Print This Post

Circulaire - Bevoegdheid van de Administratie van de bijzondere belastinginspectie

CIRC 27.02.08/1

Circulaire nr. Ci.RH.861/590.361 (AOIF 6/2008) dd. 27.02.2008

ADMINISTRATIE VAN DE BIJZONDERE BELASTINGINSPECTIE


  
Bevoegdheid van de Administratie van de bijzondere belastinginspectie

ADMINISTRATIE VAN DE ONDERNEMINGS- EN INKOMENSFISCALITEIT


  
Bevoegdheid van de Administratie van de ondernemings- en inkomensfiscaliteit

ADMINISTRATIEVE GESCHILLENPROCEDURE


  
Bezwaarschrift


  
Ontheffing van ambtswege

BEZWAARSCHRIFT


  
Indienen van het bezwaarschrift

GERECHTELIJKE GESCHILLENREGELING


  
Vordering bij de rechtbank van eerste aanleg

ONTHEFFING VAN AMBTSWEGE


  
Ontheffing via kohier


  
Verzoekschrift van de ontheffing van ambtswege

Inkomstenbelastingen.
Administratief en gerechtelijk beroep met betrekking tot de door de BBI
gevestigde aanslagen.

Aan alle ambtenaren van de niveaus A en B.

A. ALGEMEEN

    Voortaan zal de BBI zelf haar geschillen inzake
inkomstenbelastingen behandelen, zowel in de administratieve als in de
gerechtelijke fase. De bezwaarschriften en de verzoeken tot ambtshalve
ontheffing met betrekking tot de door de BBI ingekohierde belastingen,
zullen dus moeten worden toegezonden aan de gewestelijke directeur van de
BBI die wordt vermeld op het aanslagbiljet en niet langer aan de directeur
van de directe belastingen.

B. WETTELIJKE BASIS

    De gewestelijke directeurs van de BBI ontlenen hun
bevoegdheid ratione materiae aan artikel 80 van de wet van 8.8.1980,
vervangen door artikel 95 van de wet van 15.3.1999 betreffende de
beslechting van fiscale geschillen.

    Hun territoriale bevoegdheid is vastgelegd in een
Beslissing van de Secretaris-generaal, gedelegeerd door de Minister, voor
het uitoefenen van hun bevoegdheden voorzien in art. 2, 2° van het KB van
29.10.1971 tot vaststelling van het organiek reglement van de FOD Financiën.

C. BEDOELDE BELASTINGAANSLAGEN

    Om te voldoen aan de verplichtingen opgenomen in de wet
van 11.4.1994 betreffende de openbaarheid van bestuur, behandelt de BBI de
administratieve bezwaarschriften met betrekking tot de belastingaanslagen
waarvan het aanslagbiljet de gegevens van de gewestelijke directeur van de
BBI vermeldt als zijnde de persoon aan wie het bezwaarschrift moet worden
gericht.

    De te volgen richtlijnen voor het afdrukken van deze
gegevens op de aanslagbil-jetten zijn opgenomen in de instructies
betreffende het invullen van de statistische codes van de gegevensdragers :

VenB en BNI/ven. :
 
AOIF nr. 3/2007 dd. 19.1.2007
AOIF nr. 30/2007 dd. 1.8.2007
PB :
 
AOIF nr. 41/2006 dd. 10.11.2006
AOIF nr. 45/2007 dd. 22.10.2007

 

    De diensten van de AOIF die de inkohiering van deze
aanslagen van de BBI uitvoeren moeten ervoor zorgen dat deze instructies
nauwgezet worden opgevolgd.

    De bedoelde aanslagen zijn :

  • die welke betrekking hebben op de aanslagjaren
    2006 en volgende waarvan de datum van inkohiering na 31 januari 2008
    valt;
  • die welke betrekking hebben op een aan 2006
    voorafgaand aanslagjaar waarvan de datum van inkohiering na 31
    januari 2008 valt, maar die voortvloeien uit hetzelfde onderzoek dat
    geleid heeft tot een inkohiering voor het aanslagjaar 2006 of
    volgende.

    Worden dus niet bedoeld, de aanslagen inzake het
aanslagjaar 2005 of voorafgaande die ingekohierd zijn op initiatief van de
BBI, maar zonder een bijkomende inkohiering voor het aanslagjaar 2006 of
volgende. De bezwaarschriften met betrekking tot die aanslagen vallen nog
onder de bevoegdheid van de gewestelijke directeurs van de directe
belastingen.

    Evenwel, zelfs indien de BBI bevoegd is om over een
bezwaarschrift of een verzoek tot ambtshalve ontheffing te oordelen, blijft
de teruggave via het kohier tot rechtzetting van materiële vergissingen tot
de bevoegdheid van de controles DB behoren.

