Ruling 700.431 dd. 07.05.2008 - Stopzettingsmeerwaarde - Vrijgestelde meerwaarde - Inbreng van een bedrijfsafdeling - Inbreng van de algemeenheid van goederen - Registratierechten - Vrijstelling - Bedrijfstak - Universaliteit van goederen
Voorafgaande beslissing nr. 700.431 dd. 07.05.2008
Vennootschapsbelasting
Stopzettingsmeerwaarde
Vrijgestelde meerwaarde
Inbreng van een bedrijfsafdeling
Inbreng van de algemeenheid van goederen
Registratierechten
Vrijstelling
Bedrijfstak
Universaliteit van goederen
Samenvatting
De inbrengverrichtingen waarbij enerzijds de NV “A” haar
vastgoedactiviteit en anderzijds de NV “B” en de NV “C” hun algemeenheid van
goederen inbrengen in de buitenlandse vennootschap “D” beantwoorden aan
rechtmatige financiële of economische behoeften in de zin van artikel 46,
§1, 3de lid, 2°, WIB 92, aangezien de herstructurering kadert binnen de
politiek van de groep om het vastgoed van de groep te groeperen en te
beheren door gespecialiseerde vastgoedvennootschappen. De inbreng van de
vastgoedactiviteit door de NV “A” kan worden aangemerkt als een inbreng van
een bedrijfsafdeling of een tak van werkzaamheid in de zin van artikel 46,
§1, 1ste lid, 2°, WIB 92.
De inbrengverrichtingen kunnen worden verricht onder het
vrijstellingsregime zoals voorzien in de artikelen 117, § 1 en § 2, W.Reg.
I. Voorwerp van de aanvraag
1. De aanvraag strekt ertoe de bevestiging te verkrijgen dat :
Wat de vennootschapsbelasting betreft :
de inbreng van de vastgoedactiviteit door de Belgische vennootschap NV
“A” in de buitenlandse vennootschap “D” kan worden aangemerkt als een
bedrijfsafdeling of een tak van werkzaamheid in de zin van artikel 46, §1,
eerste lid, 2°, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 (hierna WIB
92);
de inbreng van de vastgoedactiviteit door de NV “A” en de inbreng van een
algemeenheid van goederen door de NV “B” en de NV “C” in de buitenlandse
vennootschap “D” beantwoorden aan rechtmatige financiële of economische
behoeften in de zin van artikel 46, §1, derde lid, 2°, WIB 92 ;
Wat de registratierechten betreft :
de voormelde inbrengverrichtingen door de NV “A”, de NV “B” en door de NV
“C” geen aanleiding geven tot enig proportioneel registratierecht, vermits
het gaat om een inbreng van een bedrijfstak (inbreng door de NV “A”) c.q.
inbreng van een algemeenheid van goederen (inbrengen door de NV “B” en de NV
“C”) die vrijgesteld zijn van inbrengrechten overeenkomstig artikel 117, § 1
en 2, van het Wetboek der Registratie-, hypotheek, en griffierechten (W. Reg).
*
* *
II. Beslissing
De inbreng van de vastgoedactiviteit door de NV “A” in de
buitenlandse vennootschap “D” kan worden aangemerkt als een inbreng van een
bedrijfsafdeling of een tak van werkzaamheid in de zin van artikel 46, §1,
eerste lid, 2°, WIB 92 omwille van de volgende redenen :
2. De NV “A” behoort tot de wereldwijde groep die actief is in sector X.
Naast haar activiteit X beheert de NV “A” onroerende goederen die
hoofdzakelijk aan derden worden verhuurd. Een aantal gebouwen worden
gedeeltelijk door de NV “A” zelf (zie randnummer 3 hierna) of door andere
groepsvennootschappen betrokken.
3. Gebouw 1 wordt voor een beperkt gedeelte gebruikt door de NV “A”. Dit
gebouw werd destijds opgetrokken door de NV “A”. Door het feit dat de NV “A”
100 % eigenaar is van het gebouw, bestaat er geen basisakte van
mede-eigendom met een duidelijke omschrijving van de afzonderlijke gedeelten
van het gebouw die betrokken worden door de NV “A” en het daarmee
overeenstemmende gedeelte in de gemeenschappelijke delen van het gebouw.
