage voor een pensioenfonds


  
Werkgeversbijdrage voor groepsverzekering

GROEPSVERZEKERING


  
Werkgeversbijdrage voor groepsverzekering

PENSIOENFONDS


  
Werkgeversbijdrage voor een pensioenfonds

Belastingstelsel van de bijdragen gestort ter uitvoering
van een aanvullende verzekering tegen ouderdom en vroegtijdige dood of van een
aanvullende pensioentoezegging inzake een rust- en/of overlevingspensioen, voor
het vestigen van een rente of van een kapitaal :

- vaststelling van het wettelijk rustpensioen waarmee
rekening moet worden gehouden voor de berekening van de beperking van de
totale maximumtoekenning bij leven die gevestigd kan worden d.m.v. bijdragen
die aftrekbaar zijn als beroepskosten;

- indexering van de lopende renten.

Bedragen van toepassing voor het jaar 2007.

Aan alle ambtenaren van de niveaus A, B en C.

INLEIDING

   
1. Deze circulaire geeft, voor het jaar 2007, de
bedragen die van toepassing zijn inzake de beperking van de
toekenningen bij leven die kunnen verzekerd worden door middel van
bijdragen welke overeenkomstig artikel 59, WIB 92, als beroepskosten
aftrekbaar zijn.

GRENS VAN DE BRUTOBEZOLDIGINGEN - WETTELIJK
RUSTPENSIOEN

A. Werknemers

   
2. De in nr. 59/40 en 59/Bijlage/1, Com.IB 92,
beoogde grens van de brutobezoldigingen die in aanmerking komen voor
de vaststelling van het wettelijk rustpensioen, bedraagt voor het
jaar 2007 44.994,88 EUR.

B. Bedrijfsleiders die aan het sociaal statuut van de zelfstandigen
onderworpen zijn

    3. Het wettelijk rustpensioen van de
bedrijfsleiders die aan het sociaal statuut van de zelfstandigen
onderworpen zijn mag worden geraamd op 25 % van hun bruto-inkomen,
zonder dat het resultaat lager of hoger mag zijn dan respectievelijk
het jaarlijks vast te stellen minumum- of maximumpensioen (zie het
nr. 3, circulaire nr. Ci.RH.243/563.402 van 3.8.2004).

    4. Voor het jaar 2007 bedraagt het wettelijk
minimumpensioen 9.051,49 EUR; het maximumpensioen is vastgesteld op
13.963,52 EUR.

INDEXERING VAN DE LOPENDE RENTEN

    5. Met betrekking tot de in nr. 59/Bijlage/2,
Com.IB 92, uiteengezette berekening van het maximumbedrag van de
indexering, gelden voor het jaar 2007 de volgende bedragen (zie ook
de nrs. 59/67 en 68, Com.IB 92) :

    1° beperking van het aanvangsbedrag van de
lopende jaarrente : 65.645,16 EUR voor renten die in 2007
ingegaan zijn;

    2° indexeringscoëfficiënten met betrekking
tot de voor het jaar 2007 verschuldigde renten :

Renten ingegaan in

Indexeringscoëfficiënt

1985 of vroeger
1986, 1987 of 1988
1989
1990
1991
1992
1993
1994
1995 of 1996
1997
1998 of 1999
2000
2001
2002
2003
2004
2005
2006
2007
0,5157
0,4568
0,4282
0,4002
0,3459
0,2936
0,2682
0,2434
0,2190
0,1951
0,1717
0,1487
0,1262
0,1041
0,0824
0,0612
0,0404
0,02
0

    3° toe te voegen bedrag (m.b.t. vóór 1992
ingegane renten) : 3.173,78 EUR, voor renten betaald in 2007.

NAMENS DE MINISTER :
Voor de administrateur
Kleine en Middelgrote Ondernemingen :

De Eerste attaché van financiën,

De Eerste
attaché van financiën,

M. DE KEYSER

D. DELVAUX

Fiscale consolidatie: eindelijk ook in België?

June 10th, 2008 by Thomas Spaas

Artikel oorspronkelijk verschenen in Accountancy & Fiscaliteit, nr. 19, 22 mei 2008

I. Inleiding

In het regeerakkoord van de regering Leterme van 18 maart 2007 werd het voornemen opgenomen om in België een systeem van fiscale consolidatie in te voeren met het oog op fiscale neutraliteit binnen vennootschapsgroepen en een sterkere economische ruimte, waar de strategische beslissingen niet zozeer meer aan de fiscale aspecten ondergeschikt zullen zijn [1].

Buiten België zijn er vandaag nog maar weinige EU-Lidstaten die geen systeem van fiscale consolidatie[2] kennen.

De fiscale consolidatie was echter reeds lang een thema in de Belgische fiscaliteit. Zo voorzag de zog. “Loi Dupré” uit 1986 reeds in de invoering van een dergelijk stelsel, kaderend in de algemene hervorming en modernisering van de vennootschapsbelasting[3].

Ook de eerste regering Verhofstadt had de invoering van dit systeem al aangekondigd[4]. De administratie vreesde echter belangrijke negatieve gevolgen voor de Schatkist, waardoor de implementatie steeds werd uitgesteld. De uiteindelijke uitwerking zal nu waarschijnlijk gefaseerd gebeuren, en, in de woorden van het regeerakkoord, in een budgettair neutraal kader.

II. Wat is fiscale consolidatie

1. Algemeen

Fiscale consolidatie betekent dat in zijn meest volkomen vorm dat een vennootschappengroep enkel op het geconsolideerd resultaat van de groep wordt belast, en niet meer de verschillende vennootschappen afzonderlijk. Het resultaat is dat enkel transacties met derde, niet-gelieerde partijen, nog een fiscaal effect teweegbrengen. Intercompany transacties zijn dan fiscaal neutraal.

In de praktijk hebben de meeste Europese Lidstaten ervoor gekozen slechts bepaalde kenmerken van dit systeem in te voeren. Ook de Belgische wetgever heeft die keuze.

Ofwel opteert men, zoals de meeste landen, voor de invoering van kenmerken van de loutere resultaatsconsolidatie, ofwel opteert men naar Nederlands voorbeeld (de zog. “fiscale eenheid”) voor de volledige vermogens- en resultaatsconsolidatie. Deze laatste optie is gebaseerd op het boekhoudkundig verplicht systeem van het consolidatieboekhouden in vennootschapsgroepen.

Theoretisch kan de wetgever ook kiezen tussen de zuiver nationale fiscale consolidatie, dan wel de internationale consolidatie. De voorgestelde regeling betreft echter enkel de intern Belgische consolidatie, maar de Europese Commissie probeert binnen de EU een systeem van “Common Consolidated Corporate Tax Base” uit te werken[5].

2. Voordelen van het systeem

Zoals gezegd, is het op dit moment nog niet duidelijk welke kenmerken van de fiscale consolidatie de Belgische wetgever zal invoeren.

In het algemeen kan de invoering van een fiscaal consolidatiesysteem tot de volgende voordelen leiden. Vooreerst is er ontegensprekelijk een administratieve kostenbesparing voor de vennootschappengroep: waar vroeger verscheidene aangiftes moesten ingediend worden, hoeft dit nu nog maar 1 keer per vennootschappengroep. Interne goederen-, diensten- en kapitaalstromen blijven fiscaal zonder effect.

Verder leidt de invoering tot een rationalisering van de groepsstructuren. Het grote voordeel van fiscale consolidatie is immers dat verliesverrekening binnen de groep nu mogelijk wordt. Zo kon men, in het kader van overnames, tot nu toe enkel via post-acquisitie herstructureringen de effecten van fiscale consolidatie bereiken. Een uitgewerkt wettelijk systeem van fiscale consolidatie maakt dergelijke planning voor een deel overbodig.

Ook de vereiste dat binnen de groep de transacties steeds at arm’s length moeten zijn, om de toepassing van art. 207 WIB bij de vennootschap die abnormale of goedgunstige voordelen ontvangt, te vermijden, vervalt. Ook andere antimisbruikbepalingen, zoals de beperking van aftrekbaarheid van interesten krachtens art. 55 WIB, verliezen hun belang binnen de vennootschapsgroep.

Een echt consequente fiscale consolidatie leidt ook tot het vervallen van de werking van het D.B.I.-stelsel binnen de groep. Intra-groepsdividenden leiden intern niet tot een fiscaal resultaat zolang ze binnen de groep gebeuren, zijn dividenduitkeringen dus voor de volle 100% niet onderworpen aan belasting. Hetzelfde geldt voor intra-groeps interestbetalingen. Ofschoon in een intra-groeps context vandaag reeds in veel gevallen interest- en dividendbetalingen van roerende voorheffing worden vrijgesteld, verdwijnen nu ook de resterende timing-problemen.

Tot slot bestaat ook de mogelijkheid tot invoering van belastingneutrale overdrachten van activa binnen de groep (een systeem dat bvb. bestaat in het Verenigd Koninkrijk): eventuele meerwaarden bij realisatie binnen de groep leiden niet tot een belastbaar resultaat. Enkel wanneer het activum uiteindelijk aan derden wordt overgedragen, kan er sprake zijn van een belastbare meerwaarde.

III. Conclusie

Gelet op eerdere verklaringen van de Minister van Financiën, en door de vereiste van de budgettaire neutraliteit, zal de fiscale consolidatie in België waarschijnlijk gefaseerd worden ingevoerd, en zal men in het begin slechts enkele kenmerken van de fiscale consolidatie overnemen.

Enkele fiscale discussies kunnen hierdoor hun belang verliezen: de transfer-pricing problematiek in intern Belgische situaties; debt-push-down in het kader van acquisities, enz.

In ieder geval leidt een geslaagde fiscale consolidatie tot een grote vereenvoudiging voor belastingplichtige en overheid. De Belgische fiscale consolidatie zou ook een goede manier kunnen zijn om Belgische vennootschappen voor te bereiden op de toekomstige Europese fiscale consolidatie.


 

[1] Regeerakkoord Leterme I, p. 7, http://static.tijd.be/pdf/regeerakkoord.pdf

[2] Annalen Belgische Senaat nr. 3-171, 15 juni 2006, Vraag Mevr. Anseeuw

[3] Parl. St. Kamer, wetsvoorstel nr. 546, 30 juni 1986

[4] CRIV 50 COM 277, Mondelinge vraag aan de minister van Financiën nr. 2467 d.d. 24.10.2000, p. 1

[5] http://ec.europa.eu/taxation_customs/taxation/company_tax/common_tax_base/index_en.htm



Circulaire nr. Ci.RH.82/591.670 (AOIF 18/2008) dd. 27.05.2008 - Aangifteformulier inzake de personenbelasting - Aangifteformulier - Invulling van de aangifte

June 7th, 2008 by Push Service

CIRC 27.05.08/1

Circulaire nr. Ci.RH.82/591.670 (AOIF 18/2008) dd. 27.05.2008

AANGIFTE IN DE PB


  
Aangifteformulier


  
Invulling van de aangifte

Wijzigingen aan de aangifte in de PB van aj. 2008.

Aan alle ambtenaren.