D. GERECHTELIJKE GESCHILLEN

    De BBI behandelt zelf alle gerechtelijke geschillen die
betrekking hebben op de aanslagen waarvoor zij bevoegd wordt op het niveau
van het administratief beroep.

Niet-beoogde BBI geschillen

    Wat de bezwaarschriften betreft die reeds werden
ingediend bij de gewestelijk directeurs van de directe belastingen alsook
die welke in de toekomst nog onder hun bevoegdheid zullen vallen (zie letter
C, hiervoor), blijven de voorschriften vermeld in volgende instructies
integraal van toepassing :

  • Gemeenschappelijke instructie dd. 26.6.2001 :
    • AOIF Ci.RH.861/542.864
    • BBI : SB/3/00663/IG - Circ. nr. 220
  • Nota van de Algemene administratie van de
    belastingen op 15.3.2002 gericht aan de gewestelijke directeurs van
    de DB, aan de gewestelijke directeurs van de BBI en hun medewerkers.

E. ARTIKELS 366 EN 367, WIB 92

    De bepalingen van artikel 366, 2de en 3de
lid, WIB 92 zijn uiteraard ook van toepassing tussen de gewestelijke
directeurs van de beide administraties.

    Daarenboven wordt nogmaals gewezen op het belang van
artikel 367 van het WIB 92 dat stelt : “Het bezwaarschrift gericht tegen
een aanslag die gevestigd is op betwiste bestanddelen, geldt van ambtswege
voor de andere aanslagen gevestigd op dezelfde bestanddelen of als
supplement vóór de beslissing van de directeur der belastingen of van de
door hem gedelegeerde ambtenaar, zelfs wanneer de termijnen tot bezwaar
tegen die andere belastingen zouden zijn verstreken.”

    Wanneer dus een directie een bezwaarschrift ontvangt,
moet worden nagegaan of er later nog aanvullende aanslagen werden gevestigd,
die al dan niet het onderwerp zijn geweest van een administratief beroep,
daar hiermee rekening moet worden gehouden bij het vaststellen van een
mogelijke ontheffing toegekend aan de belastingplichtige. Deze kan eveneens
bezwaar indienen tegen een aanvankelijke aanslag in het kader van een
bezwaarschrift tegen een aanvullende aanslag, en dit zelfs buiten de termijn
die werd vastgesteld bij het bezwaar tegen de aanvankelijke aanslag (zie
Cass 19/11/2004, F 02.0076).

F. BIJZONDERE RICHTLIJNEN VOOR DE GESCHILLEN IN
DE TOEPASSING WORKFLOW GESCHILLEN

    De toepassing treedt bij de diensten van de BBI in
werking op 1 februari 2008.

    Bij de aanmaak van een geschil moet steeds worden
nagegaan of er andere geschillen op naam van de belastingplichtige bestaan /
werden ingevoerd in de Workflow. In bevestigend geval, is het aangewezen
verbanden te leggen tussen die geschillen, na raadpleging van het venster
“onderwerp van het geschil”, dat volgens de evolutie van het geschil moet
worden aangevuld (statistieken).

    Aangezien de BBI, voortaan gebruiker is van het systeem,
wordt erop gewezen dat in het kader van de administratieve geschillen die
werden ingevoerd in de Workflow en die onder de bevoegdheid van de
gewestelijke directies DB blijven vallen (overgangsbepaling), de stappen
“INFORMATIE BBI” en “ADVIES BBI” worden toegewezen aan de “Directeur BBI”
zelf of eventueel aan een “Agent BBI” en dus niet meer aan een ambtenaar
van de directe belastingen die de parallelle stap heeft gestart

(ambtenaar van het orderbureau of onderzoekend ambtenaar) zoals tot nu toe
het geval was.

    Die wijziging is onmiddellijk van toepassing, te weten op
de bestaande geschillen waarbij de stappen “INFORMATIE BBI” en/of
“ADVIES BBI” zullen gestart worden door het orderbureau of de onderzoekend
ambtenaar vanaf 1 februari 2008 en voor de geschillen ingesteld vanaf 1
februari 2008 die tot de bevoegdheid van de directe belastingen blijven
behoren.

    Ook de stap “OVERLEGPROCEDURE BBI” wordt niet meer
uitgevoerd door de directeur DB namens de BBI, maar wel door de directeur
BBI zelf.

    In de administratieve en gerechtelijke fase zal de
overdracht van het geschil aan de BBI of van de BBI aan de gewestelijke
directie DB, overeenkomstig de circulaires, volledig gebeuren via de
geautomatiseerde procedure
.

