Ruling 800.043 dd. 29.04.2008 - Interne meerwaarden
Voorafgaande beslissing nr. 800.043 dd. 29.04.2008
Personenbelasting
Meerwaarde
Meerwaarde op aandelen
Privé-vermogen
Normaal beheer van het privé-vermogen
Samenvatting
De aanvraag strekt ertoe een voorafgaande beslissing te bekomen omtrent
het feit of de geplande inbreng tegen marktwaarde door de aanvragers van hun
deelneming in privé-bezit in NV A in een nieuw op te richten
holdingvennootschap BVBA B als een normale verrichting van beheer van
privé-vermogen als bedoeld in artikel 90,1°, WIB 92, kan worden beschouwd.
Er wordt beslist dat de vooropgestelde verrichting niet als speculatief
kan worden beschouwd en dat, gelet op de aangegane engagementen, artikel
90,1°, WIB 92 niet zal worden toegepast.
I. Voorwerp van de aanvraag
De aanvraag strekt ertoe te vernemen of:
1. de geplande inbreng tegen marktwaarde door de 3 aanvragers X,Y en Z
van hun deelneming in NV A in een nieuw op te richten holdingvennootschap
BVBA B als een normale verrichting van beheer van een privé-vermogen als
bedoeld in artikel 90, 1° van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 (WIB
92) kan worden beschouwd.
II. Omschrijving van de verrichting
II.A. Beschrijving van de activiteiten en de huidige
aandeelhoudersstructuur van de betrokken vennootschappen
2. De aanvragers zijn: mevrouw X, de heer Y en de heer Z.
3. NV A werd in 1962, als éénmanszaak, opgericht door de vader van de
huidige drie aandeelhouders. Vanaf 1972 werden de activiteiten van de
éénmanszaak verder gezet onder de vorm van een vennootschap, de huidige NV
A.
4. De activiteiten van de werkvennootschap zijn van industriële aard.
5. B, een nieuw op te richten vennootschap zal fungeren als
moedermaatschappij van NV A en zal worden opgericht onder de vorm van een
BVBA.
6. Het kapitaal van NV A wordt vertegenwoordigd door x aandelen. 10% van
het totaal van deze aandelen worden door de vennootschap zelf aangehouden
ingevolge een inkoop eigen aandelen verricht in 2003. De overige aandelen
zijn sinds meerdere jaren in bezit van de huidige aandeelhouders -
natuurlijke personen, elk voor één derde.
7. Deze drie personen maken tevens de huidige raad van bestuur van de
vennootschap uit.
II.B. Beschrijving van de voorgenomen verrichting
8. Mevrouw X, de heer Y en de heer Z wensen hun deelneming in te brengen
tegen marktwaarde in de nieuw op te richten BVBA B.
9. Wat betreft de inbrengverrichting verbinden de aanvragers er zich toe
de volgende engagementen na te leven:
gedurende een periode van drie jaar te rekenen vanaf de inbreng zal er
geen kapitaalvermindering door BVBA B doorgevoerd worden;
gedurende een periode van drie jaar te rekenen vanaf de inbreng zal er
geen kapitaalvermindering doorgevoerd worden door NV A, tenzij die middelen
door BVBA B worden gebruikt voor bijvoorbeeld nieuwe investeringen of
financiering van andere groepsvennootschappen of verbonden ondernemingen
zonder dat deze geldmiddelen mogen doorstromen naar de
aandeelhouders-natuurlijke personen;
gedurende een periode van drie jaar te rekenen vanaf de inbreng zullen de
dividenduitkeringen door de werkvennootschappen niet wijzigen ten opzichte
van vroeger (d.w.z. vóór de inbreng in de holdingvennootschap). Er mogen
toch hogere dividenden worden uitgekeerd indien wordt aangetoond dat deze
dividenduitkeringen worden gebruikt voor bijvoorbeeld nieuwe investeringen
of financiering van andere groepsvennootschappen of verbonden ondernemingen.
De hogere dividenduitkeringen mogen echter niet doorvloeien naar de
aandeelhouders-natuurlijke personen. De hogere dividenden mogen ook worden
gebruikt voor de betaling van aandeelhouders die wensen uit te treden voor
zover de dividenduitkeringen worden gebruikt voor de terugbetaling van een
lening of de aflossing van een rekening-courant die werd aangegaan voor de
uitkoop van sommige aandeelhouders. De terugbetaling van de lening of de
aflossing van de rekening-courant moet echter wel over een voldoende lange
periode (minimum 5 jaar) worden gespreid;
gedurende een periode van drie jaar te rekenen vanaf de inbreng zullen de
door de werkvennootschappen aan BVBA B betaalde managementfees,
bedrijfsleidersbezoldigingen, enzovoort, overeenstemmen met de vroegere
bedrijfsleidersbezoldigingen. De geldstroom vanuit de werkmaatschappijen
naar de holdingvennootschap mag hoger zijn dan de vroegere
bedrijfsleidersbezoldigingen indien blijkt dat hier daadwerkelijk prestaties
tegenover staan (bijvoorbeeld boekhouding, personeel,…) die vroeger op het
niveau van de werkmaatschappij werden verricht en nu door de nieuwe
holdingvennootschap worden uitgevoerd (eventueel met overdracht van het
betrokken personeel) én marktconform worden doorgerekend.