    1. Het formaat van de aangifte in de PB (nr. 276.1), zijnde
de aan de administratie terug te bezorgen eigenlijke “Aangifte
in de personenbelasting
” en de door de belastingplichtige te
bewaren “Voorbereiding van de aangifte“, van aanslagjaar 2008
(inkomsten van het jaar 2007) is ongewijzigd. Wat het aantal
bladzijden betreft, is de eigenlijke aangifte eveneens
ongewijzigd, maar is deel 1 van de “Voorbereiding van de
aangifte” van 8 op 10 bladzijden gebracht als gevolg van een
aantal nieuwe maatregelen die hierna worden besproken.

    2. Naast de indexering van de meeste in de voorbereiding en
de toelichting vermelde bedragen overeenkomstig art. 178, § 2,
of § 3, 2°, WIB 92, is de “Voorbereiding van de aangifte” van
aj. 2008 inhoudelijk op de volgende punten gewijzigd :

a) vak I, 1 : aanpassingen ingevolge
de veralgemening van het gebruik van het internationaal
rekeningnummer (IBAN) en de identificatiecode van de bank
(BIC), waardoor ook de Belgische rekening waarop teruggaven
kunnen worden overgeschreven voortaan op die manier in de
aangifte moet worden vermeld;
b) vak II, B : diverse aanpassingen ingevolge de
vervanging van art. 132bis, WIB 92, door art. 279, W
27.12.2006 houdende diverse bepalingen (I) (BS 28.12.2006),
waarbij verscheidene wijzigingen (1) zijn aangebracht in de
regeling van de verdeling van de toeslagen op de
belastingvrije som voor kinderen ten laste in geval van
co-ouderschap;
  
[(1) Die wijzigingen betreffen
inzonderheid :
- aanpassingen aan de terminologie van het burgerlijk recht;
- een versoepeling van de formaliteiten die moeten worden vervuld om de
verdeling van de toeslagen op de belastingvrije som voor kinderen ten laste
te verkrijgen;
- de uitbreiding van de regeling waarbij de in art. 132, eerste lid, 1° tot
5°, WIB 92, vermelde toeslagen op de belastingvrije som voor kinderen ten
laste over beide ouders kunnen worden verdeeld, tot de in art. 132, eerste
lid, 6°, WIB 92, vermelde toeslag voor kinderen jonger dan 3 jaar voor wie
geen kosten voor kinderoppas worden afgetrokken.
]

   
c) vak III, B, 1, a en 2, a : inlassing van een
afzonderlijke rubriek voor het vermelden van de brutohuur of
-huurwaarde van de in een andere lidstaat van de Europese
Economische Ruimte gelegen woning die de belastingplichtige
zelf betrekt of die hij om beroeps- of sociale redenen niet
zelf betrekt (hierna “eigen woning” genoemd) ingevolge de
uitbreiding van de in artikel 16 (oud), WIB 92, bedoelde
woningaftrek (2) tot de huurwaarde of de huurprijs en de
huurvoordelen van een in een andere lidstaat van de Europese
Economische Ruimte gelegen “eigen woning” (cf. art. 526, §
1, derde lid, WIB 92, ingevoegd door art. 6, 1°, W 25.4.2007
tot wijziging van sommige bepalingen van het WIB 92,
teneinde ze in overeenstemming te brengen met bepaalde
principes van het Verdrag tot oprichting van de Europese
Gemeenschap en de Overeenkomst betreffende de Europese
Economische Ruimte - BS 10.5.2007);
  
[(2) In de gevallen waarin die aftrek
nog toepassing kan vinden (zie art. 526, § 1, WIB 92). In de andere gevallen
is de in art. 12, § 3, WIB 92, bedoelde vrijstelling van het kadastraal
inkomen van de “eigen woning” vanaf aj. 2008 uitgebreid tot de huurwaarde of
de huurprijs en de huurvoordelen van de in een andere lidstaat van de
Europese Economische Ruimte gelegen “eigen woning” (cf. art. 12, § 3, zesde
lid, WIB 92, ingevoegd door art. 2, W 25.4.2007 tot wijziging van sommige
bepalingen van het WIB 92, teneinde ze in overeenstemming te brengen met
bepaalde principes van het Verdrag tot oprichting van de Europese
Gemeenschap en de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte -
BS 10.5.2007).]

 
d) vak IV, D, 1, a en K : overbrenging van het loon
verkregen van de nieuwe werkgever in geval van
werkhervatting, dat voor aj. 2007 in vak IV, D, 1, a moest
worden vermeld, naar de nieuwe rubriek K, om te vermijden
dat de belastingplichtige dat loon, waarmee geen rekening
wordt gehouden bij de berekening van de vermindering voor
pensioenen en andere vervangingsinkomsten in de gevallen
vermeld in art. 147, eerste lid, 2°, a, WIB 92 (zie punt 2,
e hierna), zowel in vak IV, D, 1, a als in vak IV, E 2 zou
moeten vermelden;
e) vak IV, E : uitsplitsing van de brugpensioenen in
wettelijke werkloosheidsuitkeringen enerzijds, en
aanvullende vergoedingen anderzijds, als gevolg van het feit
dat de laatstgenoemde vergoedingen, die ingevolge een CAO,
in het kader van een brugpensioenregeling zijn verkregen,
voortaan eveneens het recht openen op een gunstigere
berekeningswijze van de vermindering voor pensioenen en
andere vervangingsinkomsten, waarbij geen rekening wordt
gehouden met het na de werkhervatting verkregen loon van de
nieuwe werkgever, noch met het inkomen uit een nieuwe
zelfstandige activiteit (cf. art. 31bis, derde lid, 2°, en
art. 147, eerste lid, 2°, a, WIB 92, ingevoegd door,
respectievelijk, art. 33, 3°, en art. 37, 1°, W 17.5.2007
houdende uitvoering van het interprofessioneel akkoord voor
de periode 2007-2008 - BS 19.6.2007);
f) vak IV, G, 2 : uitsplitsing van de rubriek voor het
vermelden van de berekeningsgrondslag van de overwerktoeslag
voor overuren die recht geven op een belastingvermindering,
ingevolge de verhoging van het percentage van die
vermindering van 24,75 % tot 66,81 % voor overuren waarop
een wettelijke overwerktoeslag van 20 % van toepassing is,
of tot 57,75 % voor overuren waarop een wettelijke
overwerktoeslag van 50 of 100 % van toepassing is; die
verhoging is van toepassing op de vanaf 1.4.2007 betaalde of
toegekende bezoldigingen voor gepresteerde overuren (cf.
art. 154bis, derde lid, WIB 92, zoals vervangen door art.
25, 1°, W 17.5.2007 houdende uitvoering van het
interprofessioneel akkoord voor de periode 2007-2008, en
art. 63/19, KB/WIB 92, ingevoegd door art. 1, KB 3.6.2007 tot
uitvoering van de artikelen 154bis, derde lid, en 2751,
vierde lid, WIB 92 - BS 19.6.2007);
g) vak V, A, 1 : afzonderlijke
vermelding van de wettelijke pensioenen verkregen vanaf de wettelijke
pensioenleeftijd en van de overlevingspensioenen, alsook van de
gekapitaliseerde waarde van die pensioenen, met het oog op de toepassing van
een gunstigere berekeningswijze van de vermindering voor pensioenen en
andere vervangingsinkomsten, waarop die pensioenen in bepaalde gevallen het
recht kunnen openen; in die berekeningswijze wordt geen rekening gehouden
met de activiteitsinkomsten (cf. art. 147, eerste lid, 2°,
b, en tweede lid, WIB 92, ingevoegd door art. 37, W
17.5.2007 houdende uitvoering van het interprofessioneel
akkoord voor de periode 2007-2008);
h) vak VII, 6 : beperking van de door ambtenaren uit
hoofde van een cumulatieactiviteit aan de Schatkist betaalde
sommen tot de sommen die vóór 2.7.2007 zijn betaald,
ingevolge de inwerkingtreding van de opheffing van KB nr. 46
van 10.6.1982 betreffende de cumulaties van
beroepsactiviteiten in sommige openbare diensten (cf. art.
447, Programmawet (I) 24.12.2002 - BS 31.12.2002 - en art.
11, KB 14.6.2007 houdende wijziging van verscheidene
reglementaire bepalingen - BS 22.6.2007);
i) vak VIII, C, 1 : tekstaanpassing ingevolge de
verruiming van de bijkomende interestaftrek tot de woningen
gelegen in andere lidstaten van de Europese Economische
Ruimte (cf. art. 526, § 2, vierde lid, WIB 92, ingevoegd
door art. 6, 2°, W 25.4.2007 tot wijziging van sommige
bepalingen van het WIB 92 teneinde ze in overeenstemming te
brengen met bepaalde principes van het Verdrag tot
oprichting van de Europese Gemeenschap en de Overeenkomst
betreffende de Europese Economische Ruimte);
j) vak IX, E, 1 ; toevoeging van een regel voor het
vermelden van het totaal van de bedragen die op 1 januari
van het belastbare tijdperk in het kader van één of meer
geregistreerde Winwinleningen waren uitgeleend of ter
beschikking gesteld, met het oog op de berekening van de
desbetreffende jaarlijkse belastingvermindering voor
inwoners van het Vlaamse Gewest (3) (cf. art. 8, § 3, D
19.5.2006 van het Vlaamse Gewest betreffende de Winwinlening
- BS 30.6.2006);
  
[(3) De jaarlijkse belastingvermindering
voor bedragen uitgeleend of ter beschikking gesteld in het kader van
Winwinleningen bedraagt 2,5 % van het rekenkundig gemiddelde - met een
maximum van 50.000 EUR per belastingplichtige - van alle uitgeleende of ter
beschikking gestelde bedragen op 1 januari en op 31 december van het
belastbare tijdperk. Hoewel die vermindering reeds voor aj. 2007 van
toepassing was, is de maatregel pas op 1.9.2006 in werking getreden,
waardoor er op 1.1.2006 nog geen Winwinleningen waren verstrekt.]

  
k) vak IX, G : inlassing van een rubriek voor het
vermelden van de nieuwe belastingvermindering voor
passiefhuizen (cf. art. 145/24, § 2, WIB 92, ingevoegd door
art. 3, W 27.4.2007 tot invoering van een
belastingvermindering voor passiefhuizen - BS 10.5.2007);
l) vak IX, I : twee wijzigingen m.b.t. de
belastingvermindering voor uitgaven voor de verwerving van
nieuwe schone wagens, nl. :
 
  • inlassing van een rubriek (rubriek I, 3) voor het vermelden
    van de belastingvermindering voor de verwerving van een nieuwe schone
    personenauto, auto voor dubbel gebruik of minibus met een dieselmotor die
    standaard is uitgerust met een roetfilter (cf. art.
    145/28, § 2, WIB 92, ingevoegd door art. 13, Programmawet
    (I) 27.12.2006 - BS 28.12.2006);
  • beperking van de belastingvermindering voor alle uitgaven
    voor de verwerving van een nieuwe schone personenauto, auto voor dubbel
    gebruik of minibus tot de verwervingen vóór 1.7.2007, ingevolge de opheffing van
    art. 145/28, WIB 92, door de art. 79 en 80, tweede lid,
    Programmawet 27.4.2007 (BS 8.5.2007) (4);

