700.220
Voorafgaande beslissing nr. 700.220 dd. 29.01.2008
Personenbelasting
Meerwaarde
Meerwaarde op aandelen
Privé-vermogen
Normaal beheer van het privé-vermogen
Vennootschapsbelasting
Gestort kapitaal
Definitief belast inkomen
Aftrek van DBI
Samenvatting
De geplande inbreng van certificaten van aandelen door mevrouw B, mevrouw
C, de heer D en de heer E maakt een normale verrichting van beheer van een
privé-vermogen bestaande uit portefeuillewaarden uit, gelet op de
engagementen door de aanvragers, zodanig dat de naar aanleiding daarvan
verwezenlijkte meerwaarden niet als in artikel 90, 1° WIB 92 vermelde
diverse inkomsten moeten worden aangemerkt.
De inbrengen van certificaten van aandelen in hoofde van de 4 BVBA?s
vertegenwoordigen fiscaal gestort kapitaal in de zin van de artikels 18, 2°
en 184 WIB 92.
De dividenden die door NV A zullen worden uitgekeerd aan de 4 BVBA?s
komen in aanmerking voor de DBI-aftrek conform artikel 202 e.v. WIB 92, voor
zover de aandelen gedurende een ononderbroken periode van ten minste één
jaar in volle eigendom worden gehouden.
I. Voorwerp van de aanvraag
De aanvraag strekt ertoe te vernemen of:
1. de ?interne meerwaarden?, gerealiseerd door de certificaathouders (de
4 kinderen) naar aanleiding van de inbreng van hun certificaten van aandelen
van de operationele vennootschap NV A in hun respectievelijke
vennootschappen (BVBA?s), zoals verder beschreven, kaderen binnen het
normaal beheer van een privé-vermogen en derhalve niet beschouwd zullen
worden als zijnde diverse inkomsten overeenkomstig artikel 90, 1° WIB 92;
2. mits een correcte bedrijfseconomische waardering en gelet op de
huidige stand van de wetgeving, de inbrengen in hoofde van de BVBA?s fiscaal
gestort kapitaal vertegenwoordigen in de zin van de artikels 18, 2° en 184
WIB 92;
3. de engagementen voor een belastingvrije inbreng van de certificaten,
zoals verder beschreven, niet worden geschonden indien:
de 4 kinderen (aandeelhouders/bestuurders van de BVBA?s), een jaarlijks
beperkt bedrag (onder de vorm van dividenden en/of bestuurdersvergoedingen),
zoals toegelicht in de punten 52 - 56, zullen ontvangen dat voor hen zal
dienen als ?leefgeld?;
de BVBA?s een (beperkte) jaarlijkse bestuurders- of managementvergoeding,
zoals toegelicht in de punten 46 - 51, zullen ontvangen van NV A;
de BVBA?s een jaarlijks dividend zullen ontvangen van NV A, waarvan de
grootte volledig vrij te bepalen is, aangezien deze bedragen zullen dienen
om investeringen/beleggingen te verrichten binnen de BVBA?s;
4. de dividenden die door NV A zullen worden uitgekeerd aan de BVBA?s in
aanmerking komen voor de aftrek Definitief Belaste Inkomsten (hierna
DBI-aftrek genaamd) conform artikel 202 e.v. WIB 92.
II. Omschrijving van de verrichtingen
II.A. Beschrijving van de activiteiten van bij de geplande
reorganisatie betrokken entiteiten
5. Al de bij de reorganisatie betrokken entiteiten (zijnde de
vennootschappen NV A, BVBA B, BVBA C, BVBA D, BVBA E en de Stichting
Administratiekantoor F) maken deel uit van de groep A.
6. De vennootschappen BVBA B, BVBA C, BVBA D en BVBA E zijn de
vennootschappen van de 4 kinderen, zijnde mevrouw B, mevrouw C, de heer D en
de heer E.
7. De strategie die destijds door de groep A werd gevolgd, bestond erin
om per activiteit een afzonderlijke vennootschap op te richten waarbij zowel
het onroerend goed als de activiteit werd ondergebracht in één en dezelfde
vennootschap.
8. Na de verkoop van haar onroerend goed bestond de functie van de
vennootschap NV A hoofdzakelijk uit het management van de vennootschap NV G.
Daarnaast stond NV A in voor het management van de vier overige
vennootschappen (NV H., NV I, NV J en NV K) en werden door haar een aantal
investeringen gedaan in onroerende goederen.
9. NV A fuseerde vervolgens, waarbij de toenmalige vennootschap NV A het
gehele vermogen van de vennootschappen NV H (die vóór de fusie een
deelneming aanhield in NV G), NV I, NV J en NV K, en dit zowel de rechten
als de verplichtingen, overnam. Het belangrijkste doel van de voorgestelde
fusie was het combineren van de sterke punten van de vijf vennootschappen
evenals het wegwerken van een aantal inefficiënties dewelke inherent waren
aan de daarvoor geldende structuur. Door deze fusie werden enkele bijkomende
onroerende goederen ondergebracht in NV A, zijnde de onroerende goederen van
de vennootschappen NV I en NV J (zie punt 11).
10. Daarnaast werd (ten gevolge van deze fusie) de vennootschap NV A
aandeelhouder van de vennootschap NV G. Nadien werd dan vervolgens de
participatie in NV G verkocht door NV A.
11. Momenteel maken de onroerend goed activiteiten van NV A haar
hoofdactiviteit uit.
12. Naast haar onroerend goed activiteiten beheert NV A ook het roerend
patrimonium dat zich in de vennootschap bevindt.
13. Het bestuur van de NV A wordt momenteel uitgemaakt door de ouders,
zijnde de heer en mevrouw Y en de vennootschappen van hun kinderen, zijnde
BVBA B, BVBA C, BVBA D en BVBA E. Het bestuur zal ongewijzigd blijven na de
herstructurering van de Groep A.
