Circulaire DBV België-Verenigde Staten - Uitwisseling van bankinformatie
Circulaire nr. AFZ/97-380 dd. 15.02.2008
DUBBELBELASTINGVERDRAG
Inlichting van de financiële instelling
Uitwisseling van inlichtingen
Verenigde Staten van Amerika
Vraag om inlichtingen aan derden
MAATREGELEN VAN ONMIDDELLIJKE TOEPASSING OP HET VLAK VAN DE UITWISSELING
VAN BANKINFORMATIE TUSSEN DE BELGISCHE EN AMERIKAANSE
BELASTINGADMINISTRATIES
De Overeenkomst tot het vermijden van dubbele
belasting inzake belastingen naar het inkomen tussen België en de Verenigde
Staten en het Protocol van 27 november 2006 (hierna “de Overeenkomst” en
“het Protocol” genoemd), treden in werking op 28 december 2007.
Sinds 28 december 2007 kunnen de Belgische en
Amerikaanse belastingadministraties inlichtingen uitwisselen in toepassing
van artikel 25 van de Overeenkomst.
In het kader van artikel 25, paragrafen 5 en 6 van de
Overeenkomst en van punt 7 van het Protocol, kan de Amerikaanse bevoegde
autoriteit bankinformatie vragen aan de Belgische bevoegde autoriteit.
Hiervoor :
- is de bevoegde autoriteit langs Belgische zijde de Minister van
Financiën of zijn bevoegde vertegenwoordiger, met name de Administratie
van de ondernemings- en inkomensfiscaliteit (hierna AOIF genoemd); - is de bevoegde autoriteit langs Amerikaanse zijde de “Secretary of
the Treasury” of zijn vertegenwoordiger, met name de “Internal Revenue
Service” (hierna IRS genoemd).
In overeenstemming met artikel 25, paragrafen 5 en 6
van de Overeenkomst, met punt 7 van het Protocol en met de artikelen 5 tot
8 van de wet van 3 juni 2007 houdende instemming met de Overeenkomst, kan de AOIF inlichtingen verkrijgen die in het bezit zijn van een bank, een andere
financiële instelling, een gevolmachtigde of een persoon die werkzaam is in
de hoedanigheid van een vertegenwoordiger of een zaakwaarnemer, en kan ze
die inlichtingen doorgeven aan de IRS wanneer de IRS daarom verzoekt.
Het stelsel waarin de Overeenkomst voorziet, wijkt
enkel af van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 (hierna WIB 1992
genoemd) om de AOIF in de mogelijkheid te stellen om van de in België
gevestigde banken en andere financiële instellingen inlichtingen te
verkrijgen die bestemd zijn om door de IRS gebruikt te worden. De AOIF mag
de informatie die ze in dit kader ten behoeve van de IRS heeft verkregen
niet zelf gebruiken; die informatie mag door de AOIF dus niet worden
gebruikt om een belasting te vestigen. Ze mag evenmin worden medegedeeld aan
een andere buitenlandse belastingadministratie dan de IRS.
Overeenkomstig punt 7 van het Protocol zijn de
inlichtingen zoals bedoeld in artikel 25, paragrafen 5 en 6 van de
Overeenkomst, inlichtingen die het voorwerp zijn van een door de IRS aan de
AOIF gericht verzoek; dat verzoek moet zowel de naam van een specifieke
belastingplichtige als van een specifieke bank of financiële instelling
opgeven. Een verzoek dat er bijvoorbeeld toe strekt om te achterhalen of een
bepaalde belastingplichtige, die in de zin van de Overeenkomst inwoner is
van de Verenigde Staten, financiële betrekkingen heeft met een of meer in
België gevestigde banken of andere financiële instellingen, zonder dat het
verzoek op concrete elementen steunt, voldoet niet aan de vereisten van punt
7 van het Protocol. Dit geldt tevens voor een vraag naar de identiteit van
alle klanten van een welbepaalde Belgische bank die in de zin van de
Overeenkomst inwoner zijn van de Verenigde Staten.
Om de strikte vertrouwelijkheid van de fiscale
informatie te verzekeren worden de vragen om inlichtingen zoals bedoeld in
artikel 25, paragrafen 5 en 6 van de Overeenkomst die uitgaan van de IRS in
principe uitsluitend behandeld door de Directie III/1 van de centrale
diensten van de AOIF; behalve in de gevallen bepaald in punt 8 hierna, zijn
de plaatselijke belastingdiensten van de AOIF niet gerechtigd om vragen om
inlichtingen toe te zenden aan banken en financiële instellingen behoudens
de gevallen voorzien in het WIB 1992.