[(4) Voor de desbetreffende uitgaven
gedaan vanaf 1.7.2007 wordt een rechtstreekse korting op factuur verleend (cf.
art. 147 tot 154, Programmawet 27.4.2007).]

m) vak IX, J : inlassing van een rubriek voor het
vermelden van de nieuwe belastingvermindering voor de
verwerving van obligaties uitgegeven door het Fonds ter
reductie van de globale energiekost (cf. art. 145/29, WIB 92,
ingevoegd door art. 156, Programmawet 27.12.2005 (5) - BS
30.12.2005);
  
[(5) Aangezien de wetgever geen datum
van inwerkingtreding voor die maatregel heeft bepaald, is hij in werking
getreden op 9.1.2006 (10 dagen na de publicatie ervan in het BS). De eerste
uitgifte van de beoogde obligaties vond echter pas in 2007 plaats, waardoor
de belastingvermindering pas voor aj. 2008 in de aangifte PB is opgenomen.]

  
n) vak IX, K : inlassing van een rubriek voor vermelden
van de nieuwe belastingvermindering voor uitgaven voor de
vernieuwing van een woning verhuurd via een sociaal
verhuurkantoor (cf. art. 145/30, WIB 92, ingevoegd door art.
14, Programmawet (I), 27.12.2006);
o) vak IX, L : inlassing van een rubriek voor het
vermelden van de nieuwe belastingvermindering voor uitgaven
voor de beveiliging van een woning tegen inbraak of brand
(cf. art. 145/31, WIB 92, ingevoegd door art. 15,
Programmawet (I) 27.12.2006);
p) vak X, 2 : beperking van de
uitgaven voor de aankoop van een erkend pakket “Internet voor iedereen” die
recht geven op belastingkrediet tot de uitgaven gedaan van 1.1.2007 tot
18.4.2007 (cf. art. 185, W 27.12.2005 houdende
diverse bepalingen (BS 30.12.2005), zoals gewijzigd door
art. 5, W 27.12.2006 houdende diverse bepalingen (I) en
circ. Ci.RH.331/583.981 van 4.9.2007);
q) vak XV, B, 3 : inlassing van een rubriek voor het
vermelden van de aan onderzoekers toegekende persoonlijke
vergoedingen uit de exploitatie van uitvindingen, die
voortaan afzonderlijk belastbaar zijn tegen een aanslagvoet
van 33 % (tenzij de volledige globalisatie voordeliger is)
(cf. art. 90, 12°, art. 102bis, en art. 171, 1°, a, WIB 92,
ingevoegd, respectievelijk gewijzigd door de art. 132, 133
en 135, W 25.4.2007 houdende diverse bepalingen (IV) - BS
8.5.2007);
r) vak XVI, 17, vak XVII, 15, vak XVIII, 14 en vak XXI, 6
: aanpassing van de verwijzing als gevolg van het feit dat
de in vak IV, E, 2 bedoelde aanvullende vergoedingen die
ingevolge een CAO, in het kader van een brugpensioenregeling
zijn verkregen, voortaan eveneens het recht openen op een
gunstigere berekeningswijze van de vermindering voor
pensioenen en andere vervangingsinkomsten, waarbij geen
rekening wordt gehouden met het na de werkhervatting
verkregen loon van de nieuwe werkgever, noch met het inkomen
uit een nieuwe zelfstandige activiteit (cf. art. 31bis,
derde lid, 2°, en art. 147, eerste lid, 2°, a, WIB 92,
ingevoegd door, respectievelijk, art. 33, 3°, en art. 37,
1°, W 17.5.2007 houdende uitvoering van het
interprofessioneel akkoord voor de periode 2007-2008);
s) vak XVII, 9 : wijziging van de benaming van de rubriek
“Vrijstelling voor bijkomend personeel voor wetenschappelijk
onderzoek en uitvoer” in “Vrijstelling voor bijkomend
personeel voor de uitbouw van het technologisch potentieel,
de uitvoer en de integrale kwaliteitszorg” ingevolge de
opheffing van art. 67, § 1, 1° en § 3, WIB 92, door art. 28,
1°, Programmawet (I) 27.12.2006;
t) vak XVII, 11 en vak XVIII, 10 : inlassing van een
rubriek voor het vermelden van de vrijstelling voor
tewerkstelling van stagiairs voor wie de werkgever een
stagebonus heeft verkregen (cf. art. 67bis, WIB 92,
ingevoegd door art. 92, W 23.12.2005 betreffende het
generatiepact - BS 30.12.2005) (6);
   
[(6) Hoewel de vrijstelling
overeenkomstig art. 93, W 23.12.2005 betreffende het generatiepact van
toepassing is op de vanaf 1.1.2006 gedragen kosten, zijn er in 2006 nog geen
stagebonussen toegekend. Aangezien de verkrijging van een dergelijke bonus
krachtens art. 67bis, WIB 92, een noodzakelijke voorwaarde is voor de
toekenning van de vrijstelling, is deze pas voor aj. 2008 in de aangifte PB
opgenomen.]

   

    3. In de toelichting zijn de passages die wezenlijke
wijzigingen hebben ondergaan, in de rand met een stippellijn
gemerkt; zij hebben hoofdzakelijk betrekking op de hierboven
besproken aanpassingen.

    Daarnaast wordt de aandacht nog gevestigd op de volgende
punten :

a) vak II, B, Voorafgaande opmerkingen, Voorwaarden om
als ten laste te kunnen worden beschouwd
: tekstaanpassing
ingevolge de invoeging van een derde lid in art. 138, WIB
92, door art. 281, W 27.12.2006 houdende diverse bepalingen
(I), waardoor kinderen die in de loop van het belastbare
tijdperk vermist of ontvoerd zijn en die op 1 januari van
het aanslagjaar nog geen 18 jaar waren, onder bepaalde
voorwaarden geacht worden deel te blijven uitmaken van het
gezin van de belastingplichtige;
b) vak III, A, Inleidende opmerkingen, Verbouwingen of
voltooiing van een sedert ten minste 15 jaar in gebruik
genomen woning die via een sociaal verhuurkantoor wordt
verhuurd
: inlassing van een toelichting m.b.t. de
tijdelijke vrijstelling (behalve inzake onroerende
voorheffing) van de verhoging van het kadastraal inkomen
ingevolge de verbouwing of de voltooiing van een sedert ten
minste 15 jaar in gebruik genomen woning die via een sociaal
verhuurkantoor wordt verhuurd (cf. art. 494, § 6, eerste
lid, tweede streepje, WIB 92, ingevoegd door art. 17,
Programmawet (I) 27.12.2006);
c) vak IV, A, 2, a : wijziging van het grensbedrag voor
de berekening van de bedrijfsvoorheffing op het door de
verlofkassen betaalde vakantiegeld (cf. nr. 28 van bijlage
III van het KB/WIB 92, zoals vervangen door de bijlage van
KB 18.12.2006 tot wijziging van het KB/WIB 92, op het stuk
van de bedrijfsvoorheffing en tot invoering van de Vlaamse
forfaitaire vermindering van de bedrijfsvoorheffing - BS
22.12.2006);
d) vak IV, A, 14, vak XVI, 10, vak XVIII, 8, Voorafgaande
opmerking en vak XX, 3
: tekstaanpassing ingevolge de
wijzigingen (7) die bij de berekening van de forfaitaire
beroepskosten zijn aangebracht door art. 1, KB 23.3.2007 tot
uitvoering van de W 26.11.2006 houdende wijziging van art.
51, WIB 92 (BS 30.3.2007);
  
[(7) Die
wijzigingen betreffen de verhoging van het percentage van de forfaitaire
beroepskosten dat van toepassing is op de eerste schijf van de inkomsten
(3.750 EUR) van 26,1 % tot 27,2 % en de verhoging van het maximumbedrag van
het forfait van 2.527,50 EUR tot 2.555 EUR (te indexeren bedragen).]

  
e) vak IV, D, 1, aanhef : aanpassing van de voorwaarden
(8) waaronder de door een gewezen werkgever krachtens een CAO
of een individuele overeenkomst betaalde aanvullende
vergoedingen in deze rubriek moeten worden vermeld wanneer
ze zijn betaald aan een gewezen werknemer die
werkloosheidsuitkeringen als volledig werkloze verkrijgt of
zou kunnen verkrijgen indien hij het werk niet had hervat
(cf. art. 31bis, eerste lid, 1°, tweede streepje, WIB 92,
zoals vervangen door art. 33, 2°, W 17.5.2007 houdend
uitvoering van het interprofessioneel akkoord voor de
periode 2007-2008);
  
[(8) Het betreft
de toevoeging van twee bijkomende voorwaarden, nl. :
- de gewezen werknemer moet de leeftijd van 50 jaar hebben bereikt;
- de aanvullende vergoedingen mogen niet zijn betaald ter uitvoering van een
sectorale overeenkomst die vóór 30.9.2005 is afgesloten of die een
dergelijke overeenkomst zonder onderbreking verlengt.]

 
f) vak VII, 2, Opgelet ! : vervanging van de opmerking m.b.t. de principiële onverenigbaarheid van de aftrek van
onderhoudsuitkeringen voor kinderen en de tenlasteneming van
diezelfde kinderen, door drie nieuwe opmerkingen over
hetzelfde onderwerp als gevolg van, respectievelijk :
 
  • het gewijzigde administratieve standpunt m.b.t. de
    gelijktijdige toepassing van de aftrek van de
    onderhoudsuitkeringen voor kinderen (door de ene ouder)
    en de tenlasteneming van diezelfde kinderen (door de
    andere
    ouder) in het jaar van de feitelijke scheiding van die
    ouders (voor wie
    nog een gemeenschappelijke aanslag wordt gevestigd) (cf.
    circ. Ci.RH.331/580.592 van 25.1.2007);
  • de wijziging van art. 104, 2°, WIB 92, door art.
    277, 2°, W 27.12.2006 houdende diverse bepalingen (I);
  • de wijziging van art. 104, 1°, WIB 92, en de
    invoeging van art. 132bis, zesde lid, WIB 92, door,
    respectievelijk, art. 277, 1°, en art. 279, W 27.12.2006
    houdende diverse bepalingen (I);
g) vak VII, 3 : tekstaanpassing ingevolge de toevoeging
van het Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek - Vlaanderen
en het “Fonds de la Recherche Scientifique - FNRS” aan de
lijst van instellingen waaraan aftrekbare giften in geld
kunnen worden gedaan (cf. art. 104, 3°, b, WIB 92, zoals
gewijzigd door art. 277, 3°, W 27.12.2006 houdende diverse
bepalingen (I), en art. 134, W 25.4.2007 houdende diverse
bepalingen (IV));
h) vak VII, 4 : tekstaanpassing ingevolge de uitbreiding
van de aftrek van de kosten voor kinderoppas tot de kosten
betaald door de ouder bij wie de kinderen fiscaal niet ten
laste zijn, maar aan wie de helft van de toeslag op de
belastingvrije som voor die kinderen wordt toegekend wegens
hun gelijkmatig verdeelde huisvesting (cf. art. 104, 7°,
tweede streepje, WIB 92, zoals ingevoegd door art. 277, 5°,
W 27.12.2006 houdende diverse bepalingen (I));
i) vak VIII, A, Bedoelde interesten en
kapitaalaflossingen
: tekstaanpassing ingevolge de
verruiming van de aftrek voor enige woning tot de woningen
gelegen in andere lidstaten van de Europese Economische
Ruimte (cf. art. 115, § 1, 2°, WIB 92, zoals gewijzigd door
art. 3, W 25.4.2007 tot wijziging van sommige bepalingen van
het WIB 92, teneinde ze in overeenstemming te brengen met
bepaalde principes van het Verdrag tot oprichting van de
Europese Gemeenschap en de Overeenkomst betreffende de
Europese Economische Ruimte);
j) vak VIII, D, 1 : tekstaanpassing ingevolge de
verruiming van de verhoogde vermindering voor het bouwsparen
voor de kapitaalaflossingen van de vanaf 1.1.1989 (9)
aangegane hypothecaire leningen tot de woningen gelegen in
andere lidstaten van de Europese Economische Ruimte (cf.
art. 526, § 1, derde lid, en § 2, vierde lid, WIB 92, zoals
ingevoegd door art. 6, 1°, respectievelijk art. 6, 2°, W
25.4.2007 tot wijziging van sommige bepalingen van het WIB
92, teneinde ze in overeenstemming te brengen met bepaalde
principes van het Verdrag tot oprichting van de Europese
Gemeenschap en de Overeenkomst betreffende de Europese
Economische Ruimte);
   