14. Het huidige aandeelhouderschap van de vennootschap NV A kan als volgt
weergegeven worden:
99,11 % van de aandelen zijn in handen van de Stichting
Administratiekantoor F (mevrouw B, mevrouw C, de heer D en de heer E hebben
elk 25 % van de certificaten van aandelen NV A in hun bezit);
0,89 % van de aandelen zijn in handen van de heer en mevrouw Y.
15. De vennootschap BVBA B werd opgericht door de heer en mevrouw B.
Beide vennoten bezitten 50 % van de aandelen van de vennootschap en zijn tot
statutaire zaakvoerders benoemd voor een onbepaalde duur. Het bestuursorgaan
van de vennootschap zal ongewijzigd blijven ná de inbreng van de
certificaten. Naar aanleiding van de inbreng van de certificaten van
aandelen NV A door mevrouw B (zie verder) zal het aandelenbezit in de
vennootschap BVBA B wijzigen. Immers, mevrouw B zal bijkomend aandelen BVBA
B verwerven ter compensatie van de inbreng. Hierdoor zal zij over meer dan
50 % van de aandelen van de vennootschap BVBA B beschikken. In dit stadium
is het nog niet mogelijk te bepalen wat de exacte verhouding van het
aandelenbezit zal zijn, aangezien de certificaten nog niet gewaardeerd zijn
door een onafhankelijke revisor.
16. De activiteit van de vennootschap BVBA B is voorlopig beperkt. Verder
voert de heer B een actieve rol als voorzitter in NV A en in het tot stand
brengen van nieuwe initiatieven.
17. Gezien zijn leeftijd verkiezen de heer en mevrouw B de basis te
creëren voor de toekomstige initiatieven van hun kinderen, die allen
potentiele starters en initiatiefnemers zijn voor wat betreft de toekomst.
Zij verkiezen eerst externe professionele ervaring op te doen, maar blijven
sterk geïnteresseerd om in de toekomst hun eigen firma(?s) op te richten.
18. Verder bevat de BVBA reeds een project en is er zeker de intentie om
op dit vlak meerdere initiatieven te ontplooien.
19. Er werd nog meegedeeld dat er plannen zijn om samen met BVBA E te
investeren in een onroerend goed dat momenteel nog eigendom is van NV A. Dit
zou een gunstige evolutie zijn aangezien het onroerend goed anders leeg zou
komen te staan of uiteindelijk verkocht zou worden. Er wordt benadrukt dat
er slechts twee van de vier kinderen/BVBA?s geïnteresseerd zouden zijn in
zulk een project. Door de remmende werking van de huidige structuur van de
groep A zou zulke ?joint venture? niet kunnen doorgaan aangezien de familie
hierover min of meer unaniem zou moeten zijn. Door de herstructurering van
groep A zou zulke unanimiteit niet meer vereist zijn.
20. De vennootschap BVBA C werd opgericht door mevrouw C, die 100 % van
de aandelen van de vennootschap C bezit en is tevens de enige zaakvoerder.
Zowel het aandelenbezit als het bestuursorgaan van de vennootschap zal
ongewijzigd blijven ná de inbreng van de certificaten.
21. De activiteiten van BVBA C zijn momenteel eerder beperkt.
22. Na de herstructurering van de groep A is het echter de bedoeling om
op korte termijn nieuwe activiteiten te ontplooien binnen de BVBA. Zo zijn
er al zeer concrete plannen.
23. De vennootschap BVBA D werd opgericht door de heer en mevrouw D. De
heer D bezit 51 % van de aandelen en mevrouw D bezit 49 % van de aandelen.
De heer D is aangesteld als statutair zaakvoerder voor onbepaalde termijn.
Het bestuursorgaan van de vennootschap zal ongewijzigd blijven ná de inbreng
van de certificaten. Het aandelenbezit zal echter wijzigen naar aanleiding
van de inbreng van certificaten door de heer D, waardoor deze over een
groter percentage van de aandelen BVBA D zal beschikken. In dit stadium is
het nog niet mogelijk te bepalen wat de exacte verhouding van het
aandelenbezit zal zijn.
24. De activiteiten van de vennootschap BVBA D zijn momenteel eerder
beperkt.
25. Na de herstructurering van de groep A is het echter de bedoeling om
ook binnen BVBA D nieuwe activiteiten te ontplooien.
26. De vennootschap BVBA E werd opgericht door de heer en mevrouw E die
beiden benoemd zijn tot zaakvoerder van de vennootschap. Alle aandelen zijn
in handen van de heer E. Het bestuursorgaan van de vennootschap zal
ongewijzigd blijven ná de inbreng van de certificaten.
27. De activiteiten van de vennootschap BVBA zijn momenteel eerder
beperkt.
28. Het is de bedoeling om de (eerder beperkte) huidige activiteiten
verder te zetten. Daarnaast zal er gefocust worden op het vinden van nieuwe
projecten.
29. De raad van bestuur van de Stichting Administratiekantoor F (hierna
STAK genaamd) wordt gevormd door de heer en mevrouw Y.
30. Conform haar statuten heeft de STAK als hoofddoel het tegen uitgifte
van gewone certificaten ten titel van beheer in eigendom verkrijgen en
administreren van aandelen in het kapitaal van NV A, alsmede het uitoefenen
van alle aan de aandelen verbonden rechten, zoals het stemrecht en
claimrecht en het ontvangen van dividenden en andere uitkeringen, waaronder
begrepen liquidatie-uitkeringen, onder de verplichting het ontvangene
onverwijld aan de certificaathouders uit te keren. Conform haar
administratievoorwaarden heeft de STAK de verplichting elk dividend en elke
andere uitkering op de door hem verkregen aandelen bij NV A te innen en
binnen een week na ontvangst het dividend of de uitkering corresponderend
met de certificaten uitgegeven voor deze aandelen betaalbaar te stellen.
