Circulaire - Personenbelasting - Personeel Eurocontrol - Bijkomende vermindering voor buitenlandse inomsten - Fiscale tegemoetkoming in verband met de persoonlijke toestand of de gezinstoestand
June 12th, 2008 by Push ServiceCirculaire nr. Ci.RH.331/575.420 (AOIF 21/2008) dd. 05.06.2008
BEREKENING VAN DE PB
Bijkomende vermindering voor buitenlandse inomsten
Vermindering voor buitenlandse inkomsten
BUITENLANDS INKOMEN
Vrijgesteld buitenlands inkomen
PERSONENBELASTING
Berekening van de PB
Fiscale tegemoetkoming in verband met de persoonlijke toestand of de gezinstoestand
Personenbelasting. - Belastingvermindering voor inkomsten
van buitenlandse oorsprong die bij overeenkomst zijn vrijgesteld. - Gevolgen van
het arrest de Groot. - Personeelsleden van EUROCONTROL.
Aan alle ambtenaren.
1. De vraag is gesteld of de personeelsleden van
EUROCONTROL van wie de bezoldigingen in de PB zijn vrijgesteld met
progressievoorbehoud (hierna “personeelsleden van EUROCONTROL”
genoemd), in aanmerking komen voor de toepassing van de bijkomende
vermindering voor bij overeenkomst vrijgestelde inkomsten, waarvan
sprake in de circulaire van 12.3.2008, met dezelfde referte als
hierboven.
2. In zijn arrest van 12 december 2002 heeft het
Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen geoordeeld dat “artikel 48 van het EG-Verdrag (inzake vrij verkeer van
werknemers binnen de EU) -thans, na wijziging artikel 39,
EG-Verdrag- in de weg staat aan een regeling ? op grond waarvan een
belastingplichtige voor de berekening van zijn inkomstenbelasting in
de woonstaat een deel van het profijt van zijn belastingvrije som en
van zijn persoonlijke fiscale
tegemoetkomingen verliest doordat hij in het betrokken jaar ook
in een andere Lidstaat inkomsten heeft verworven, waarvoor hij
aldaar is belast zonder dat daarbij zijn persoonlijke en
gezinssituatie in aanmerking is genomen”.
3. Derhalve is er een belemmering van vrij
verkeer van werknemers in het geval waarin :
- de belastingplichtige in België niet
volledig de fiscale tegemoetkomingen die verband houden met zijn
persoonlijke toestand en zijn gezinstoestand heeft kunnen
genieten omdat hij tijdens het betrokken jaar eveneens
bezoldigingen in een andere Lidstaat van de EER heeft verkregen,
EN
- de bedoelde bezoldigingen die in de andere
Lidstaat van de EER verkregen zijn, aldaar belast zijn zonder
zijn persoonlijke toestand en zijn gezinstoestand in acht te
nemen.
4. Dat de “personeelsleden van EUROCONTROL” voor
de berekening van de PB, de fiscale tegemoetkomingen die verband
houden met de persoonlijke toestand of de gezinstoestand niet
volledig kunnen genieten, is te wijten aan het feit dat zij
vrijgesteld zijn van nationale inkomstenbelastingen op de lonen en
salarissen die hen door de Organisatie EUROCONTROL worden uitgekeerd
krachtens het gewijzigd artikel 3 van het Additioneel Protocol van
6 juli 1970 bij het Internationaal Verdrag tot samenwerking in het
belang van de veiligheid van de luchtvaart “EUROCONTROL”, en niet
omdat zij tijdens het betrokken jaar bezoldigingen hebben verkregen
in een andere Lidstaat van de EER. Ter zake is het van geen
belang dat de werkzaamheid in België of in een andere Lidstaat van
de EER wordt uitgeoefend.
5. Bovendien hebben de bedoelde personeelsleden
bij de vaststelling van de belasting die door de Organisatie
EUROCONTROL wordt geheven op de door haar uitgekeerde lonen en
salarissen (interne belasting), alle tegemoetkomingen gekregen die
verband houden met de persoonlijke toestand en de gezinstoestand
welke door de ter zake vigerende regeling zijn voorzien (aftrek van
de toelage voor kinderen ten laste, de schooltoelage, enz. van de
belastbare grondslag - cf. art. 3, punt 2 van bijlage V van het
“Administratief Statuut voor het Personeel in vaste dienst van
EUROCONTROL”) (cf., mutatis mutandis, nr. 8, circ. Ci.RH.331/575.420
van 12.3.2008) (1).
[(1) Het Hof van Justitie van Europese Gemeenschappen heeft geoordeeld
dat de woonstaat ontheven kan zijn van de verplichting om de persoonlijke en
gezinssituatie van de belastingplichtige geheel voor zijn rekening te nemen
indien hij constateert dat een of meer werkstaten, zelfs buiten enige
overeenkomst om, over de door hen belaste inkomsten voordelen verlenen die
verband houden met de persoonlijke en gezinssituatie van
belastingplichtigen die niet op het grondgebied van deze werkstaten wonen,
maar aldaar belastbare inkomsten verwerven (cf. nr. 100, Arrest 12.12.2002,
F.W.L. de Groot). Er wordt geenszins vereist dat de voordelen welke die
andere staten hebben verleend, vergelijkbaar zijn met die welke in de
woonstaat van toepassing zijn.]
6. Daaruit vloeit voort dat die personen het
arrest “de Groot” niet kunnen inroepen om aanspraak te maken op
fiscale tegemoetkomingen inzake PB zoals de bijkomende
belastingvermindering waarvan sprake in circ. Ci.RH.331/575.420 van
12.3.2008.
7. Het bovenstaande is mutatis mutandis van
toepassing op de functionarissen en personeelsleden van
internationale organisaties die vrijgestelde inkomsten met
progressievoorbehoud verkrijgen op grond van andere internationale
verdragen of akkoorden (zie inzonderheid circ. Ci.R.9 Div./579.355
(AOIF 36/2006) van 11.8.2006).
Voor de administrateur
Kleine en Middelgrote Ondernemingen :
De Directeur,
S. QUINTENS