[(9) Die
verruiming geldt niet voor de kapitaalaflossingen van vóór 1.1.1989
aangegane hypothecaire leningen, daar die aflossingen zijn gereglementeerd
door art. 516, § 2, eerste lid, WIB 92, waarop de in art. 526, §§ 1 en 2,
WIB 92, aangebrachte wijzigingen geen invloed hebben.]

  
k) vak VIII, E, 1 : tekstaanpassing ingevolge de
invoeging van art. 526, § 2, vierde lid, WIB 92, door art.
6, 2°, W 25.4.2007 tot wijziging van sommige bepalingen van
het WIB 92, teneinde ze in overeenstemming te brengen met
bepaalde principes van het Verdrag tot oprichting van de
Europese Gemeenschap en de Overeenkomst betreffende de
Europese Economische Ruimte, waardoor de verhoogde
vermindering voor het bouwsparen voor de premies van
individuele levensverzekeringen die uitsluitend dienen tot
waarborg of wedersamenstelling van een vanaf 1.1.1993 (10)
aangegane hypothecaire lening, verruimd is tot de woningen
gelegen in andere lidstaten van de Europese Economische
Ruimte;
  
[(10) Die
verruiming geldt niet voor de premies van individuele levensverzekeringen
die uitsluitend tot waarborg of wedersamenstelling van een vóór 1.1.1993
aangegane hypothecaire lening gesloten zijn daar die premies gereglementeerd
zijn door art. 516, § 3, WIB 92, waarop de invoeging van art. 526, § 2,
vierde lid, WIB 92, geen invloed heeft.]

   
l) vak IX, F : twee nieuwigheden m.b.t. de
belastingvermindering voor energiebesparende uitgaven, nl. :
 
  • schrapping van de lage temperatuurketels in de opsomming
    van de installaties die in aanmerking komen voor de vervanging van oude
    stookketels, als gevolg van de uitdoving van art. 2, tweede lid, KB 20.12.2002 tot
    wijziging van het KB/WIB 92 inzake de
    belastingvermindering voor energiebesparende uitgaven in
    een woning (BS 28.12.2002) (zie ook circ.
    Ci.RH.331/554.678 van 20.2.2003, nr. 8.2);
  • tekstaanpassingen ingevolge de verhoging van het
    maximumbedrag van de belastingvermindering (per woning) van 1.000 EUR tot 2.000 EUR, te verhogen met 600 EUR (11)
    in de mate dat de uitgaven gedaan zijn voor de
    installatie van een systeem van waterverwarming door
    middel van zonne-energie of voor de plaatsing van
    zonnecelpanelen voor het omzetten van zonne-energie in
    elektrische energie (cf. art. 145/24, vierde lid, WIB 92,
    zoals gewijzigd door art. 11, Programmawet (I)
    27.12.2006 en door art. 78, Programmawet 27.4.2007 (12);

[(11) Te indexeren bedragen.
(12) Thans art. 14524, § 1, vierde lid, WIB 92 (cf. art. 3, W 27.4.2007 tot
invoering van een belastingvermindering voor passiefhuizen).]

m) vak XIV, A, 1 en 2, f, 1° : tekstaanpassing als gevolg
van het feit dat de inkomsten van gemeenschappelijke
beleggingsfondsen (andere dan toegekend naar aanleiding van
de inkoop van eigen aandelen of van de gehele of
gedeeltelijke verdeling van het maatschappelijk vermogen van
die fondsen) voortaan in hun geheel moeten worden aangemerkt
als interesten die afzonderlijk belastbaar zijn tegen 25 %
(tenzij de volledige globalisatie voordeliger is) wanneer de
beheersvennootschappen van die fondsen ze niet per
inkomstencategorie hebben uitgesplitst (cf. de art. 2, § 1,
5°bis, 19ter, 171, 3°quater, 269, eerste lid, 4°, en 321bis,
WIB 92, ingevoegd door, respectievelijk, de art. 313, 314,
318, 326, 1°, en 327, W 27.12.2006 houdende diverse
bepalingen (I));
n) vak XV, B, 1 en vak XVIII, Voorafgaande opmerkingen,
Belastingplichtigen uit de artistieke sector
: inlassing van
een toelichting ingevolge de invoering van de vrijstelling
(voor een maximumbedrag van 2.000 EUR (13) per kalenderjaar)
van de forfaitaire onkostenvergoedingen toegekend wegens het
leveren van artistieke prestaties en/of het produceren van
artistieke werken voor rekening van een opdrachtgever (cf.
art. 97, § 2, respectievelijk art. 38, § 1, eerste lid, 23°,
en § 4, WIB 92, ingevoegd door art. 3, respectievelijk art.
2, W 25.4.2007 tot wijziging van het WIB 92, inzake de
vergoedingen toegekend aan kunstenaars - BS 10.5.2007);
  
[(13) Bedrag te
indexeren overeenkomstig art. 178, § 4, WIB 92, ingevoegd door art. 4, W
25.4.2007 tot wijziging van het WIB 92, inzake de vergoedingen toegekend aan
kunstenaars (BS 10.5.2007).]

   
o) vak XVI, 5 : de revalorisatiecoëfficiënt die geldt
voor de vaststelling van het gedeelte van de huurinkomsten
dat als een bezoldiging van bedrijfsleider moet worden
aangemerkt (zie art. 32, tweede lid, 3°, WIB 92), is voor
aj. 2008 gelijk aan 3,65 (cf. art. 1, KB/WIB 92, zoals
gewijzigd door art. 1, KB 12.2.2007 tot wijziging van het
KB/WIB 92, op het stuk van de revalorisatiecoëfficiënt voor
kadastrale inkomens - BS 19.2.2007);
p) vak XVII, 4, Meerwaarden op binnenschepen bestemd voor
de commerciële vaart
: inlassing van een toelichting
ingevolge de invoering van de vrijstelling van de
desbetreffende meerwaarden (cf. art. 44ter, WIB 92,
ingevoegd door art. 108, W 25.4.2007 houdende diverse
bepalingen (IV));
q) vak XVII, 10 : tekstaanpassing ingevolge de verhoging
(sinds 1.1.2005) van de maximumgrenzen van het brutodagloon
en het bruto-uurloon van de bijkomende personeelsleden met
een laag loon door art. 1, B, KB 10.8.2004 tot wijziging van
het KB 19.3.1998 tot uitvoering van art. 29, Programmawet
10.2.1998 tot bevordering van het zelfstandig
ondernemerschap (BS 9.9.2004) (zie ook circ.
Ci.RH.242/568.417 van 1.3.2005, nr. 11);
r) vak XVII, 12 en vak XVIII, 11 : wijziging van de
percentages van de investeringsaftrek (cf. Bericht in
verband met de investeringsaftrek - BS 15.2.2007).

NAMENS DE MINISTER :
Voor de administrateur Kleine en

Middelgrote Ondernemingen:
De Directeur,

S. QUINTENS

Circulaire nr. Ci.RH.243/589.859 (AOIF 19/2008) dd. 29.05.2008 - Farmaceutische sector - Deelname aan een wetenschappelijke manifestatie - Belastingstelsel van het voordeel van alle aard - Deelname aan een wetenschappelijke manifestatie

June 7th, 2008 by Push Service

CIRC 27.05.08/1

Circulaire nr. Ci.RH.82/591.670 (AOIF 18/2008) dd. 27.05.2008

AANGIFTE IN DE PB


  
Aangifteformulier


  
Invulling van de aangifte

Wijzigingen aan de aangifte in de PB van aj. 2008.

Aan alle ambtenaren.

    1. Het formaat van de aangifte in de PB (nr. 276.1), zijnde
de aan de administratie terug te bezorgen eigenlijke “Aangifte
in de personenbelasting
” en de door de belastingplichtige te
bewaren “Voorbereiding van de aangifte“, van aanslagjaar 2008
(inkomsten van het jaar 2007) is ongewijzigd. Wat het aantal
bladzijden betreft, is de eigenlijke aangifte eveneens
ongewijzigd, maar is deel 1 van de “Voorbereiding van de
aangifte” van 8 op 10 bladzijden gebracht als gevolg van een
aantal nieuwe maatregelen die hierna worden besproken.