Deze bepaling impliceert dat STAK dient aanzien te worden als een fiscaal
transparante entiteit. De STAK beschikt over 99,11 % van de aandelen NV A.
In ruil hiervoor heeft zij destijds certificaten uitgegeven die nu elk voor
één vierde in handen zijn van de kinderen, zijnde mevrouw B, mevrouw C, de
heer D en de heer E.
II.B. Beschrijving van de voorgenomen verrichting
31. De reorganisatie heeft mede tot doel om een deel van het aanwezige
patrimonium van de groep A onder te brengen in de BVBA?s van de 4 kinderen,
zijnde de vennootschappen BVBA B, BVBA C, BVBA D en BVBA E. Op deze manier
kunnen de kinderen zelf beslissingen nemen met betrekking tot toekomstige
projecten en toekomstige investeringen.
32. Hierna worden alle voorgenomen transacties van de reorganisatie
beschreven.
- Voorafgaande inkoop eigen aandelen door NV A (stap 1)
33. Alvorens een deel van het roerend patrimonium van de groep A onder te
brengen in de vier bestaande BVBA?s van de kinderen (zie hierna), is het
aangewezen dat elk kind een gelijk aantal certificaten aanhoudt in NV A.
Hiertoe zullen de 0,89 % van de aandelen die de ouders aanhouden in NV A
worden ingekocht door NV A. Naar aanleiding van deze inkoop zal 10 %
roerende voorheffing worden ingehouden op de zogenaamde ?liquidatiebonus?.
Door deze transactie zullen alle kinderen over een gelijk aantal
certificaten beschikken, terwijl de ouders geen aandeelhouder meer zullen
zijn van NV A. Er wordt benadrukt dat het hier om een disproportionele
inkoop van eigen aandelen gaat, waarbij het de bedoeling zal zijn dat deze
eigen aandelen onmiddellijk na de inkoop worden vernietigd. De aanrekening
hiervan zal waarschijnlijk gebeuren op de bestaande reserves. Er zal
bijgevolg geen kapitaalvermindering plaatsvinden.
- Inbreng van certificaten door de certificaathouders in bestaande
BVBA?s (stap 2)
34. De vier kinderen-certificaathouders overwegen daarna om hun
certificaten NV A in te brengen in hun eigen, bestaande vennootschap (de
BVBA?s):
25 % van de certificaten zullen door mevrouw B worden ingebracht in BVBA
B: hiertoe zullen aandelen van BVBA B worden uitgereikt aan mevrouw B;
25 % van de certificaten zullen door mevrouw C worden ingebracht in BVBA
C: hiertoe zullen aandelen van BVBA C worden uitgereikt aan mevrouw C;
25 % van de certificaten zullen door de heer D worden ingebracht in BVBA
D: hiertoe zullen aandelen BVBA D worden uitgereikt aan de heer D;
25 % van de certificaten zullen door de heer E worden ingebracht in BVBA
E: hiertoe zullen aandelen BVBA E worden uitgereikt aan de heer E.
35. Naar aanleiding van de inbreng gaan zowel de 4 BVBA?s als NV A
volgende verbintenissen aan:
de BVBA?s zullen gedurende een periode van 3 jaar te rekenen vanaf de
inbreng geen kapitaalvermindering doorvoeren (eerste voorwaarde);
NV A zal gedurende een periode van 3 jaar te rekenen vanaf de inbreng
geen kapitaalvermindering doorvoeren, tenzij die middelen door de BVBA?s
worden gebruikt voor bijvoorbeeld nieuwe investeringen of financiering van
andere groepsvennootschappen of verbonden ondernemingen zonder dat deze
geldmiddelen mogen doorstromen naar de aandeelhouders natuurlijke personen
(tweede voorwaarde);
NV A zal gedurende een periode van 3 jaar te rekenen vanaf de inbreng
haar dividenduitkeringen niet wijzigen t.o.v. vroeger (d.w.z. vóór de
inbreng in het kapitaal van de BVBA?s). Er mogen toch hogere dividenden
worden uitgekeerd indien wordt aangetoond dat de dividenduitkeringen worden
gebruikt voor bijvoorbeeld nieuwe investeringen of financiering van andere
groepsvennootschappen of verbonden ondernemingen. De hogere
dividenduitkeringen mogen echter niet doorvloeien naar de aandeelhouders
natuurlijke personen. De hogere dividenden mogen ook worden gebruikt voor de
betaling van aandeelhouders die wensen uit te treden voor zover de
dividenduitkeringen worden gebruikt voor de terugbetaling van een lening of
de aflossing van een rekening-courant die werd aangegaan voor de uitkoop van
sommige aandeelhouders. De terugbetaling van de lening of de aflossing van
de rekening-courant moet echter wel over een voldoende lange periode worden
gespreid (minimum 5 à 7 jaar) (derde voorwaarde);
NV A zal gedurende een periode van 3 jaar te rekenen vanaf de inbreng
haar management-fees, bedrijfsleidersbezoldigingen, enz?die zij zal betalen
laten overeenstemmen met de vroegere bedrijfsleiders-bezoldigingen. De
geldstroom vanuit NV A naar de BVBA?s mag hoger zijn dan de vroegere
bedrijfsleidersbezoldigingen indien blijkt dat hier daadwerkelijk prestaties
tegenover staan (bv. boekhouding, personeel,?) die vroeger op het niveau van
NV A werden verricht en nu door de BVBA?s worden uitgevoerd (eventueel met
overdracht van het betrokken personeel) én marktconform worden doorgerekend
(vierde voorwaarde).
36. De certificaten van aandelen NV A zullen met het oog op de inbreng
door een onafhankelijke bedrijfsrevisor worden gewaardeerd. Met het oog op
de inkoop van 0,89 % eigen aandelen door NV A, zullen ook de aandelen worden
gewaardeerd.