PROCEDURE
1. De vragen om inlichtingen zoals bedoeld in artikel
25, paragrafen 5 en 6 van de Overeenkomst die uitgaan van de IRS worden
behandeld door de Directie III/1 van de AOIF.
2. Na onderzoek van het verzoek beslist de Directie
III/1 van de AOIF of het voldoet aan de bepalingen van artikel 25 van de
Overeenkomst en van punt 7 van het Protocol.
3. De als geldig beoordeelde verzoeken worden door de
Directie III/1 van de AOIF onmiddellijk, in het Frans of in het Nederlands,
toegezonden aan de betrokken bank of aan de betrokken financiële instelling.
In de mate van het mogelijke wordt de originele tekst van het verzoek
uitgaande van de IRS toegevoegd aan de vraag om inlichtingen gericht aan de
bank of de financiële instelling. De vragen om inlichtingen worden verstuurd
samen met de formulieren die speciaal hiervoor door de administratie zijn
ontworpen. Ze worden toegezonden aan de correspondenten uitdrukkelijk
aangeduid in de lijst van contactpunten die elk jaar door de banken, de
financiële instellingen en hun beroepsorganisatie wordt opgesteld.
4. De betrokken bank of financiële instelling
beantwoordt de vraag om inlichtingen binnen de door de administratie
vastgestelde termijn (toepassing van artikel 322 WIB). Die termijn mag niet
langer zijn dan 3 maand, behalve in uitzonderlijke gevallen. Wanneer de door
de administratie vastgestelde termijn niet kan worden nageleefd, brengt de
bank of financiële instelling de Directie III/1 van de AOIF hiervan op de
hoogte binnen een termijn van één maand te rekenen vanaf de datum van
verzending van de vraag, geeft de redenen op waarom de door de administratie
vastgestelde termijn niet kan nageleefd worden en vraagt om een nieuwe
termijn binnen dewelke de gevraagde inlichtingen zullen verstrekt worden.
5. In overeenstemming met artikel 25, paragrafen 5 en
6 van de Overeenkomst, kunnen de inlichtingen door de AOIF worden opgevraagd
buiten de door het WIB 1992 voorziene termijnen. Indien de gevraagde
inlichtingen evenwel bijzonder oud zijn en dus niet of niet meer beschikbaar
zijn, bijvoorbeeld omdat de door de handelswetgeving voorgeschreven
bewaartermijn voor documenten verstreken is, brengt de bank of de financiële
instelling de Directie III/1 van de AOIF daar snel van op de hoogte. In elk
geval werken de banken en andere financiële instellingen te goeder trouw
samen met de AOIF om te voldoen aan de verplichtingen waarin is voorzien
door artikel 25, paragrafen 5 en 6 van de Overeenkomst en door punt 7 van
het Protocol. Dit houdt meer bepaald in dat wanneer een inlichting nog
beschikbaar is, de bank of financiële instelling die meedeelt op verzoek van
de Directie III/1 van de AOIF, zelfs wanneer de termijn tijdens dewelke dat
document door de bank of financiële instelling bewaard moet worden,
verstreken is.
6. De bank of de financiële instelling verstrekt de
gevraagde informatie in de landstaal waarin de contractuele betrekkingen
tussen de bank of de financiële instelling en de betrokken
belastingplichtige zijn opgesteld. De bijlagen worden verstrekt in de
originele taal van het document.
7. De Directie III/1 verstrekt de informatie aan geen
enkele andere dienst of directie van de AOIF. Zij houdt de informatie geheim
en deelt deze alleen mee aan de dienst van de IRS die de vraag heeft
gesteld.
8. De leidinggevende ambtenaar van de Directie III/1,
echter, kan het Nationaal Controlecentrum II van de AOIF ermee gelasten de
onderzoeken uit te voeren die voormelde ambtenaar noodzakelijk acht in het
kader van het verzoek van de IRS, wanneer de bank of financiële instelling
niet bevredigend antwoordt of buiten de vastgestelde termijn antwoordt en
wanneer de hiervoor aangehaalde motieven niet toelaten voormelde
leidinggevende ambtenaar te overtuigen.
9. De praktische problemen waarmee banken en andere
financiële instellingen kunnen geconfronteerd worden in het kader van de
uitwisseling van inlichtingen die het voorwerp uitmaakt van deze procedure,
worden aan de Directie III/1 van de AOIF voorgelegd ofwel rechtstreeks door
de betrokken bank of financiële instelling, ofwel door bemiddeling van
FEBELFIN.
10. De banken en andere financiële instellingen
voldoen te goeder trouw aan de verplichtingen waarin wordt voorzien door de
Overeenkomst, door het Protocol en door de wet houdende instemming met deze
instrumenten.
Didier REYNDERS
Minister van Financiën