    2. Naast de indexering van de meeste in de voorbereiding en
de toelichting vermelde bedragen overeenkomstig art. 178, § 2,
of § 3, 2°, WIB 92, is de “Voorbereiding van de aangifte” van
aj. 2008 inhoudelijk op de volgende punten gewijzigd :

a) vak I, 1 : aanpassingen ingevolge
de veralgemening van het gebruik van het internationaal
rekeningnummer (IBAN) en de identificatiecode van de bank
(BIC), waardoor ook de Belgische rekening waarop teruggaven
kunnen worden overgeschreven voortaan op die manier in de
aangifte moet worden vermeld;
b) vak II, B : diverse aanpassingen ingevolge de
vervanging van art. 132bis, WIB 92, door art. 279, W
27.12.2006 houdende diverse bepalingen (I) (BS 28.12.2006),
waarbij verscheidene wijzigingen (1) zijn aangebracht in de
regeling van de verdeling van de toeslagen op de
belastingvrije som voor kinderen ten laste in geval van
co-ouderschap;
  
[(1) Die wijzigingen betreffen
inzonderheid :
- aanpassingen aan de terminologie van het burgerlijk recht;
- een versoepeling van de formaliteiten die moeten worden vervuld om de
verdeling van de toeslagen op de belastingvrije som voor kinderen ten laste
te verkrijgen;
- de uitbreiding van de regeling waarbij de in art. 132, eerste lid, 1° tot
5°, WIB 92, vermelde toeslagen op de belastingvrije som voor kinderen ten
laste over beide ouders kunnen worden verdeeld, tot de in art. 132, eerste
lid, 6°, WIB 92, vermelde toeslag voor kinderen jonger dan 3 jaar voor wie
geen kosten voor kinderoppas worden afgetrokken.
]

   
c) vak III, B, 1, a en 2, a : inlassing van een
afzonderlijke rubriek voor het vermelden van de brutohuur of
-huurwaarde van de in een andere lidstaat van de Europese
Economische Ruimte gelegen woning die de belastingplichtige
zelf betrekt of die hij om beroeps- of sociale redenen niet
zelf betrekt (hierna “eigen woning” genoemd) ingevolge de
uitbreiding van de in artikel 16 (oud), WIB 92, bedoelde
woningaftrek (2) tot de huurwaarde of de huurprijs en de
huurvoordelen van een in een andere lidstaat van de Europese
Economische Ruimte gelegen “eigen woning” (cf. art. 526, §
1, derde lid, WIB 92, ingevoegd door art. 6, 1°, W 25.4.2007
tot wijziging van sommige bepalingen van het WIB 92,
teneinde ze in overeenstemming te brengen met bepaalde
principes van het Verdrag tot oprichting van de Europese
Gemeenschap en de Overeenkomst betreffende de Europese
Economische Ruimte - BS 10.5.2007);
  
[(2) In de gevallen waarin die aftrek
nog toepassing kan vinden (zie art. 526, § 1, WIB 92). In de andere gevallen
is de in art. 12, § 3, WIB 92, bedoelde vrijstelling van het kadastraal
inkomen van de “eigen woning” vanaf aj. 2008 uitgebreid tot de huurwaarde of
de huurprijs en de huurvoordelen van de in een andere lidstaat van de
Europese Economische Ruimte gelegen “eigen woning” (cf. art. 12, § 3, zesde
lid, WIB 92, ingevoegd door art. 2, W 25.4.2007 tot wijziging van sommige
bepalingen van het WIB 92, teneinde ze in overeenstemming te brengen met
bepaalde principes van het Verdrag tot oprichting van de Europese
Gemeenschap en de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte -
BS 10.5.2007).]

 
d) vak IV, D, 1, a en K : overbrenging van het loon
verkregen van de nieuwe werkgever in geval van
werkhervatting, dat voor aj. 2007 in vak IV, D, 1, a moest
worden vermeld, naar de nieuwe rubriek K, om te vermijden
dat de belastingplichtige dat loon, waarmee geen rekening
wordt gehouden bij de berekening van de vermindering voor
pensioenen en andere vervangingsinkomsten in de gevallen
vermeld in art. 147, eerste lid, 2°, a, WIB 92 (zie punt 2,
e hierna), zowel in vak IV, D, 1, a als in vak IV, E 2 zou
moeten vermelden;
e) vak IV, E : uitsplitsing van de brugpensioenen in
wettelijke werkloosheidsuitkeringen enerzijds, en
aanvullende vergoedingen anderzijds, als gevolg van het feit
dat de laatstgenoemde vergoedingen, die ingevolge een CAO,
in het kader van een brugpensioenregeling zijn verkregen,
voortaan eveneens het recht openen op een gunstigere
berekeningswijze van de vermindering voor pensioenen en
andere vervangingsinkomsten, waarbij geen rekening wordt
gehouden met het na de werkhervatting verkregen loon van de
nieuwe werkgever, noch met het inkomen uit een nieuwe
zelfstandige activiteit (cf. art. 31bis, derde lid, 2°, en
art. 147, eerste lid, 2°, a, WIB 92, ingevoegd door,
respectievelijk, art. 33, 3°, en art. 37, 1°, W 17.5.2007
houdende uitvoering van het interprofessioneel akkoord voor
de periode 2007-2008 - BS 19.6.2007);
f) vak IV, G, 2 : uitsplitsing van de rubriek voor het
vermelden van de berekeningsgrondslag van de overwerktoeslag
voor overuren die recht geven op een belastingvermindering,
ingevolge de verhoging van het percentage van die
vermindering van 24,75 % tot 66,81 % voor overuren waarop
een wettelijke overwerktoeslag van 20 % van toepassing is,
of tot 57,75 % voor overuren waarop een wettelijke
overwerktoeslag van 50 of 100 % van toepassing is; die
verhoging is van toepassing op de vanaf 1.4.2007 betaalde of
toegekende bezoldigingen voor gepresteerde overuren (cf.
art. 154bis, derde lid, WIB 92, zoals vervangen door art.
25, 1°, W 17.5.2007 houdende uitvoering van het
interprofessioneel akkoord voor de periode 2007-2008, en
art. 63/19, KB/WIB 92, ingevoegd door art. 1, KB 3.6.2007 tot
uitvoering van de artikelen 154bis, derde lid, en 2751,
vierde lid, WIB 92 - BS 19.6.2007);
g) vak V, A, 1 : afzonderlijke
vermelding van de wettelijke pensioenen verkregen vanaf de wettelijke
pensioenleeftijd en van de overlevingspensioenen, alsook van de
gekapitaliseerde waarde van die pensioenen, met het oog op de toepassing van
een gunstigere berekeningswijze van de vermindering voor pensioenen en
andere vervangingsinkomsten, waarop die pensioenen in bepaalde gevallen het
recht kunnen openen; in die berekeningswijze wordt geen rekening gehouden
met de activiteitsinkomsten (cf. art. 147, eerste lid, 2°,
b, en tweede lid, WIB 92, ingevoegd door art. 37, W
17.5.2007 houdende uitvoering van het interprofessioneel
akkoord voor de periode 2007-2008);
h) vak VII, 6 : beperking van de door ambtenaren uit
hoofde van een cumulatieactiviteit aan de Schatkist betaalde
sommen tot de sommen die vóór 2.7.2007 zijn betaald,
ingevolge de inwerkingtreding van de opheffing van KB nr. 46
van 10.6.1982 betreffende de cumulaties van
beroepsactiviteiten in sommige openbare diensten (cf. art.
447, Programmawet (I) 24.12.2002 - BS 31.12.2002 - en art.
11, KB 14.6.2007 houdende wijziging van verscheidene
reglementaire bepalingen - BS 22.6.2007);
i) vak VIII, C, 1 : tekstaanpassing ingevolge de
verruiming van de bijkomende interestaftrek tot de woningen
gelegen in andere lidstaten van de Europese Economische
Ruimte (cf. art. 526, § 2, vierde lid, WIB 92, ingevoegd
door art. 6, 2°, W 25.4.2007 tot wijziging van sommige
bepalingen van het WIB 92 teneinde ze in overeenstemming te
brengen met bepaalde principes van het Verdrag tot
oprichting van de Europese Gemeenschap en de Overeenkomst
betreffende de Europese Economische Ruimte);
j) vak IX, E, 1 ; toevoeging van een regel voor het
vermelden van het totaal van de bedragen die op 1 januari
van het belastbare tijdperk in het kader van één of meer
geregistreerde Winwinleningen waren uitgeleend of ter
beschikking gesteld, met het oog op de berekening van de
desbetreffende jaarlijkse belastingvermindering voor
inwoners van het Vlaamse Gewest (3) (cf. art. 8, § 3, D
19.5.2006 van het Vlaamse Gewest betreffende de Winwinlening
- BS 30.6.2006);
  
[(3) De jaarlijkse belastingvermindering
voor bedragen uitgeleend of ter beschikking gesteld in het kader van
Winwinleningen bedraagt 2,5 % van het rekenkundig gemiddelde - met een
maximum van 50.000 EUR per belastingplichtige - van alle uitgeleende of ter
beschikking gestelde bedragen op 1 januari en op 31 december van het
belastbare tijdperk. Hoewel die vermindering reeds voor aj. 2007 van
toepassing was, is de maatregel pas op 1.9.2006 in werking getreden,
waardoor er op 1.1.2006 nog geen Winwinleningen waren verstrekt.]

  
k) vak IX, G : inlassing van een rubriek voor het
vermelden van de nieuwe belastingvermindering voor
passiefhuizen (cf. art. 145/24, § 2, WIB 92, ingevoegd door
art. 3, W 27.4.2007 tot invoering van een
belastingvermindering voor passiefhuizen - BS 10.5.2007);
l) vak IX, I : twee wijzigingen m.b.t. de
belastingvermindering voor uitgaven voor de verwerving van
nieuwe schone wagens, nl. :
 
  • inlassing van een rubriek (rubriek I, 3) voor het vermelden
    van de belastingvermindering voor de verwerving van een nieuwe schone
    personenauto, auto voor dubbel gebruik of minibus met een dieselmotor die
    standaard is uitgerust met een roetfilter (cf. art.
    145/28, § 2, WIB 92, ingevoegd door art. 13, Programmawet
    (I) 27.12.2006 - BS 28.12.2006);
  • beperking van de belastingvermindering voor alle uitgaven
    voor de verwerving van een nieuwe schone personenauto, auto voor dubbel
    gebruik of minibus tot de verwervingen vóór 1.7.2007, ingevolge de opheffing van
    art. 145/28, WIB 92, door de art. 79 en 80, tweede lid,
    Programmawet 27.4.2007 (BS 8.5.2007) (4);

[(4) Voor de desbetreffende uitgaven
gedaan vanaf 1.7.2007 wordt een rechtstreekse korting op factuur verleend (cf.
art. 147 tot 154, Programmawet 27.4.2007).]

m) vak IX, J : inlassing van een rubriek voor het
vermelden van de nieuwe belastingvermindering voor de
verwerving van obligaties uitgegeven door het Fonds ter
reductie van de globale energiekost (cf. art. 145/29, WIB 92,
ingevoegd door art. 156, Programmawet 27.12.2005 (5) - BS
30.12.2005);
  
[(5) Aangezien de wetgever geen datum
van inwerkingtreding voor die maatregel heeft bepaald, is hij in werking
getreden op 9.1.2006 (10 dagen na de publicatie ervan in het BS). De eerste
uitgifte van de beoogde obligaties vond echter pas in 2007 plaats, waardoor
de belastingvermindering pas voor aj. 2008 in de aangifte PB is opgenomen.]