37. Het verslag van de bedrijfsrevisor zal, van zodra dit beschikbaar is,
worden nagestuurd naar de DVB.
- Uitkeringen aan de BVBA?s in de 3-jarige periode na de inbreng
38. Zoals reeds werd beschreven, is de herstructurering van de groep A er
onder andere op gericht om de kinderen toe te laten hun eigen projecten te
realiseren binnen hun eigen vennootschap, zonder dat hiervoor enig
voorafgaandelijk akkoord vereist is van de overige familieleden. Hiervoor
dienen er bijgevolg wel voldoende liquide middelen aanwezig te zijn binnen
deze vennootschappen. De BVBA?s zullen hiertoe enerzijds dividenden
ontvangen van NV A (grootste deel van de vergoedingen) en anderzijds zullen
zij jaarlijks een (eerder beperkte) bestuurders- of managementvergoeding
ontvangen. Met deze liquide middelen zullen zij dan de beoogde
investeringen/beleggingen mee kunnen verrichten.
39. Het is de bedoeling om de in punt 35 aangegane verbintenissen (en dus
het belastingvrije karakter van de inbreng) niet te schenden.
40. Hiervoor dient o.a. de verbintenis aangegaan te worden dat NV A
gedurende een periode van 3 jaar te rekenen vanaf de inbreng haar
dividenduitkeringen niet zal wijzigen t.o.v. vroeger (d.w.z. vóór de inbreng
in de BVBA?s). Er mogen echter wel hogere dividenden worden uitgekeerd
indien wordt aangetoond dat de dividenduitkeringen worden gebruikt voor
bijvoorbeeld nieuwe investeringen of financiering van andere
groepsvennootschappen of verbonden ondernemingen. De hogere
dividenduitkeringen mogen echter niet doorvloeien naar de aandeelhouders
natuurlijke personen.
41. Daarnaast mag NV A gedurende een periode van 3 jaar te rekenen vanaf
de inbreng geen kapitaalvermindering doorvoeren, tenzij die middelen door de
BVBA?s worden gebruikt om bijvoorbeeld nieuwe investeringen of financiering
van andere groepsvennootschappen of verbonden ondernemingen te verrichten
zonder dat deze geldmiddelen mogen doorstromen naar de aandeelhouders
natuurlijke personen.
42. De hoogte van de dividendbetalingen/kapitaalverminderingen die zullen
worden toegekend aan de BVBA?s om investeringen/beleggingen te verrichten op
het niveau van deze BVBA?s (waarbij het geenszins de bedoeling is om de
gelden te laten doorstromen naar de aandeelhouders natuurlijke personen)
mogen dan ook volledig vrij bepaald worden.
43. Er werd bevestigd dat de hogere dividenduitkering zal beperkt worden
tot het bedrag van de ?duurste? investering die door één BVBA zal worden
gedaan. Iedere BVBA zal dus een bedrag ter beschikking krijgen dat
overeenkomt met de ?duurste? investering (eventueel een (directe)
participatie) die één van de BVBA?s zal verrichten.
44. Iedere BVBA, die niet overgegaan is tot investeringen ten belope van
het totale bedrag aan uitgekeerde hogere dividenden binnen de 3-jarige
periode, gaat het engagement aan om het hogere dividend niet aan te wenden
om een kapitaalvermindering door te voeren alvorens het hogere dividend - in
de mate waarin dit hogere dividend niet is aangewend voor investeringen - is
weder uitgekeerd als dividend (met RV) aan de natuurlijke persoon….
45. Het is niet de intentie om tijdens de 3-jarige periode na de inbreng
over te gaan tot een kapitaalvermindering.
46. Met het oog op het belastingvrije karakter van de inbreng, verbinden
de aanvragers zich er ook toe dat de bestuurders- of managementvergoedingen
die in de 3-jarige periode na de inbreng zullen betaald worden aan de BVBA?s
niet hoger zullen zijn dan vóór de inbreng (vierde voorwaarde).
47. De vennootschappen BVBA C en BVBA D hebben een (eerder beperkte)
vergoeding verkregen van NV A.
48. Daar de aangegane vierde verbintenis inhoudt dat gedurende een
periode van 3 jaar te rekenen vanaf de inbreng, de door NV A betaalde
management-fees, bedrijfsleidersbezoldigingen, enz?moeten overeen stemmen
met de vroegere bedrijfsleidersbezoldigingen (betaald aan de BVBA?s), zal NV
A zich gedurende de 3-jarige periode na de inbreng beperken tot het
uitbetalen aan de 4 BVBA?s van een jaarlijkse bestuurdersvergoeding van
maximum X EUR (per BVBA).
49. Dit bedrag kan verantwoord worden door het feit dat dit het laatste
bedrag is dat werd uitbetaald door NV A aan de vennootschappen BVBA C en
BVBA D. Een laatste argument is dat het WIB 92 een minimumbezoldiging
vooropstelt als één van de voorwaarden om te kunnen genieten van het
verlaagd tarief in de vennootschapsbelasting (artikel 215 WIB 92). De
wetgever beschouwt dit bedrag met andere woorden als een absoluut minimum
dat moet uitgekeerd worden (als bedrijfsleidersbezoldiging) op voorwaarde
dat er voldoende financiële ruimte aanwezig is binnen de vennootschap.