Gebouw 2, waarvan de eigendom in onverdeeldheid toebehoort aan de NV “A” en
de NV “B”, wordt voor een zeer beperkt gedeelte door de NV “A” gebruikt als
archiefruimte. Gelet op het voorgaande kan worden aanvaard dat deze gebouwen
integraal deel uitmaken van de inbreng.
4. De inbreng van de bedrijfsafdeling door de NV “A” omvat naast de
inbreng van het vastgoed tevens de inbreng van de participatie die verbonden
is met de vastgoedactiviteit. De inbreng van deze participatie zal de
buitenlandse vennootschap “D” toelaten een zodanig aandeel te verwerven in
deze vennootschap (”D” heeft reeds zelf een bepaald aandeel in de
vennootschap) waardoor in principe een zetel in de Raad van Bestuur zal
kunnen ver-kregen worden.
5. De inbreng door de NV “A” omvat alle activa en (personeels)schulden
die betrekking hebben op de vastgoedactiviteit van deze vennootschap. De
aanvrager heeft bevestigd dat er geen financieringsschuld meer aanwezig is
op de overgedragen onroerende goederen. Een aantal personeelsleden die
instaan voor het algemeen beheer van de vastgoedactiviteit, zullen mee
overgaan naar de (Belgische inrichting van de) buitenlandse vennootschap “D”. De ingebrachte bestanddelen vormen derhalve samen een geheel dat op
technisch en organisatorisch gebied een autonome activiteit uitoefent en op
eigen kracht kan werken.
De inbreng van de vastgoedactiviteit door de NV “A” en de inbreng
van de algemeenheid van goederen door de NV “B” en door de NV “C” in de
buitenlandse vennootschap “D” beantwoordt aan rechtmatige financiële of
economische behoeften in de zin van artikel 46, §1, 3de lid, 2°, WIB 92
omwille van de volgende redenen :
6. Het Belgische vastgoed van de groep zit momenteel verspreid bij de NV
“A”, de NV “B” en de NV “C”.
7. De geplande inbrengverrichtingen strekken ertoe het vastgoed te
centraliseren in de buitenlandse vennootschap “D”, waarin reeds het gehele
vastgoed van de groep is ondergebracht, met uitzondering van het gedeelte
bestemd voor eigen gebruik. Naar aanleiding van deze inbrengverrichtingen
zal er een Belgische inrichting van de buitenlandse vennootschap “D”
ontstaan. Deze Belgische inrichting zal een aanzienlijk vastgoedpatrimonium
beheren en een x-tal werknemers tewerk stellen die afkomstig zijn van de NV
“A” en de NV “B”.
8. Het onderbrengen van het Belgische vastgoed in een afzonderlijke
vennootschap past beleidsmatig in de politiek van de groep waarbij het
onroerend goed gegroepeerd wordt en beheerd wordt door aparte
gespecialiseerde vennootschappen. Het gehele vastgoed van de buitenlandse
tak werd reeds ondergebracht in de buitenlandse vennootschap “D”, met
uitzondering van het gedeelte bestemd voor eigen gebruik.
9. Deze internationale dimensie en de concentratie van de expertise van
alle personeelsleden die zich bezighouden met het Belgische en het
buitenlandse vastgoed in één vennootschap laten een meer professioneel en
gespecialiseerd beheer toe, met de mogelijkheid om alert te reageren op
internationale tendensen binnen de vastgoedmarkt.
10. De voorgenomen inbrengverrichtingen zullen een belangrijke
schaalvergroting met zich meebrengen, waardoor de vrijgekomen liquiditeiten
bij de verkoop van onroerende goederen efficiënter kunnen worden wederbelegd.
11. De verrichtingen zullen er eveneens toe leiden dat de volledige
eigendom van bepaalde onroerende goederen die thans in onverdeeldheid worden
aangehouden door de verschillende inbrengende groepsvennootschappen in één
en dezelfde entiteit zal worden ondergebracht.
12. De buitenlandse vastgoedtak bestaat uit winkels, kantoorgebouwen en
residentieel vastgoed, in tegenstelling tot de Belgische vastgoedtak (dat
enkel uit kantoorgebouwen bestaat). Deze diversificatie laat een grotere
risicospreiding toe en beperkt het investeringsrisico, waarbij negatieve
fluctuaties op de vastgoedmarkt kunnen worden afgevlakt.