  
n) vak IX, K : inlassing van een rubriek voor vermelden
van de nieuwe belastingvermindering voor uitgaven voor de
vernieuwing van een woning verhuurd via een sociaal
verhuurkantoor (cf. art. 145/30, WIB 92, ingevoegd door art.
14, Programmawet (I), 27.12.2006);
o) vak IX, L : inlassing van een rubriek voor het
vermelden van de nieuwe belastingvermindering voor uitgaven
voor de beveiliging van een woning tegen inbraak of brand
(cf. art. 145/31, WIB 92, ingevoegd door art. 15,
Programmawet (I) 27.12.2006);
p) vak X, 2 : beperking van de
uitgaven voor de aankoop van een erkend pakket “Internet voor iedereen” die
recht geven op belastingkrediet tot de uitgaven gedaan van 1.1.2007 tot
18.4.2007 (cf. art. 185, W 27.12.2005 houdende
diverse bepalingen (BS 30.12.2005), zoals gewijzigd door
art. 5, W 27.12.2006 houdende diverse bepalingen (I) en
circ. Ci.RH.331/583.981 van 4.9.2007);
q) vak XV, B, 3 : inlassing van een rubriek voor het
vermelden van de aan onderzoekers toegekende persoonlijke
vergoedingen uit de exploitatie van uitvindingen, die
voortaan afzonderlijk belastbaar zijn tegen een aanslagvoet
van 33 % (tenzij de volledige globalisatie voordeliger is)
(cf. art. 90, 12°, art. 102bis, en art. 171, 1°, a, WIB 92,
ingevoegd, respectievelijk gewijzigd door de art. 132, 133
en 135, W 25.4.2007 houdende diverse bepalingen (IV) - BS
8.5.2007);
r) vak XVI, 17, vak XVII, 15, vak XVIII, 14 en vak XXI, 6
: aanpassing van de verwijzing als gevolg van het feit dat
de in vak IV, E, 2 bedoelde aanvullende vergoedingen die
ingevolge een CAO, in het kader van een brugpensioenregeling
zijn verkregen, voortaan eveneens het recht openen op een
gunstigere berekeningswijze van de vermindering voor
pensioenen en andere vervangingsinkomsten, waarbij geen
rekening wordt gehouden met het na de werkhervatting
verkregen loon van de nieuwe werkgever, noch met het inkomen
uit een nieuwe zelfstandige activiteit (cf. art. 31bis,
derde lid, 2°, en art. 147, eerste lid, 2°, a, WIB 92,
ingevoegd door, respectievelijk, art. 33, 3°, en art. 37,
1°, W 17.5.2007 houdende uitvoering van het
interprofessioneel akkoord voor de periode 2007-2008);
s) vak XVII, 9 : wijziging van de benaming van de rubriek
“Vrijstelling voor bijkomend personeel voor wetenschappelijk
onderzoek en uitvoer” in “Vrijstelling voor bijkomend
personeel voor de uitbouw van het technologisch potentieel,
de uitvoer en de integrale kwaliteitszorg” ingevolge de
opheffing van art. 67, § 1, 1° en § 3, WIB 92, door art. 28,
1°, Programmawet (I) 27.12.2006;
t) vak XVII, 11 en vak XVIII, 10 : inlassing van een
rubriek voor het vermelden van de vrijstelling voor
tewerkstelling van stagiairs voor wie de werkgever een
stagebonus heeft verkregen (cf. art. 67bis, WIB 92,
ingevoegd door art. 92, W 23.12.2005 betreffende het
generatiepact - BS 30.12.2005) (6);
   
[(6) Hoewel de vrijstelling
overeenkomstig art. 93, W 23.12.2005 betreffende het generatiepact van
toepassing is op de vanaf 1.1.2006 gedragen kosten, zijn er in 2006 nog geen
stagebonussen toegekend. Aangezien de verkrijging van een dergelijke bonus
krachtens art. 67bis, WIB 92, een noodzakelijke voorwaarde is voor de
toekenning van de vrijstelling, is deze pas voor aj. 2008 in de aangifte PB
opgenomen.]

   

    3. In de toelichting zijn de passages die wezenlijke
wijzigingen hebben ondergaan, in de rand met een stippellijn
gemerkt; zij hebben hoofdzakelijk betrekking op de hierboven
besproken aanpassingen.

    Daarnaast wordt de aandacht nog gevestigd op de volgende
punten :

a) vak II, B, Voorafgaande opmerkingen, Voorwaarden om
als ten laste te kunnen worden beschouwd
: tekstaanpassing
ingevolge de invoeging van een derde lid in art. 138, WIB
92, door art. 281, W 27.12.2006 houdende diverse bepalingen
(I), waardoor kinderen die in de loop van het belastbare
tijdperk vermist of ontvoerd zijn en die op 1 januari van
het aanslagjaar nog geen 18 jaar waren, onder bepaalde
voorwaarden geacht worden deel te blijven uitmaken van het
gezin van de belastingplichtige;
b) vak III, A, Inleidende opmerkingen, Verbouwingen of
voltooiing van een sedert ten minste 15 jaar in gebruik
genomen woning die via een sociaal verhuurkantoor wordt
verhuurd
: inlassing van een toelichting m.b.t. de
tijdelijke vrijstelling (behalve inzake onroerende
voorheffing) van de verhoging van het kadastraal inkomen
ingevolge de verbouwing of de voltooiing van een sedert ten
minste 15 jaar in gebruik genomen woning die via een sociaal
verhuurkantoor wordt verhuurd (cf. art. 494, § 6, eerste
lid, tweede streepje, WIB 92, ingevoegd door art. 17,
Programmawet (I) 27.12.2006);
c) vak IV, A, 2, a : wijziging van het grensbedrag voor
de berekening van de bedrijfsvoorheffing op het door de
verlofkassen betaalde vakantiegeld (cf. nr. 28 van bijlage
III van het KB/WIB 92, zoals vervangen door de bijlage van
KB 18.12.2006 tot wijziging van het KB/WIB 92, op het stuk
van de bedrijfsvoorheffing en tot invoering van de Vlaamse
forfaitaire vermindering van de bedrijfsvoorheffing - BS
22.12.2006);
d) vak IV, A, 14, vak XVI, 10, vak XVIII, 8, Voorafgaande
opmerking en vak XX, 3
: tekstaanpassing ingevolge de
wijzigingen (7) die bij de berekening van de forfaitaire
beroepskosten zijn aangebracht door art. 1, KB 23.3.2007 tot
uitvoering van de W 26.11.2006 houdende wijziging van art.
51, WIB 92 (BS 30.3.2007);
  
[(7) Die
wijzigingen betreffen de verhoging van het percentage van de forfaitaire
beroepskosten dat van toepassing is op de eerste schijf van de inkomsten
(3.750 EUR) van 26,1 % tot 27,2 % en de verhoging van het maximumbedrag van
het forfait van 2.527,50 EUR tot 2.555 EUR (te indexeren bedragen).]

  
e) vak IV, D, 1, aanhef : aanpassing van de voorwaarden
(8) waaronder de door een gewezen werkgever krachtens een CAO
of een individuele overeenkomst betaalde aanvullende
vergoedingen in deze rubriek moeten worden vermeld wanneer
ze zijn betaald aan een gewezen werknemer die
werkloosheidsuitkeringen als volledig werkloze verkrijgt of
zou kunnen verkrijgen indien hij het werk niet had hervat
(cf. art. 31bis, eerste lid, 1°, tweede streepje, WIB 92,
zoals vervangen door art. 33, 2°, W 17.5.2007 houdend
uitvoering van het interprofessioneel akkoord voor de
periode 2007-2008);
  
[(8) Het betreft
de toevoeging van twee bijkomende voorwaarden, nl. :
- de gewezen werknemer moet de leeftijd van 50 jaar hebben bereikt;
- de aanvullende vergoedingen mogen niet zijn betaald ter uitvoering van een
sectorale overeenkomst die vóór 30.9.2005 is afgesloten of die een
dergelijke overeenkomst zonder onderbreking verlengt.]

 
f) vak VII, 2, Opgelet ! : vervanging van de opmerking m.b.t. de principiële onverenigbaarheid van de aftrek van
onderhoudsuitkeringen voor kinderen en de tenlasteneming van
diezelfde kinderen, door drie nieuwe opmerkingen over
hetzelfde onderwerp als gevolg van, respectievelijk :
 
  • het gewijzigde administratieve standpunt m.b.t. de
    gelijktijdige toepassing van de aftrek van de
    onderhoudsuitkeringen voor kinderen (door de ene ouder)
    en de tenlasteneming van diezelfde kinderen (door de
    andere
    ouder) in het jaar van de feitelijke scheiding van die
    ouders (voor wie
    nog een gemeenschappelijke aanslag wordt gevestigd) (cf.
    circ. Ci.RH.331/580.592 van 25.1.2007);
  • de wijziging van art. 104, 2°, WIB 92, door art.
    277, 2°, W 27.12.2006 houdende diverse bepalingen (I);
  • de wijziging van art. 104, 1°, WIB 92, en de
    invoeging van art. 132bis, zesde lid, WIB 92, door,
    respectievelijk, art. 277, 1°, en art. 279, W 27.12.2006
    houdende diverse bepalingen (I);
g) vak VII, 3 : tekstaanpassing ingevolge de toevoeging
van het Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek - Vlaanderen
en het “Fonds de la Recherche Scientifique - FNRS” aan de
lijst van instellingen waaraan aftrekbare giften in geld
kunnen worden gedaan (cf. art. 104, 3°, b, WIB 92, zoals
gewijzigd door art. 277, 3°, W 27.12.2006 houdende diverse
bepalingen (I), en art. 134, W 25.4.2007 houdende diverse
bepalingen (IV));
h) vak VII, 4 : tekstaanpassing ingevolge de uitbreiding
van de aftrek van de kosten voor kinderoppas tot de kosten
betaald door de ouder bij wie de kinderen fiscaal niet ten
laste zijn, maar aan wie de helft van de toeslag op de
belastingvrije som voor die kinderen wordt toegekend wegens
hun gelijkmatig verdeelde huisvesting (cf. art. 104, 7°,
tweede streepje, WIB 92, zoals ingevoegd door art. 277, 5°,
W 27.12.2006 houdende diverse bepalingen (I));
i) vak VIII, A, Bedoelde interesten en
kapitaalaflossingen
: tekstaanpassing ingevolge de
verruiming van de aftrek voor enige woning tot de woningen
gelegen in andere lidstaten van de Europese Economische
Ruimte (cf. art. 115, § 1, 2°, WIB 92, zoals gewijzigd door
art. 3, W 25.4.2007 tot wijziging van sommige bepalingen van
het WIB 92, teneinde ze in overeenstemming te brengen met
bepaalde principes van het Verdrag tot oprichting van de
Europese Gemeenschap en de Overeenkomst betreffende de
Europese Economische Ruimte);
j) vak VIII, D, 1 : tekstaanpassing ingevolge de
verruiming van de verhoogde vermindering voor het bouwsparen
voor de kapitaalaflossingen van de vanaf 1.1.1989 (9)
aangegane hypothecaire leningen tot de woningen gelegen in
andere lidstaten van de Europese Economische Ruimte (cf.
art. 526, § 1, derde lid, en § 2, vierde lid, WIB 92, zoals
ingevoegd door art. 6, 1°, respectievelijk art. 6, 2°, W
25.4.2007 tot wijziging van sommige bepalingen van het WIB
92, teneinde ze in overeenstemming te brengen met bepaalde
principes van het Verdrag tot oprichting van de Europese
Gemeenschap en de Overeenkomst betreffende de Europese
Economische Ruimte);
   
[(9) Die
verruiming geldt niet voor de kapitaalaflossingen van vóór 1.1.1989
aangegane hypothecaire leningen, daar die aflossingen zijn gereglementeerd
door art. 516, § 2, eerste lid, WIB 92, waarop de in art. 526, §§ 1 en 2,
WIB 92, aangebrachte wijzigingen geen invloed hebben.]