50. Er werd meegedeeld dat de bestuurders BVBA?s statutair benoemd zijn
in NV A en dat de vergoeding voor hun bestuurdersmandaat minimaal X EUR per
jaar per BVBA bedraagt. Naast BVBA C en BVBA D heeft ook BVBA E
gelijkaardige vergoedingen ontvangen vanuit NV A. BVBA B heeft (omwille van
een tegenstrijdig belang) in het verleden geen vergoedingen ontvangen vanuit
NV A. Sinds de verkoop van de aandelen NV G is de heer B (bestuurder-aandeelhouder
van BVBA B) als voorzitter van NV A zich meer beginnen te engageren binnen
NV A. Waar vroeger NV A eerder een ?passieve? investering had, dienen de
binnengekomen gelden naar aanleiding van de verkoop van de aandelen nu dan
ook ?actiever? beheerd te worden. Het opvolgen van de diverse beleggingen
vraagt veel tijd en energie, waardoor een geplande bestuurdersvergoeding van
X EUR dan ook volledig gerechtvaardigd is. Naast het zetelen in de raad van
bestuur focussen de BVBA?s zich dan ook op het regelmatige/effectieve beleid
van de vennootschap. Doordat er binnen NV A geen extern dagdagelijks
management aanwezig is, zijn deze activiteiten/verantwoordelijkheden
verdeeld over de verschillende partijen. Gezien de grootte van het vermogen
is dit ook effectief noodzakelijk.
51. De aanvragers zijn dan ook van mening dat de in punt 35 aangegane
verbintenissen niet geschonden worden indien een jaarlijkse
bestuurdersvergoeding van maximum X EUR per BVBA zal gefactureerd worden aan
NV A.
- Uitkeringen aan de kinderen in de 3-jarige periode na de inbreng
52. Daarnaast is het noodzakelijk dat de kinderen als
aandeelhouders/bestuurders van de BVBA?s jaarlijks een (beperkte) vergoeding
zullen krijgen, hetzij via dividenduitkering, hetzij via een
bestuurdersvergoeding. Deze vergoedingen zullen dienen als ?leefgeld? voor
deze personen.
53. Ook hier is het de bedoeling om de in punt 35 aangegane
verbintenissen (en dus het belastingvrije karakter van de inbreng) niet te
schenden. Het opzet is dan ook dat de dividenden die in de 3-jarige periode
na de inbreng vanuit NV A zullen worden uitbetaald aan de kinderen
(aandeelhouders natuurlijke personen) niet hoger zullen zijn dan vóór de
inbreng (derde voorwaarde).
54. Om hierover te kunnen oordelen is het belangrijk te weten welke
dividenden door NV A in het recente verleden zijn uitbetaald aan de
kinderen. Deze dividenden werden door NV A uitgekeerd aan de STAK die deze
dividenden op haar beurt heeft doorgestort aan de certificaathouders.
55. Een goed criterium lijkt om de bedragen van de dividenduitkeringen
die in de 3-jarige periode na de inbreng zullen worden uitgekeerd aan de
aandeelhouders natuurlijke personen te baseren op de gemiddelde
dividenduitkering van de 4 recentste jaren. Er wordt voorgesteld om dit
bedrag verder te zetten naar de toekomst toe.
56. De in punt 35 aangegane verbintenissen worden niet geschonden indien
een totale jaarlijkse dividenduitkering van X EUR zal uitgekeerd worden door
NV A aan de aandeelhouders natuurlijke personen van de BVBA?s. Hierbij is
het de bedoeling dat de STAK de dividenden die zij van NV A ontvangt, zal
doorstorten aan de certificaathouders, zijnde de 4 BVBA?s. Deze
vennootschappen zullen op hun beurt dan deze dividenduitkeringen doorstorten
aan hun aandeelhouders (o.a. de 4 kinderen) na inhouding van een bevrijdende
roerende voorheffing zoals van toepassing op dividenduitkeringen.
III. Motivering van de aanvraag
III.A. Bedrijfseconomische motivering
- Remmende werking van de huidige structuur
57. De huidige structuur van de groep A heeft een remmende werking om op
een goede manier beslissingen te kunnen nemen omtrent de aanwending van het
aanwezige patrimonium (o.a. beslissingen omtrent toekomstige investeringen
en toekomstige activiteiten) wat momenteel is ondergebracht in NV A.
58. Doordat de ouders het bestuur van de STAK uitmaken, beschikken zij in
principe over (bijna) alle beslissingsmacht. De STAK kan als aandeelhouder
van NV A immers beslissen over de samenstelling van het bestuur van NV A, de
hoogte van de dividenduitkeringen vanuit NV A,?In de praktijk is het echter
zo dat zowel de vier kinderen als de twee ouders het merendeel van de
beslissingen min of meer in samenspraak dienen te nemen, wat geregeld voor
een verschil in visie kan zorgen (niet alle kinderen hebben immers dezelfde
interesses). De kinderen wensen reeds sinds geruime tijd hun eigen projecten
op te starten en de huidige structuur werkt dit enigszins tegen, waardoor
uiteindelijk een aantal projecten nog niet zijn kunnen doorgaan. Indien de
huidige structuur in de toekomst zou worden aangehouden is de kans zeer
reëel dat er binnen NV A geen of bijna geen bijkomende activiteiten zullen
worden gerealiseerd, dit om de eenvoudige reden dat elk van de kinderen
afhankelijk is van het oordeel van de overige familieleden omtrent de
aanwending van het aanwezige patrimonium en omdat de meningen hierover
verdeeld zijn.
- Doel van de herstructurering
59. De verschillende transacties zoals hiervoor besproken kaderen allen
binnen een herstructurering van de groep A, waarbij het opzet is dat
uiteindelijk een deel van het patrimonium van de groep in gemeenschappelijke
naam zal beheerd worden door de kinderen (met tussenkomst van de ouders) en
een ander deel van het patrimonium door de vier kinderen (zijnde mevrouw B,
mevrouw C, de heer D en de heer E) afzonderlijk kan beheerd worden in hun
eigen, bestaande BVBA.
60. Zoals reeds eerder vermeld kan het vermogen van NV A grotendeels
opgesplitst worden in het onroerend patrimonium enerzijds en het roerend
patrimonium anderzijds. Het is de wens van de familie dat het (grootste deel
van het) onroerend patrimonium van de groep, evenals een gedeelte van het
roerend patrimonium, door de kinderen (en de ouders) gemeenschappelijk
beheerd zal blijven binnen NV A. Het andere deel van het patrimonium zal
(geleidelijk aan) ondergebracht worden in de vier BVBA?s van de kinderen die
dit ieder in eigen naam en voor eigen rekening zullen beheren.