    In geval van overdracht van de ene directie aan een
andere, moet het origineel van de inleidende akte, evenals de andere stukken
die vóór de elektronische overdracht werden ontvangen, aan de bevoegde
directie BBI of gewestelijke directie DB worden gezonden, waar ze zullen
worden bewaard. Die stukken moeten niettemin worden gescand en toegevoegd
aan de documenten van het geschil door de diensten van de administratie die
in eerste instantie werd gevat en dit om geen overbodige “papieren”
documenten aan te maken.

    Indien de belastingplichtige in de administratieve fase
voor de BBI een materiële vergissing aanvoert, met als gevolg een
overbelasting die door een negatieve inkohiering kan worden rechtgezet
(quick wins), maakt het orderbureau van de directie BBI een geschil aan
“ontheffing via kohier” = JA en codeert de controle DB die het geschil zal
ontvangen in de stap “toewijzing bijzonder onderzoek”. Vervolgens kan in de
stap “rechtzetting” de belastingplichtige worden ingelicht dat de
rechtzetting zal gebeuren met een ontheffing via kohier.

    In de WORKFLOW kunnen geschillen en documenten als
vertrouwelijk
worden aangemerkt met als gevolg dat die geschillen en
documenten slechts zichtbaar zijn voor de ambtenaar die het geschil
onderzoekt en voor de ambtenaar met het profiel van DIRECTOR (meestal de
gewestelijke directeur of zijn plaatsvervanger) of door een DIRECTOR van de
centrale diensten.

    Die nieuwe mogelijkheden moeten omzichtig worden
gebruikt, want het mag niet zijn dat door het gebruik van die mogelijkheden
het doel van de WORKFLOW niet wordt bereikt. Dat doel is immers de
ambtenaren die het administratief of gerechtelijk geschil behandelen hulp te
bieden bij de beslissing en eenvormigheid te waarborgen tussen de
beslissingen om de burger een grotere rechtszekerheid te bieden. Daarom
kunnen alleen de ambtenaren met het profiel van DIRECTOR de geschillen
aanmerken als vertrouwelijk (of later de vertrouwelijkheid opheffen). Zo
zullen bijvoorbeeld geschillen met betrekking tot bekende personen of
geschillen die het onderwerp van persartikelen vormen vertrouwelijk zijn.
Hetzelfde geldt voor klachten van derden of bekende personen. Die geschillen
kunnen als vertrouwelijk worden aangemerkt door de ambtenaar die het geschil
behandelt, in overleg met zijn hiërarchische meerdere.

    Het is wenselijk slechts documenten een vertrouwelijk
karakter te geven, eerder dan het gans geschil, want in dat geval zijn alle
gegevens van het geschil (onderwerp, behandelende dienst, …)
ontoegankelijk voor gebruik.

    Bij twijfel inzake de toepassing van de vertrouwelijkheid
van bepaalde geschillen of documenten, is het aangewezen het advies in te
winnen van de centrale diensten (de heer CRUCIFIX voor de BBI; mevrouw
BALLEUX voor de DB en de heer PAGUAY voor de BTW).

    Naast de vertrouwelijkheid van bepaalde geschillen en/of
documenten, wordt de aandacht van alle gebruikers van de WORKFLOW gevestigd
op het feit dat het een beveiligde site betreft, die gecontroleerd wordt
zowel bij de behandeling als bij het raadplegen van geschillen. Daarom is
het aangewezen de geschillen te behandelen met aandacht voor het doel van de
toepassing, zoals hierboven beschreven en rekening houdend met de circulaire
nr. 573 van 17.8.2007 m.b.t. het deontologisch kader voor de ambtenaren van
het federaal administratief openbaar ambt (BS 27.8.2007). In het bijzonder
wordt de aandacht gevestigd op het nr. 33 van die circulaire dat aan elke
ambtenaar gebiedt vertrouwelijke informatie geheim te houden voor derden die
niet bevoegd zijn om er kennis van te nemen en hem verbiedt feiten bekend te
maken die betrekking hebben op de eerbiediging van de persoonlijke
levenssfeer.

G. VOORRAAD HANGENDE GESCHILLEN

    Beide administraties hebben afgesproken om alles in het
werk te stellen om zo vlug mogelijk de voorraad hangende geschillen bij de
directies directe belastingen in de gespecialiseerde cellen BBI af te
bouwen. Hiertoe moet door iedere betrokken directie directe belastingen een
planning worden gezonden aan de heer DE ROM, Auditeur generaal, dienstchef
(TASK FORCE) die om de drie maanden verslag uitbrengt aan het College B & I.

Carlos SIX
Administrateur Kleine en Middelgrote
Ondernemingen belast met de
algemene leiding van de AOIF
Frank PHILIPSEN
Administrateur
Fraudebestrijding