  
k) vak VIII, E, 1 : tekstaanpassing ingevolge de
invoeging van art. 526, § 2, vierde lid, WIB 92, door art.
6, 2°, W 25.4.2007 tot wijziging van sommige bepalingen van
het WIB 92, teneinde ze in overeenstemming te brengen met
bepaalde principes van het Verdrag tot oprichting van de
Europese Gemeenschap en de Overeenkomst betreffende de
Europese Economische Ruimte, waardoor de verhoogde
vermindering voor het bouwsparen voor de premies van
individuele levensverzekeringen die uitsluitend dienen tot
waarborg of wedersamenstelling van een vanaf 1.1.1993 (10)
aangegane hypothecaire lening, verruimd is tot de woningen
gelegen in andere lidstaten van de Europese Economische
Ruimte;
  
[(10) Die
verruiming geldt niet voor de premies van individuele levensverzekeringen
die uitsluitend tot waarborg of wedersamenstelling van een vóór 1.1.1993
aangegane hypothecaire lening gesloten zijn daar die premies gereglementeerd
zijn door art. 516, § 3, WIB 92, waarop de invoeging van art. 526, § 2,
vierde lid, WIB 92, geen invloed heeft.]

   
l) vak IX, F : twee nieuwigheden m.b.t. de
belastingvermindering voor energiebesparende uitgaven, nl. :
 
  • schrapping van de lage temperatuurketels in de opsomming
    van de installaties die in aanmerking komen voor de vervanging van oude
    stookketels, als gevolg van de uitdoving van art. 2, tweede lid, KB 20.12.2002 tot
    wijziging van het KB/WIB 92 inzake de
    belastingvermindering voor energiebesparende uitgaven in
    een woning (BS 28.12.2002) (zie ook circ.
    Ci.RH.331/554.678 van 20.2.2003, nr. 8.2);
  • tekstaanpassingen ingevolge de verhoging van het
    maximumbedrag van de belastingvermindering (per woning) van 1.000 EUR tot 2.000 EUR, te verhogen met 600 EUR (11)
    in de mate dat de uitgaven gedaan zijn voor de
    installatie van een systeem van waterverwarming door
    middel van zonne-energie of voor de plaatsing van
    zonnecelpanelen voor het omzetten van zonne-energie in
    elektrische energie (cf. art. 145/24, vierde lid, WIB 92,
    zoals gewijzigd door art. 11, Programmawet (I)
    27.12.2006 en door art. 78, Programmawet 27.4.2007 (12);

[(11) Te indexeren bedragen.
(12) Thans art. 14524, § 1, vierde lid, WIB 92 (cf. art. 3, W 27.4.2007 tot
invoering van een belastingvermindering voor passiefhuizen).]

m) vak XIV, A, 1 en 2, f, 1° : tekstaanpassing als gevolg
van het feit dat de inkomsten van gemeenschappelijke
beleggingsfondsen (andere dan toegekend naar aanleiding van
de inkoop van eigen aandelen of van de gehele of
gedeeltelijke verdeling van het maatschappelijk vermogen van
die fondsen) voortaan in hun geheel moeten worden aangemerkt
als interesten die afzonderlijk belastbaar zijn tegen 25 %
(tenzij de volledige globalisatie voordeliger is) wanneer de
beheersvennootschappen van die fondsen ze niet per
inkomstencategorie hebben uitgesplitst (cf. de art. 2, § 1,
5°bis, 19ter, 171, 3°quater, 269, eerste lid, 4°, en 321bis,
WIB 92, ingevoegd door, respectievelijk, de art. 313, 314,
318, 326, 1°, en 327, W 27.12.2006 houdende diverse
bepalingen (I));
n) vak XV, B, 1 en vak XVIII, Voorafgaande opmerkingen,
Belastingplichtigen uit de artistieke sector
: inlassing van
een toelichting ingevolge de invoering van de vrijstelling
(voor een maximumbedrag van 2.000 EUR (13) per kalenderjaar)
van de forfaitaire onkostenvergoedingen toegekend wegens het
leveren van artistieke prestaties en/of het produceren van
artistieke werken voor rekening van een opdrachtgever (cf.
art. 97, § 2, respectievelijk art. 38, § 1, eerste lid, 23°,
en § 4, WIB 92, ingevoegd door art. 3, respectievelijk art.
2, W 25.4.2007 tot wijziging van het WIB 92, inzake de
vergoedingen toegekend aan kunstenaars - BS 10.5.2007);
  
[(13) Bedrag te
indexeren overeenkomstig art. 178, § 4, WIB 92, ingevoegd door art. 4, W
25.4.2007 tot wijziging van het WIB 92, inzake de vergoedingen toegekend aan
kunstenaars (BS 10.5.2007).]

   
o) vak XVI, 5 : de revalorisatiecoëfficiënt die geldt
voor de vaststelling van het gedeelte van de huurinkomsten
dat als een bezoldiging van bedrijfsleider moet worden
aangemerkt (zie art. 32, tweede lid, 3°, WIB 92), is voor
aj. 2008 gelijk aan 3,65 (cf. art. 1, KB/WIB 92, zoals
gewijzigd door art. 1, KB 12.2.2007 tot wijziging van het
KB/WIB 92, op het stuk van de revalorisatiecoëfficiënt voor
kadastrale inkomens - BS 19.2.2007);
p) vak XVII, 4, Meerwaarden op binnenschepen bestemd voor
de commerciële vaart
: inlassing van een toelichting
ingevolge de invoering van de vrijstelling van de
desbetreffende meerwaarden (cf. art. 44ter, WIB 92,
ingevoegd door art. 108, W 25.4.2007 houdende diverse
bepalingen (IV));
q) vak XVII, 10 : tekstaanpassing ingevolge de verhoging
(sinds 1.1.2005) van de maximumgrenzen van het brutodagloon
en het bruto-uurloon van de bijkomende personeelsleden met
een laag loon door art. 1, B, KB 10.8.2004 tot wijziging van
het KB 19.3.1998 tot uitvoering van art. 29, Programmawet
10.2.1998 tot bevordering van het zelfstandig
ondernemerschap (BS 9.9.2004) (zie ook circ.
Ci.RH.242/568.417 van 1.3.2005, nr. 11);
r) vak XVII, 12 en vak XVIII, 11 : wijziging van de
percentages van de investeringsaftrek (cf. Bericht in
verband met de investeringsaftrek - BS 15.2.2007).

NAMENS DE MINISTER :
Voor de administrateur Kleine en

Middelgrote Ondernemingen:
De Directeur,

S. QUINTENS

Mondelinge vraag nr. 4389 van de heer De Potter dd. 23.04.2008 Giften - Fiscale attesten - Erkenning

May 6th, 2008 by Push Service

VRAAG 08/4389

Mondelinge vraag nr. 4389 van de heer De Potter dd. 23.04.2008

Beknopt Verslag, Kamercommissie Financiën, Com 181, blz. 1-2

Giften
- Fiscale attesten
- Erkenning

VRAAG

    Geldgiften aan culturele instellingen die door de
Koning erkend zijn, mogen van de netto inkomsten worden afgetrokken.
Vormingsinstellingen en vormingsdiensten voor personen met een handicap die
onderdeel zijn van een federatie, worden niet erkend. Hierdoor kunnen zij
geen fiscale attesten uitreiken en lopen zij dus heel wat inkomsten mis. Dit
gebeurt op basis van het argument dat de federatie waarvan zij deel uitmaken
reeds subsidies ontvangt van de Vlaamse overheid.

    Klopt deze argumentatie? Is de minister van plan de
wet aan te passen of er alleszins voor te zorgen dat deze instellingen en
diensten erkend kunnen worden?

ANTWOORD (de heer Clerfayt, Staatssecretaris)

    Een soortgelijk probleem werd in november 1997
aangekaart in de commissie Financiën door de heer Schoeters.

    Organisaties die als culturele instellingen erkend
willen worden op basis van artikel 104, 3, d van het WIB 92, moeten voldoen
aan een reeks voorwaarden die in artikel 58 van het uitvoeringsbesluit zijn
vastgelegd. Ze moeten onder andere werkzaam zijn in het domein van de
verspreiding van cultuur, worden gesubsidieerd door de Staat of een
Gemeenschap en een invloedsgebied hebben dat een van de Gemeenschappen of
het hele land bestrijkt.

    Door de wijziging van de Vlaamse subsidieregeling
bleek de erkenning niet mogelijk voor organisaties die een
samenwerkingsverband hadden opgericht. In de loop van 1999 werden de
federale ombudsmannen hierover aangesproken. Na overleg tussen de fiscale
administratie en de Vlaamse Gemeenschap heeft men hun in juni 2003 een
mogelijke oplossing meegedeeld.

    Het probleem voor de vormingsinstellingen voor
personen met een handicap komt voort uit het decreet van 4 april 2003. Mijn
administratie zou dit best onderzoeken in overleg met het agentschap
Sociaal-Cultureel Werk voor Jeugd en Volwassenen van de Vlaamse overheid.
Desnoods overleg ik met mijn Vlaamse collega van Cultuur.

CONCLUSIE (van de heer De Potter)

    De giften zijn voor deze vormingsinstellingen van
groot belang en ik ben dus verheugd dat de minister het overleg met de
administratie en de Gemeenschappen zal starten.

Verkoop van groenestroomcertificaten voortaan onderworpen aan btw (Beslissing 26 februari 2008)

March 29th, 2008 by Push Service

BESLISSING ET113522

Beslissing nr. E.T.113.522 dd. 26.02.2008

Dienst

-
Tarief

-
Verhandeling van groenestroomcertificaten

-
Warmtekrachtcertificaten

    Teneinde te voldoen aan de richtlijnen inzake
hernieuwbare energiebronnen opgelegd door de Europese Unie, heeft België
geopteerd voor de invoering van een minimumnorm hernieuwbare energiebronnen,
gecontroleerd via groenestroomcertificaten. Binnen dit systeem wordt iedere
elektriciteitsleverancier verplicht een minimum aandeel van zijn aan
eindverbruikers geleverde elektriciteit te betrekken uit hernieuwbare
energiebronnen. Hiertoe worden de elektriciteitsleveranciers verplicht om
een corresponderend aantal groenestroomcertificaten voor te leggen aan de
reguleringsinstantie en wordt per ontbrekend certificaat een administratieve
geldboete opgelegd, zodat de naleving van deze verplichting wordt opgevolgd
en afgedwongen.

    Groenestroomcertificaten worden door de
reguleringsinstantie bij de productie van groene stroom toegekend aan de
producent, en zijn vrij verhandelbaar. De elektriciteitsleveranciers kunnen
bijgevolg de opgelegde norm halen door groenestroomcertificaten aan te
kopen. De certificaten kunnen eveneens worden gekocht door personen die niet
gehouden zijn certificaten voor te leggen. De verhandeling van de
groenestroomcertificaten vormt een parallelle markt, los van de verkoop van
elektriciteit.

    Inzake de toepassing van de BTW voorziet beslissing
nr. E.T. 110.775 van 28 februari 2006 dat de groenestroomcertificaten dienen
aangemerkt te worden als verhandelbare waardepapieren (andere dan aandelen
of obligaties) die worden beoogd door de vrijstelling van artikel 44, § 3,
10° van het Btw-Wetboek. De overdracht van dergelijke certificaten is
bijgevolg vrijgesteld van BTW. Diensten inzake bewaring en beheer van die
certificaten zijn evenwel belastbaar op grond van de uitzondering voorzien
in voornoemd artikel 44, § 3, 10°.