61. Door het onderbrengen van een deel van het (vooral roerend)
patrimonium in de BVBA?s van de kinderen, kunnen deze zelf beslissingen
nemen over welke activiteiten zij wensen te ontplooien en welke
investeringen hiervoor noodzakelijk zijn. Er wordt benadrukt dat ieder van
hen al concrete plannen heeft in dit verband.
62. Het is de bedoeling dat de familie (ouders én kinderen) in
gezamenlijk overleg zal beslissen welk deel van het roerend patrimonium van
de Groep zal ondergebracht worden in de BVBA?s. Aangezien de ouders het
bestuur van de STAK uitmaken, beschikken zij uiteindelijk wel over de
beslissingsbevoegdheid.
63. Daarnaast is de herstructurering van belang om de erfopvolging van de
tweede generatie op een goede manier voor te bereiden, aangezien deze
generatie zelf reeds kinderen heeft (derde generatie). Ook deze generatie
heeft al plannen om bepaalde projecten te verwezenlijken. De aanvragers zijn
dan ook van mening dat het regelen van de opvolging van een familiebedrijf
en het vermijden van eventuele economisch ?remmende? verschillen in visie
een daad van normaal en voorzichtig beheer van een goede huisvader uitmaakt.
- A contrario: niet fiscaal geïnspireerd
64. De herstructurering van de groep A is niet fiscaal geïnspireerd. De
reorganisatie heeft vanuit het standpunt van de belastingplichtige immers
verschillende negatieve fiscale gevolgen, waarvan hierna een beperkt
overzicht kan teruggevonden worden.
65. De herstructurering heeft tot doel om het ontwikkelen van nieuwe
activiteiten/projecten binnen de BVBA?s te stimuleren, waardoor er naar alle
waarschijnlijkheid belastbare basis zal gecreëerd worden binnen deze
vennootschappen. Daarenboven zal een groot deel van de nodige middelen
hiervoor via dividenduitkeringen moeten komen van NV A (zie hiervoor), wat
op zich een negatieve invloed zal hebben op het eigen vermogen van NV A (en
bijgevolg ook op de notionele interestaftrek). Bovendien zijn de uitgekeerde
dividenden in hoofde van NV A fiscaal niet aftrekbaar en worden zij
(weliswaar beperkt - door de DBI-aftrek zal 95 % van de ontvangen dividenden
in hoofde van de BVBA?s vrijgesteld zijn van vennootschapsbelasting) belast
in hoofde van de genieters, zijnde de 4 BVBA?s.
66. De verlaging van de notionele interestaftrek in hoofde van NV A wordt
tenslotte niet gecompenseerd binnen de BVBA?s, aangezien hier geen notionele
interestaftrek zal gecreëerd worden door de aanwezigheid van de certificaten
van aandelen NV A. Deze certificaten zullen immers moeten afgetrokken worden
van het eigen vermogen van de BVBA?s om de notionele interestaftrek in deze
vennootschappen te berekenen, waardoor er weinig of geen notionele
interestaftrek zal overblijven.
III.B. Kwalificatie van de zogenaamde interne meerwaarden in hoofde
van de huidige certificaathouders
67. Cruciaal is de vraag of de zogenaamde interne meerwaarden die in casu
zullen worden gerealiseerd door de certificaathouders naar aanleiding van de
inbreng van hun certificaten in hun respectievelijke vennootschappen al dan
niet kaderen binnen het normaal beheer van een privé-vermogen en meer
bepaald of deze meerwaarden belastbaar zouden zijn conform artikel 90,1° WIB
92.
68. Artikel 90,1° WIB 92 stelt het volgende: ?Diverse inkomsten zijn (?)
winst of baten, hoe ook genaamd, die zelfs occasioneel of toevallig, buiten
het uitoefenen van een beroepswerkzaamheid, voortkomen uit enige prestatie,
verrichting of speculatie of uit diensten bewezen aan derden, daaronder niet
begrepen normale verrichtingen van beheer van privé-vermogen bestaande uit
onroerende goederen, portefeuillewaarden en roerende voorwerpen;?(?)
69. Zoals reeds eerder werd aangehaald maakt de inbreng van de
certificaten door de kinderen deel uit van de herstructurering van de groep
A die erop gericht is om o.a. de remmende werking van de huidige structuur
op te lossen. Door de inbreng van de certificaten kan een deel van het
patrimonium ingebracht worden in de BVBA?s waardoor de kinderen hun eigen
projecten/investeringen kunnen verwezenlijken, zonder dat hiertoe
toestemming vereist is van de andere familieleden. Op deze manier kunnen
bijkomende activiteiten/projecten geëxploiteerd worden. Daarenboven is de
herstructurering van de groep gericht op het voorbereiden van de
erfopvolging naar de derde generatie. Eventuele conflicten tussen erfgenamen
kunnen op deze manier worden vermeden.
70. Bovenvermelde redenen maken dat de voorgestelde transactie in die zin
een normaal beheer van privé-vermogen uitmaakt, waardoor de gerealiseerde
interne meerwaarden niet als belastbaar dienen aanzien te worden. In het
kader van artikel 90,1° WIB 92 wordt er verder opgemerkt dat er in casu geen
sprake is van speculatie (o.a. gezien het geenszins de intentie is de
aandelen/certificaten op korte termijn te gelde te maken).
III.C. Creatie gestort kapitaal naar aanleiding van de inbreng
71. Daarnaast is van belang of de inbrengen van de certificaten door de
kinderen in de BVBA?s fiscaal gestort kapitaal uitmaken in hoofde van de
BVBA?s.
