Parlementaire vraag - Notionele interestaftrek - Stand van zaken en toekomst
Vraag nr. 98 van de heer Schoofs dd. 17.01.2008
Vr. en Antw., Kamer, 2007-2008, nr. 008, blz. 521-522
Notionele interestaftrek
VRAAG
De notionele intrestaftrek werd ingevoerd om de
discriminatie tussen vreemd en eigen vermogen op te heffen en de vermogens
van ondernemingen te versterken. De vertrekbasis voor de berekening van de
aftrek is het eigen vermogen op einddatum boekjaar 2005. Hierdoor krijgen de
bestaande ondernemingen een fiscale aftrek op basis van hun historisch
opgebouwd vermogen. Een nieuw opgerichte vennootschap heeft maar een
beperkte basis want beschikt slechts over haar oprichtingskapitaal. Hierdoor
kan de situatie ontstaan dat KMO-vennootschappen met gelijke belastbare
basis, voor aftrek van de notionele intrest, na de aftrek verschillend
belasting zullen moeten betalen en dit enkel omwille van hun historisch
opgebouwd vermogen. De pas opgerichte onderneming zal uiteindelijk minder
netto winst overhouden dan de gevestigde waardoor er ook minder
vermogensopbouw kan plaatsvinden bij starters in verhouding tot gevestigde
ondernemingen.
1. Komt hierdoor het gelijkheidsbeginsel niet in het
gedrang?
2. In een interview in De Tijd van 21 november 2007
heeft u verklaard dat het belastingtarief momenteel in België 26 % bedraagt.
a) Wat belet u om alle fictie overboord te gooien en
het nominaal tarief naar 26 % te brengen en zo de gelijkberechtiging van de
belastingplichtigen na te streven ?
b) Werd de notionele intrestaftrek ingevoerd om de
grote vermogens, in casu de banken, te bevoordelen ?
3. In datzelfde interview bepaalt u de kost van de
notionele intrestaftrek «voorlopig» op 2,4 miljard euro terwijl dit vorig
jaar nog enkele honderden miljoenen waren. Dit is een voorlopige toename met
600 %.
Wie is verantwoordelijk voor de slechte inschatting
van deze kostprijs ?
4. De minister verwijst in het interview ook naar de
terugverdieneffecten door de extra investeringen in België die enorm zijn
toegenomen. Dezelfde studie toonde echter aan dat de investeringen vanuit
België ook enorm zijn toegenomen.
In welke mate heeft de administratie zicht op het
terugloopeffect van deze kapitaalstromen ?
ANTWOORD (vice-eersteminister en minister van Financiën en Institutionele
Hervormingen, 28.01.2008)
1. Het gelijkheidsbeginsel wordt gerespecteerd
aangezien de maatregel een eenvormige berekeningswijze voorziet voor alle
vennootschappen. Bovendien bepaalt artikel 205ter, § 6, eerste lid, WIB
1992, dat de basis van de aftrek voor risicokapitaal wordt berekend,
rekening houdende met de in aanmerking te nemen wijzigingen van haar
bestanddelen tijdens het belastbaar tijdperk. De initiële kapitaalsinbreng
verhoogt dus deze basis vanaf de eerste dag van de kalendermaand volgend op
deze van de inbreng.
2. In plaats van een algemene vermindering van het
tarief van de vennootschapsbelasting heeft de regering het opportuun geacht
om eerder te voorkeur te geven aan de aftrek voor risicokapitaal.
3. Bij de begrotingsopmaak voor het jaar 2006 is
steeds een budgettaire impact van 506 miljoen euro naar voren geschoven als
kostprijs van de aftrek voor risicokapitaal. Ik verwijs naar het wetsontwerp
tot invoering van een belastingaftrek voor risicokapitaal van 31 mei 2005.
De geactualiseerde raming inzake de bovenvermelde kostprijs van een
belastingaftrek voor risicokapitaal kan pas doorgevoerd worden vanaf het
moment dat een groot deel van de vennootschapsbelasting voor het aanslagjaar
2007 is ingekohierd. Pas dan kan een efficiënte simulatie worden gemaakt
teneinde de impact van die notionele intrestaftrek te bepalen, alsook de
concentratie ervan per bedrijfstak.
Dit bedrag neemt niet in aanmerking:
? het progressief verdwijnen tussen 2006 en 2010 van
het voordeel van het regime voor coördinatiecentra;
? de belangrijke nettoverhogingen van het eigen
vermogen van vennootschappen en de talrijke herstructureringen van
deelnemingen van groepen geregistreerd sinds 2003.
Ik heb mijn administratie belast een studie te maken
wat betreft de oorzaken van de vastgestelde afwijkingen voor het aanslagjaar
2007. Zoals reeds gesteld kan de geactualiseerde raming inzake de
bovenvermelde kostprijs van een belastingaftrek voor risicokapitaal evenwel
pas doorgevoerd worden vanaf het moment dat een groot deel van de
vennootschapsbelasting voor het aanslagjaar 2007 is ingekohierd (dat wil
zeggen tijdens het eerste trimester van 2008).