Print This Post

Parlementaire vraag - Belastingschulden - Invorderingskosten

VRAAG 08/022

Vraag nr. 22 van mevrouw Genot dd. 10.01.2008

Vr. en Antw., Kamer, 2007-2008, nr. 008, blz. 504-505

Belastingschulden
- Invorderingskosten

VRAAG

    Welke regels worden er toegepast voor de berekening
van de invorderingskosten voor belastingschulden (deurwaarderskosten,
rentevoet voor nalatigheidsinteresten, enzovoort) ?

ANTWOORD (vice-eersteminister en minister van Financiƫn en Institutionele
Hervormingen, 15.01.2008)

    De aandacht van het geachte lid wordt er vooreerst op
gevestigd dat nalatigheidsinteresten geen invorderingskosten zijn, maar een
wettelijk ingestelde burgerlijke schadeloosstelling ter compensatie van de
baten die de belastingschuldigen verwerven door het in bezit houden van
gelden die van rechtswege aan de Staat toekomen. De nalatigheidsinteresten
worden berekend volgens het tarief dat respectievelijk is voorzien in
artikel 414, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 (WIB 1992) en
artikel 91, van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde.

    Behoudens in geval van toezending van een aangetekende
herinneringsbrief, voorzien in artikel 298, WIB 1992, rekent de fiscale
invorderingsadministratie zelf geen kosten aan bij de invordering van de
directe belastingen en de BTW. Voor deze aangetekende herinneringsbrief
wordt slechts 5 euro aan briefwisselingskost aangerekend.

    Zodra er voor de tenuitvoerlegging van deze onbetaald
gebleven belastingschulden beroep wordt gedaan op een gerechtsdeurwaarder,
is het deze die de vervolgingskosten ervoor aanrekent. Vermits de
tenuitvoerlegging alsdan geschiedt conform de regels van het Gerechtelijk
Wetboek, hanteert hij daarbij het tarief dat geldt voor de akten verricht
door de gerechtsdeurwaarders in burgerlijke en handelszaken.