72. Artikel 184 WIB 92 stelt het volgende: ?Het gestorte kapitaal is het
statutaire kapitaal voorzover dat gevormd wordt door werkelijk gestorte
inbrengen en voorzover er geen vermindering heeft plaatsgevonden.?
73. De commentaar op het WIB 92 (Comm. IB. 92 184/4) stelt vervolgens:
?Bij haar oprichting bestaat het maatschappelijk kapitaal van een
vennootschap uit de inbrengen van haar vennoten of aandeelhouders (in geld,
roerende of onroerende goederen, handelsfonds, octrooien, enz.). Wanneer bij
die oprichting het geplaatste maatschappelijk kapitaal onmiddellijk wordt
volgestort, stemt het gestort kapitaal op dat ogenblik overeen met het
maatschappelijk kapitaal.?
74. Volgens artikel 18, 2° WIB 92 omvatten dividenden: ?gehele of
gedeeltelijke terugbetalingen van maatschappelijk kapitaal, met uitzondering
van terugbetalingen van gestort kapitaal verkregen ter uitvoering van een
regelmatige beslissing tot vermindering van het maatschappelijk kapitaal,
overeenkomstig de voorschriften van de gecoördineerde wetten op de
handelsvennootschappen.?
75. Derhalve dienen de ingebrachte certificaten in hoofde van de BVBA?s
dan ook als fiscaal gestort kapitaal aanzien te worden.
III.D. DBI-aftrek op dividenden uitgekeerd door NV A aan de BVBA?s
76. Tenslotte is van belang dat de dividenden die zullen worden
uitgekeerd door NV A aan de BVBA?s (zie ook punten 39 - 45) kunnen genieten
van de zogenaamde DBI-aftrek conform artikel 202 e.v. WIB 92, waardoor de
uitgekeerde dividenden in hoofde van de ontvangende BVBA?s voor 95 % zijn
vrijgesteld van vennootschapsbelasting.
77. In dit kader wordt er verwezen naar de voorafgaande beslissing nummer
300.328 dd. 21 april 2005 waarin wordt gesteld dat de certificering van de
aandelen NV X (in casu NV A) middels Y (in casu de STAK) geen afbreuk doet
aan de toepassing van de DBI-aftrek in België. Aangezien de participatie van
de BVBA?s in NV A (elke BVBA door middel van 25 % van de certificaten)
voldoet aan de voorwaarden van artikel 202 e.v. WIB 92 zullen de uitgekeerde
dividenden in hoofde van de BVBA?s onderworpen zijn aan de DBI-aftrek.
IV. Beslissing
IV.A. Inzake de inbreng van certificaten door mevrouw B, mevrouw C,
de heer D en de heer E in hun respectievelijke BVBA?s
78. De inbreng van de certificaten van aandelen van NV A door mevrouw B,
mevrouw C, de heer D en de heer E in hun respectievelijke BVBA?s moet als
een verrichting worden beschouwd.
79. De meerwaarde die bij de inbreng van de certificaten van aandelen
wordt gerealiseerd is niet het gevolg van speculatie als bedoeld in artikel
90, 1° WIB 92.
80. De certificaten van aandelen zijn portefeuillewaarden als bedoeld in
artikel 90, 1° WIB 92 en behoren tot het privé-vermogen van mevrouw B,
mevrouw C, de heer D en de heer E.
81. Gelet op de engagementen vermeld in punt 35 kan worden aangenomen dat
de verrichting niet als hoofddoel belastingontwijking heeft.
82. NV A wenst aan de BVBA?s een jaarlijks dividend uit te keren, waarvan
de grootte volledig vrij te bepalen is, aangezien deze bedragen zullen
dienen om investeringen/beleggingen te verrichten binnen de BVBA?s (zie
engagement in punt 35.3.). De hogere dividenduitkering zal beperkt worden
tot het bedrag van de ?duurste? investering die door één BVBA zal worden
gedaan. Iedere BVBA zal dus een bedrag ter beschikking krijgen dat
overeenkomt met de ?duurste? investering (eventueel een (directe)
participatie) die één van de BVBA?s zal verrichten. Met dit geld kan dan de
ontwikkeling van de activiteiten die zich binnen de BVBA?s zullen situeren
op gang gebracht worden. De hogere dividenduitkeringen zullen niet
doorvloeien naar de aandeelhouders natuurlijke personen. Iedere BVBA, die
niet overgegaan is tot investeringen ten belope van het totale bedrag aan
uitgekeerde hogere dividenden binnen de 3-jarige periode, gaat daarbij het
in punt 44 opgenomen engagement aan..Er werd benadrukt door de aanvragers
dat het niet de intentie is om tijdens de 3-jarige periode na de inbreng
over te gaan tot een kapitaalvermindering.
83. Daarnaast wensen de aanvragers dat zij als aandeelhouders van de
BVBA?s jaarlijks een beperkte (dividend)vergoeding zullen krijgen. Met het
oog op het bepalen van een dividenduitkering die niet hoger mag zijn dan
voor de inbreng (zie engagement 35.3.), werd een gemiddelde genomen van de
tijdens de laatste vier jaren uitgekeerde dividenden aan de STAK. Derhalve
zullen de dividenden (een totale jaarlijkse dividenduitkering van X EUR) die
doorvloeien naar de aandeelhouders natuurlijke personen niet geacht worden
hoger te zijn dan voor de inbreng. De STAK zal de dividenden die zij van NV
A ontvangt doorstorten aan de certificaathouders, zijnde de 4 BVBA?s, die op
hun beurt de dividenduitkeringen zullen doorstorten aan hun aandeelhouders.
84. Teneinde rekening te houden met het engagement vermeld in punt 35.4.
zal NV A zich gedurende de 3-jarige periode na de inbreng beperken tot het
uitbetalen van een jaarlijkse bestuurdersvergoeding van maximum X EUR aan de
4 BVBA?s. X EUR is immers het laatste bedrag dat werd uitbetaald door NV A
aan BVBA C, BVBA D en BVBA E. Daarenboven is voor de BVBA?s een groot deel
van hun inkomen weggevallen dat zij in het (recente) verleden ontvingen van
de vennootschappen die deel uitmaken van de G Groep.