13. De aanvrager heeft schriftelijk bevestigd dat de inbrengoperaties
geen negatieve impact zullen hebben op de tewerkstelling, gezien het huidig
personeel locaal dezelfde activiteit blijft uitoefenen zowel in België als
in het buitenland.
14. De inbrengverrichtingen beantwoorden aan rechtmatige financiële of
economische behoeften in de zin van artikel 46, §1, 3de lid, 2°, WIB 92,
voor zover de herstructurering door middel van de inbrengverrichtingen geen
overdracht beoogt van de naar aanleiding van de inbreng uitgegeven nieuwe
aandelen van de buitenlandse vennootschap “D”. Zulks zal inzonderheid het
geval zijn indien :
14.1 de aandelen van de buitenlandse vennootschap “D” niet worden
overgedragen gedurende een periode van 12 maanden vanaf de datum van de
Buitengewone Algemene Vergaderingen die de geplande verrichtingen zullen
goedkeuren;
14.2 50 % van geen van deze aandelen wordt overgedragen gedurende een
periode van 24 maanden vanaf het einde van voormelde periode van 12 maanden;
14.3 Bij de overdracht van deze aandelen naar aanleiding van latere
herstructureringen, t.t.z.
- fusies,
- splitsingen,
- inbreng van aandelen in een holdingvennootschap, in een
groepsvennootschap of in een joint-venture vennootschap tegen uitgifte
van nieuwe aandelen of het omruilen van aandelen in dezelfde
omstandigheden,
de naar aanleiding van deze verrichtingen in ruil verkregen aandelen
gedurende de nog resterende termijn van 12 of 24 maanden niet worden
vervreemd.
De in het vooruitzicht gestelde inbreng van de vastgoedactiviteit door
de NV “A” in de buitenlandse vennootschap “D” kan worden verricht onder het
vrijstellingsregime zoals voorzien in artikel 117, § 2, W.Reg. omwille van
de volgende redenen :
15. Volgens artikel 117, § 2, W. Reg. is het bij artikel 115 bepaalde
recht niet verschuldigd, onder de voorwaarden die de Koning bepaalt, voor de
inbrengen gedaan door een vennootschap waarvan de zetel der werkelijke
leiding of de statutaire zetel gevestigd is op het grondgebied van een
Lidstaat van de Europese Gemeenschappen, van goederen die één of meer van
haar bedrijfstakken uitmaken.
16. De inbreng dient het geheel te omvatten van de goederen die door de
inbrengende vennootschap worden aangewend tot een of meer afdelingen van
haar onderneming welke, uit technisch oogpunt, ieder een onafhankelijk
uitbatinggeheel vormen (K.B. 18 juli 1972, art. 1) en de ingebrachte of
afgesplitste bedrijfstak moet een geheel zijn dat op technisch en
organisatorisch gebied een autonome activiteit uitoefent en op eigen kracht
kan werken.
17. Uit de in de aanvraag vermelde gegevens blijkt dat de inbreng van de
vastgoedactiviteit door de NV “A” een bedrijfstak vormt. De inbreng
beantwoordt aan de vereiste dat het geheel op eigen kracht kan functioneren,
waarbij het “geheel” bestaat uit de vermogensbestanddelen en het personeel
dat de taken met betrekking tot het vastgoed uitoefent.
18. De inbreng omvat alle onroerende goederen van de NV “A” met inbegrip
van twee onroerende goederen die deels worden gebruikt door de NV “A” en
deels worden verhuurd aan derden. Gebouw 1 wordt voor een beperkt gedeelte
gebruikt door de NV “A”. Dit gebouw werd destijds opgetrokken door de NV “A”. Door het feit dat de NV
“A” 100 % eigenaar is van het gebouw, bestaat
er geen basisakte van mede-eigendom met een duidelijke omschrijving van de
afzonderlijke gedeelten van het gebouw die betrokken worden door de NV “A”
en het daarmee overeenstemmende gedeelte in de gemeenschappelijke delen van
het gebouw. Gebouw 2, waarvan de eigendom in onverdeeldheid toebehoort aan
de NV “A” en de NV “B”, wordt voor een zeer beperkt gedeelte door de NV “A”
gebruikt als archiefruimte. Gelet op het voorgaande kan worden aanvaard dat
deze gebouwen integraal deel uitmaken van de inbreng.