10. De aanvragers engageren er zich tevens toe dat de waarde van de
aandelen NV A op het moment van de inbreng zal worden bepaald door een
revisor aan de hand van gangbare en algemene waarderingstechnieken en dat
het waarderingsverslag aan de DVB zal worden overgemaakt van zodra het
beschikbaar is.
III. Motivering van de aanvraag
Economische en financiele motivering
11. Zoals hierboven uiteengezet zijn de aandelen voor 90% in handen van
drie kinderen van de oprichter van de vennootschap, wijlen de vader van de 3
aanvragers. Zijn dochter mevrouw X en zijn beide zonen de heren Y en Z
hebben elk in de loop der jaren hun eigen gezinsleven opgebouwd. Enkele van
hun meerderjarige kinderen zijn op vandaag in de vennootschap NV A werkzaam.
12. De vennootschap is voortdurend bezig met marktonderzoek, research en
innovatie waardoor het familiebedrijf nog steeds in volle expansie is. Deze
trend zal ook naar de toekomst toe verder gezet worden.
13. Het is tevens de intentie van de huidige bestuurders en
aandeelhouders van de vennootschap om in de nabije toekomst over te gaan
naar uitbreiding en diversificatie van de huidige activiteiten. Eén van de
mogelijkheden om dit doel te bereiken is over te gaan tot de acquisitie van
vennootschappen die zich in de markt aanbieden. Om tot deze acquisities over
te gaan en deze niet te vermengen met de huidige activiteiten van de
vennootschap is de oprichting van BVBA B een middel om financiële middelen
uit de huidige werkvennootschap op te stromen naar BVBA B. BVBA B zal deze
verkregen middelen uit de werkmaatschappij(en) dan kunnen aanwenden voor de
financiering van de nieuwe acquisities zowel met eigen middelen als een
hefboom vormen voor het aantrekken van vreemde middelen hiertoe.
14. De vorming van BVBA B zorgt er dan ook voor dat de controle over de
verschillende werkmaatschappijen in zijn totaliteit behouden blijft, ook
nadat de verantwoordelijkheid van het management van de werkmaatschappijen
aan één of meerdere kinderen van de huidige aandeelhouders zal worden
toevertrouwd.
Successieplanning
15. De huidige aandeelhouders van de vennootschap, zijnde mevrouw X en de
heren Y en Z hebben elk kinderen. Met het oog op de latere vererving of
schenking van de aandelen aan hun kinderen wordt door de oprichting van de
holding tevens een meer solide beheersstructuur voor de werkvennootschappen
gecreëerd. Door de vereniging van de aandelen van de werkvennootschappen in
BVBA B kan vermeden worden dat een versnippering van de aandelen van NV A en
de toekomstige acquisities plaatsvindt.
16. Door de creatie van een BVBA als houdstermaatschappij van de groep,
kan de controle over de werkmaatschappijen behouden blijven, ook na latere
schenkingen van aandelen aan de kinderen, zelfs indien deze kinderen
bestuurdersmandaten in de werkmaatschappijen zouden opnemen.
17. De inbreng van de aandelen van NV A in BVBA B kadert tevens in de
persoonlijke successieplanning van mevrouw X en de heren Y en Z. Er zal in
de toekomst naar gestreefd worden dat aan de voorwaarden zoals gesteld in
het artikel 60bis van het Wetboek van Successierechten ten aanzien van de
aandelen van BVBA B wordt voldaan. In hoofde van BVBA B zal de voorwaarde
inzake tewerkstelling en meer bepaald de voorwaarde van de minimum hoogte
van de loonlasten worden nageleefd.
18. In hoofde van BVBA B zullen een aantal personeelsleden worden tewerk
gesteld voor het uitvoeren van werkzaamheden die voorheen op het niveau van
NV A werden verricht. Deze werkzaamheden zullen op een marktconforme wijze
worden doorgerekend vanuit BVBA B. De aanwerving van deze personeelsleden in
hoofde van BVBA B is gebeurd door overheveling van werknemers vanuit NV A.
IV. Beslissing
19. De inbreng door de aanvragers X, Y en Z van hun aandelen NV A in BVBA
B moet als een verrichting worden beschouwd.
20. De meerwaarde die naar aanleiding van de inbreng van de aandelen
wordt gerealiseerd is niet het gevolg van speculatie als bedoeld in artikel
90, 1°, WIB 92.
21. De aandelen zijn portefeuillewaarden als bedoeld in artikel 90, 1°,
WIB 92 en behoren tot het privé-vermogen van de aanvragers.
22. Gelet op de engagementen vermeld in het punt 9 kan worden aangenomen
dat de verrichting niet als hoofddoel belastingontwijking heeft.
23. De beslissing is slechts geldig voor zover het verslag van de
bedrijfsrevisor, dat de waarde van de aandelen NV A op het ogenblik van de
overdracht aan BVBA B weergeeft, zal worden overgemaakt aan de DVB.