IV.B. Creatie gestort kapitaal naar aanleiding van de inbreng van
certificaten
85. Volgens Artikel 184, eerste lid WIB 92 is het gestorte kapitaal het
deel van het maatschappelijk kapitaal dat werkelijk is gestort, in zover
geen verminderingen of terugbetalingen hebben plaatsgevonden. In het
kapitaal opgenomen andere winsten dan uitgekeerde winsten die als dusdanig
aan belasting werden onderworpen, worden niet als gestort kapitaal
aangemerkt.
86. Door elk van de 4 BVBA?s (m.n. BVBA B, BVBA C, BVBA D en BVBA E)
zullen aandelen uitgereikt worden ter vergoeding van de inbreng van 25 % van
de certificaten van aandelen van NV A.
87. Deze bijkomende aandelen vertegenwoordigen een deel van het
maatschappelijk kapitaal van elk van deze BVBA?s dat werkelijk is gestort.
IV.C. DBI-aftrek conform artikel 202 ev. WIB 92
- STAK is fiscaal transparant
88. Ingevolge artikel 13, § 1 van de Wet van 15.07.1998 betreffende de
certificatie van effecten uitgegeven door handelsvennootschappen wordt de
houder van die certificaten (m.n. de 4 BVBA?s) en niet de emittent van die
certificaten beschouwd als aandeelhouder en als rechtstreeks rechthebbende
op dividenden indien de emittent de dividenden onmiddellijk en na aftrek van
enige kosten aan de houder van de certificaten betaalbaar stelt.
89. Uit de memorie van toelichting van de voormelde wet van 15.07.1998
blijkt dat met ?onmiddellijk? binnen de 15 dagen wordt bedoeld.
90. Uit de administratievoorwaarden van de STAK blijkt dat de STAK de
verplichting heeft elk dividend en elke andere uitkering op de door hem
verkregen aandelen bij NV A te innen en binnen een week na ontvangst het
dividend of de uitkering corresponderend met de certificaten uitgegeven voor
deze aandelen betaalbaar te stellen, zodat voldaan is aan de voorwaarde van
onmiddellijke doorstorting.
- De voorwaarden inzake DBI-aftrek zijn in hoofde van de 4 BVBA?s
vervuld
91. Aan de voorwaarden van artikel 202, § 2, eerste lid WIB 92 zal
voldaan zijn, vermits elk van de 4 BVBA?s in het kapitaal van NV A een
deelneming zal bezitten van ten minste 10 %, de aandelen NV A ten name van
elk van de 4 BVBA?s de aard van financiële vaste activa zullen hebben en
voor zover deze aandelen gedurende een ononderbroken periode van ten minste
één jaar in volle eigendom worden gehouden.
92. NV A is onderworpen aan een normaal belastingregime. De uitsluitingen
voorzien in artikel 203 WIB 92 zijn derhalve niet van toepassing.
Gelet op wat voorafgaat wordt er beslist dat:
93. de in het vooruitzicht gestelde verrichtingen niet speculatief zijn;
94. de geplande inbreng van certificaten van aandelen door mevrouw B,
mevrouw C, de heer D en de heer E een normale verrichting van beheer van een
privé-vermogen bestaande uit portefeuillewaarden uitmaakt, gelet op de
engagementen vermeld in punt 35, zodanig dat de naar aanleiding daarvan
verwezenlijkte meerwaarden niet als in artikel 90, 1° WIB 92 vermelde
diverse inkomsten moeten worden aangemerkt;
95. de in punt 35 aangegane engagementen niet geschonden zullen worden,
wanneer:
NV A een totale jaarlijkse dividenduitkering van X EUR zal uitkeren aan
de aandeelhouders natuurlijke personen van de 4 BVBA?s. Meer bepaald zal de
STAK de dividenden die zij van NV A ontvangt doorstorten aan de
certificaathouders, zijnde de 4 BVBA?s, die op hun beurt de
dividenduitkeringen zullen doorstorten aan hun aandeelhouders;
de 4 BVBA?s gedurende de 3-jarige periode na de inbreng een jaarlijkse
bestuurdersvergoeding van maximum X EUR ontvangen van NV A;
de 4 BVBA?s een verhoogd dividend zullen ontvangen van NV A, waarvan de
hoogte beperkt wordt tot het bedrag van de ?duurste? investering die door
één BVBA zal worden gedaan. Iedere BVBA zal dus een bedrag ter beschikking
krijgen dat overeenkomt met de ?duurste? investering (eventueel een
(directe) participatie) die één van de BVBA?s zal verrichten. Deze hogere
dividenduitkeringen zullen niet doorvloeien naar de aandeelhouders
natuurlijke personen. Iedere BVBA, die niet overgegaan is tot investeringen
ten belope van het totale bedrag aan uitgekeerde hogere dividenden binnen de
3-jarige periode, gaat daarbij het in punt 44 opgenomen engagement aan;
96. de inbrengen van certificaten van aandelen in hoofde van de 4 BVBA?s
fiscaal gestort kapitaal vertegenwoordigen in de zin van de artikels 18, 2°
en 184 WIB 92;
97. de dividenden die door NV A zullen worden uitgekeerd aan de 4 BVBA?s
in aanmerking komen voor de DBI-aftrek conform artikel 202 e.v. WIB 92, voor
zover de aandelen gedurende een ononderbroken periode van ten minste één
jaar in volle eigendom worden gehouden;
98. de beslissing slechts geldig is voor zover het verslag van de
bedrijfsrevisor die de waarde van de certificaten van aandelen NV A op het
ogenblik van de overdracht aan de BVBA?s weergeeft, zal worden overgemaakt
aan de DVB.