19. Al de activabestanddelen die worden aangewend in het kader van de in
te brengen bedrijfstak (met inbegrip van een deelneming in een
vastgoedvennootschap), zullen worden overgedragen aan de buitenlandse
vennootschap “D”. Het in deze bedrijfstak tewerkgestelde personeel, twee
personeelsleden, wordt mee overgedragen. Er is dus voldaan aan de voorwaarde
dat de inbreng het geheel omvat van de goederen van de bedrijfstak.
20. Het passief dat aan de buitenlandse vennootschap “D” wordt
overgedragen heeft uitsluitend betrekking op de ingebrachte bedrijfstak en
niet op andere schulden van de vennootschap.
21. De inbreng zal worden gedaan door de Belgische vennootschap, de “A”.
Hierdoor is er voldaan aan de voorwaarde dat de inbreng gedaan wordt door
een vennootschap waarvan de zetel der werkelijke leiding of de statutaire
zetel gevestigd is op het grondgebied van een Lidstaat van de Europese
Gemeenschappen.
22. De inbreng wordt gedaan in een bestaande buitenlandse vennootschap
“D”. Artikel 120, derde lid, W. Reg. is ook van toepassing bij de inbreng
van een algemeenheid of van een bedrijfstak in een buitenlandse
vennootschap.
23. De vergoeding van de inbreng gebeurt uitsluitend en volledig door
toekenning van aandelen.
24. De vervulling van de voorwaarden om de vrijstelling van artikel 120,
derde lid, W. Reg. juncto artikel 117, § 2, W. Reg. te bekomen wordt
bevestigd, hetzij in de akte van inbreng, hetzij in een onderaan deze akte
gestelde verklaring of bijgevoegd schrijven, die vóór de registratie door de
partijen of, in hun naam, door de instrumenterende notaris zal ondertekend
worden.
De in het vooruitzicht gestelde inbreng van de universaliteit van de
goederen door enerzijds de NV “B” en anderzijds de NV “C” in de buitenlandse
vennootschap “D” kan worden verricht onder het vrijstellingsregime zoals
voorzien in artikel 117, §1, W.Reg. omwille van de volgende redenen :
25. Volgens artikel 117, § 1, W.Reg. is het bij artikel 115 bepaalde
recht niet verschuldigd in geval van inbreng van de universaliteit der
goederen van een vennootschap, bij wijze van fusie, splitsing of anderszins,
in een of meer nieuwe of bestaande vennootschappen.
26. Deze bepaling is evenwel slechts toepasselijk op voorwaarde :
26.1 dat de vennootschap die de inbreng doet de zetel van haar werkelijke
leiding of haar statutaire zetel heeft op het grondgebied van een Lidstaat
van de Europese Gemeenschappen;
26.2 dat, eventueel na aftrek van de op het tijdstip van de inbreng door
de inbrengende vennootschap verschuldigde sommen, de inbreng uitsluitend
vergoed wordt, hetzij door toekenning van aandelen of deelbewijzen die
maatschappelijke rechten vertegenwoordigen, hetzij door toekenning van
aandelen of deelbewijzen die maatschappelijke rechten vertegenwoordigen
samen met een storting in contanten die het tiende van de nominale waarde
van de toegekende maatschappelijke aandelen of deelbewijzen niet
overschrijdt.
27. De inbrengen zullen worden gedaan door twee Belgische
vennootschappen, de NV “B” en de NV “C”. Hierdoor is er voldaan aan de
voorwaarde dat de inbreng gedaan wordt door een vennootschap waarvan de
zetel der werkelijke leiding of de statutaire zetel gevestigd is op het
grondgebied van een Lidstaat van de Europese Gemeenschappen.
28. De inbreng wordt gedaan in een bestaande buitenlandse vennootschap
“D”. Artikel 120, derde lid, W. Reg. is ook van toepassing bij de inbreng
van een algemeenheid of van een bedrijfstak in een buitenlandse
vennootschap.
29. De vergoeding van de inbreng gebeurt uitsluitend en volledig door
toekenning van aandelen.
30. De vervulling van de voorwaarden om de vrijstelling van artikel 120,
derde lid, W. Reg. juncto artikel 117, § 1, W. Reg. te bekomen wordt
bevestigd, hetzij in de akte van inbreng, hetzij in een onderaan deze akte
gestelde verklaring of bijgevoegd schrijven, die vóór de registratie door de
partijen of, in hun naam, door de instrumenterende notaris zal ondertekend
worden.