    Deze beslissing was het gevolg van besprekingen op
Europees niveau betreffende de quota voor de emissie van CO2 en
tijdens dewelke er werd beslist de problematiek van de groene stroom nog
verder te bestuderen. Zij was dan ook slechts voorlopig van toepassing.

    Na grondig onderzoek betreffende zowel de intrinsieke
kenmerken van de groenestroomcertificaten als de wijze waarop zij op fiscaal
vlak worden behandeld in de verschillende Europese landen die voor de
invoering van een dergelijk systeem opteerden, moet men vaststellen dat de
groenestroomcertificaten eerder verwant zijn met rechten die vergelijkbaar
zijn met licentierechten en dat het onjuist is deze nog te beschouwen als
verhandelbare titels (andere dan aandelen of obligaties) te beschouwen zoals
bedoeld in de vrijstelling van voornoemd artikel 44, §3, 10°.

    Bijgevolg is de verhandeling van
groenestroomcertificaten, zoals de verhandeling van quota voor de uitstoot
van gassen met broeikaseffect (zie beslissing nr. E.T. 109.133 van 16 maart
2005), een dienst als bedoeld in artikel 18, §1, tweede lid, 7° van het
Btw-Wetboek. Deze overdracht is aan de BTW onderworpen tegen het normaal
tarief, wanneer deze overeenkomstig artikel 21, § 2, of 21, § 3, 7°, a), van
het BTW-Wetboek hier te lande plaatsvindt. Terzake is geen enkele
vrijstelling van toepassing.

    Onderhavige beslissing treedt in werking vanaf 1 april
2008. De hiervoor omschreven beslissing nr. E.T. 110.775 van 28 februari
2006 evenals de beslissing nr. E.T.110.775/2 van 24 april 2006, tweede lid,
in fine betreffende warmtekrachtcertificaten wordt vanaf die datum
opgeheven.

Vonnis van de Rechtbank van Eerste Aanleg te Namen dd. 21.11.2007 Levensverzekering

March 9th, 2008 by Push Service

ARREST N1 07/1083

Vonnis van de Rechtbank van Eerste Aanleg te Namen dd. 21.11.2007

Levensverzekering

    Een levensverzekeringscontract dat inging op 01.12.1993
en verstreek op 01.12.2001 heeft noodzakelijkerwijze een duur van meer dan
acht jaar. Dergelijk contract geniet de vrijstelling van roerende
voorheffing

VOLLEDIGE TEKST

TRIBUNAL DE PREMIER INSTANCE DE NAMUR

4ème chambre

Rôle général : 1748/05               
Répertoire: 12416
                                                       
Ordre :  1950

JUGEMENT LOI FISCALE

Prononcé le 21 NOVEMBRE 2007

La quatrième chambre civile du tribunal de première instance de NAMUR a
prononcé, en langue française, le jugement suivant:

EN CAUSE DE :

1.    D. J.-C., et

2.    D. N., domiciliés tous deux à …,

DEMANDEURS,
représentés par Me G. & Me D., avocats à …,

CONTRE :

L’ETAT BELGE, service public fédéral FINANCES, poursuites et
diligences de Madame le directeur régional des contributions directes de
NAMUR, dont les bureaux sont établies à …,

DEFENDEUR,
comparaisent par M. D., inspecteur principal chef de service.

Vu la requête contradictoire déposées par les demandeurs, reçue au greffe
le 19 septembre 2005, introduisant - en application des articles 569 al. 1.,
32°, 1385 decies et 1385 undecies du Code judiciaire - une action ayant pour
objet la contestation des cotisations suivantes à l’impôt des pesonnes
physiques et à la taxe communal additionnelle
établies à leur charges
dans les rôles formés pour la Commune de Profondeville :

  • Exerice 2002, revenus de 2001, article 749105120 (supplément à
    l’article 746711919).

En l’absence de décision prise par Monsieur le Directeur régional des
Contributions directes à Namur,
sur la réclamation qu’ils avaient
présentée le 4 mars 2005;

Vu l’ordonnance rendue le 19 septembre 2005, en application de l’article
569 al. 1 du Code judiciaire, ayant ordonné la comparution des parties à
l’audience de la quatrième chambre du tribunal du 5 octobre 2005;

Vu les pièces de la procédure, telles qu’inventoriées et, en particulier:

  • Les conclusions des parties :
  • L’avis de fixation notifié aux parties le 20 novembre 2006, en
    application de l’article 750 du Code judiciaire, pour l’audience du 24
    octobre 2007 ;

Entendu, à la susdite audience, le conseil des demandeurs et Monsieur P.
D., représentant le défendeur;

Vu les pièces déposées par les parties;

Objet de la demande

Les demandeurs postulent en ordre principal :

  • Le dégrèvement des cotisations litigieuses.
  • La condamnation du défendeur au remboursement de toutes sommes
    indûment perçues, majorées des intérêts légaux.
  • La condamnation du défendeur aux dépens de l’instance.

Ils demandent, subsidiairement, au tribunal de surseoir à statuer et
d’ordonner la production de documents faisant partie d’un dossier pénal n°
70.97.523/98 ouvert à charge du groupe AGF/Assubel et mentionné dans l’avis
de rectification qui leur a été adressé du 13 octobre 2004 ainsi qu’une
copie d’un accord intervenu entre la société AGF L. L. et l’administration
fiscale le 21 mai 2003.

Sur la recevabilité

La demande a été introduite dans les formes et dans le délai prévus par
la loi.
Elle est recevable.

Sur le fond

RETROACTES

Le 1er demandeur J.-C. D., a souscrit auprès de la
SA AGF L. L., le 2 décembre 1993, un contrat «
L.- I. » n° 5900738, pour une valeur initiale de 1.050.000 BEF (26.028,82
?).

Suivant les conditions particulières de ce contrat, la date d’effet
initiale était le 1er décembre 1993 et la date
d’expiration était le 1er décembre 2001. La valeur à
terme était fixée à 1.596.111 BEF (39.566,56 ?).

Par un avis de rectification du 13 octobre 2004, l’administration a
notifié aux demandeurs son intention:

  • De rectifier leur déclaration à l’IPP de l’exercice 2002 en majorant
    leur base imposable de revenus mobiliers taxables d’un montant de
    13.537,74 ? (546.111 BEF), correspondant à la différence entre la valeur
    initiale du susdit contrat et sa valeur à terme.
     
  • D’appliquer un accroissement de 50% sur la quotité de la cotisation
    enrôlée en raison de cette majoration.

L’Administration motivait son avis de rectification comme suit :

« En date du 11 juin 1998, Monsieur le Procureur Général près la Cour
d’Appel de Bruxelles a accordé à l’Administration fiscale, l’autorisation de
consulter le dossier judiciaire n° 70.97.523/98 (à charge du groupe
AGF/ASSUBEL) et d’obetnir copie des pièces dudit dossier qui seraient jugées
nécessaires pour assurer l’établissement ou la perception des impôts étalibs
par l’Etat (…) Il ressort de l’analyse des documents issus de ce dossier
judiciaire que vous avez souscrit notamment le contrat de type «L.» suivant
: - LCVF05900738 au nom de D. J. C., émis le 1/12/1993 pour une valeur
initiale de 1.050.000 fb, conclu pour une durée de 7 ans auprès de AGF VIE
L. SA, et dont la valeur à terme était fixée à l’origine à 1.596.111 bef.
Dans le cas qui nous occupe, l’exonération prévue à l’article 21, 9°, b, du
CIR 92 ne peut être invoquée et les revenus de ces placements doivent donc
être déclarés et imposés en application de l’article 19 du CIR92 ».

Les demandeurs ont marqué leur opposition à cette rectification par
lettre du 20 octobre 2004, mais l’administration a maintenu sa position et a
procédé à l’enrôlement du supplément d’impôt, l’accroissement étant
toutefois ramené à 10%.

Par lettre recommandée du 4 mars 2005, le conseil des demandeurs a
introduite une réclamation.

Aucune décision n’étant intervenue dans les six mois, les demandeurs ont
engagé la présente action.

ANALYSE DES THESES EN PRESENCE

Le défendeur maintient la position de son administration, n’admettant le
dégrèvement qu’en ce qui concerne l’accroissement.

Il invoque l’article 21, 9° , b) du CIR 92, selon lequel les revenus
compris dans les capitaux ou valeurs de rachat afférents à des contrats
d’assurance-vie conclus par une personne physique ne sont exclus de la
catégorie des revenus de capitaux et biens mobiliers imposables à ce titre
que lorsqu’ils résultent d’un contrat conclu pour une durée supérieure à
huit ans et que ces capitaux ou valeurs de rachat sont effectivement payés
plus de huit ans après la conclusion du contrat.

En l’espèce, toute la question est de savoir si le contrat litigieux a
été ou non conclu pour une durée supérieure à huit ans.

Le défendeur soutient que la réponse est non, se référant à un jugement
du tribunal de 1ère instance de Liège du 24/11/2005,
inédit, qu’il produit.

Ce jugement se réfère à des faits qui sont apparement similaires (même
type de contrat avec la même compagnie établie au Luxembourg, conclu le
15/09/1993 pour expirer le 15/09/2001).

Selon ce jugement, le tribunal de 1ère instance de
Liège ne semble pas conterster qu’une année normale compte 365 jours, ni
qu’une année civile s’étend du 1er janvier au 31
décembre, mais fait valoir « que les jours … qui composent une année
sont eux-mêmes composés de 24 heures »
et que « il convient donc de
préciser qu’une année civile s’étend du 1er janvier à
zéro heures au 31 décembre à minuit »
et qu’il est dès lors évident pour
lui « que le 31 décembre à minuit d’une année n correspond au 1er
janvier à zéro heure de l’année n + 1 ».

Le défendeur reconnaît quand même que le 1er
demandeur n’a pas eu l’intention d’éluder l’impôt puisqu’il était fondé à
considérer que son contrat répondait aux conditions d’exonération fixées par
la loi.

Il admet donc le dégrèvement de l’accroissement infligé (soit 203,07 ?).

*

Les demandeurs soutiennent, de leur côté, que le contrat dépassait bien
la durée de 8 années puisque la durée comprise entre sa date de prise
d’effet ( le 1er décembre 2001) comporte
nécessairement 8 années et un jour.

Il relèvent que si, ni la doctrine, ni la jurisprudence n’abordent cette
question c’estr parce qu’il relève de l’évidence qu’une année civile (ou
calendaire) commence le 1er janvier à 0h00 et se
termine le 31 décembre à miniut et que par conséquent, une période définie
comme courant du « 1er septembre 1991, aucun
préavis n’ayant été notifié au moins six mois à l’avance, il arrive à
expiration le 31 août 2000 »
(Manuel permanent des baux à loyers et des
baux commerciaux, B-II-3-4) ou encore, en matière de polices d’assurances
annuelles (les polices voiture, RC, etc…) mentionnent une durée telle que,
par exemple, du 8 juillet 1999 au 27 juillet 2000, car la prime couvre une
période d’une année.

Les demandeures ajoutent que l’administration fiscale elle-même calcule
un exercice d’imposition de cette manière: il débute le 1er
janvier à 0h00 et finit le 31 décembre à miniut (voir article 359
CIR92).

Puisque