Ruling 800.045 dd. 18.03.2008 - Interne meerwaarden
Voorafgaande beslissing nr. 800.045 dd. 18.03.2008
Personenbelasting
Meerwaarde
Meerwaarde op aandelen
Privé-vermogen
Normaal beheer van het privé-vermogen
Samenvatting
De aanvraag strekt ertoe een voorafgaande beslissing te bekomen omtrent
het feit of de geplande inbreng tegen marktwaarde door dhr. X en mevr. Y van
de aandelen die zij bezitten in de BVBA A en in de BVBA B in een nieuw op te
richten holdingvennootschap, als een normale verrichting van beheer van
privé-vermogen als bedoeld in artikel 90, 1°, WIB 92, kan worden beschouwd.
Er wordt beslist dat de vooropgestelde verrichting niet als speculatief
kan worden beschouwd en dat, gelet op de engagementen van de aanvrager,
artikel 90, 1°, WIB 92 niet zal worden toegepast.
I. Voorwerp van de aanvraag
De aanvraag strekt ertoe te vernemen of de geplande inbreng tegen
marktwaarde door dhr. X en Mevr. Y (hierna : de aanvragers) van de aandelen
die zij bezitten in de BVBA A en in de BVBA B in een nog op te richten
holdingvennootschap, als een normale verrichting van beheer van
privé-vermogen als bedoeld in artikel 90, 1°, WIB 92 kan worden beschouwd.
II. Omschrijving van de verrichting
II.A. Beschrijving van de functies van de betrokken personen en de
aandeelhoudersstructuur van de betrokken vennootschappen
2. De BVBA A is een operationele vennootschap.
3. De aanvragers hebben de aandelen van deze vennootschap lange tijd
geleden verworven van derden. De aanvragers bezitten elk de helft van de
aandelen van de vennootschap. Dhr. X is zaakvoerder in deze vennootschap.
4. De BVBA B is ook een operationele vennootschap die een paar jaar
geleden is opgericht. Deze vennootschap is specifiek opgericht om zich te
richten op de buitenlandse markt.
5. De aanvragers bezitten ook elk de helft van de aandelen van de BVBA B.
De aanvragers zijn beiden zaakvoerder in deze vennootschap.
II.B. Beschrijving van de voorgenomen verrichting
6. De verrichting waarover een voorafgaande beslissing aan de DVB wordt
gevraagd omhelst de inbreng in natura tegen marktwaarde, in een nog op te
richten holdingvennootschap, door de aanvragers van de aandelen die zij
bezitten in de BVBA A en in de BVBA B.
7. De aanvragers zullen ter vergoeding van hun inbreng elk de helft van
de aandelen van de nieuwe holdingvennootschap ontvangen en in de
holdingvennootschap zullen zij beiden zaakvoerder worden.
8. Om de éénhoofdigheid van de vennootschappen te voorkomen zullen de
huidige aandeelhouders elk 1 aandeel behouden in de BVBA A en in de BVBA B.
9. De waarde van de BVBA A zal worden bepaald door een externe adviseur
gespecialiseerd in de waardering van ondernemingen, die de waarde van de
aandelen zal bepalen aan de hand van gangbare en algemeen aanvaarde
waarderingstechnieken. Deze waarde zal gehanteerd worden ter gelegenheid van
de inbreng in natura. Een kopie van dit waarderingsverslag zal aan de DVB
worden bezorgd ter gelegenheid van de inbreng in natura.
10. De inbrengwaarde van de BVBA B wordt bepaald op de waarde gelijk aan
het kapitaal van de vennootschap, gezien de vennootschap recent werd
opgericht. Een onafhankelijke deskundige zal hier tevens een
waarderingsverslag van opmaken, dat ter gelegenheid van de inbreng aan de
DVB zal worden bezorgd.
11. De aanvragers bevestigen uitdrukkelijk dat zij zich verbinden tot de
engagementen, zoals vooropgesteld door dhr. Minister van Financiën in zijn
antwoord van 27.9.2005 op de parlementaire vraag nr 657 van dhr. L. Van
Campenhout van 23.2.2005.
12. De holdingvennootschap zal via notariële akte worden opgericht, met
voorafgaandelijk financieel plan. In het kader van de inbreng in natura zal
het vereiste verslag van een bedrijfsrevisor opgesteld worden. De
verrichting zal dus integraal gebeuren in overeenstemming met de bepalingen
van het Wetboek van Vennootschappen.
13. In de verslaggeving naar aanleiding van de oprichting van de
holdingvennootschap zullen voornoemde engagementen hernomen en door elk van
de oprichters ondertekend worden.
III. Motivering
14. Het lijdt geen twijfel dat de participaties in de BVBA A en in de
BVBA B tot het privé-patrimonium van de aanvragers behoren. De voorgenomen
transactie (inbreng van deze aandelen in een nieuw op te richten
holdingvennootschap) kadert in het normaal beheer van hun privé-vermogen.
Specifieke verantwoording
a) Financiële beweegredenen
15. Tot voor kort bestond er slechts één vennootschap, de BVBA A. Deze
vennootschap richt zich voor de verkoop hoofdzakelijk tot de Belgische
markt.
16. De BVBA B richt zich vooral op de buitenlandse markt, hoofdzakelijk
de Benelux markt. De BVBA B treedt ook op als serviceafdeling van de BVBA A.
17. Het was aangewezen gelijkaardige activiteiten, zoals geleverd door de
BVBA A, maar gericht op de buitenlandse markt, onder te brengen in een
afzonderlijke vennootschap, gezien deze activiteiten geaccrediteerde
activiteiten vormen. De BVBA B heeft hiervoor een erkenning verkregen.
18. De BVBA B treedt ook op als verkoper van producten van de BVBA A op
de buitenlandse markt, daar waar dit voor de BVBA A zelf niet mogelijk is
omwille van de concurrentiepositie en de naambekendheid. De BVBA A zou dan
immers op de buitenlandse markt in aanvaring komen met plaatselijke
concurrenten, die ook klant zijn van de BVBA A. Dit geldt ook voor
leveranciers van de BVBA A. Omwille van deze redenen gebeurt de verkoop op
de buitenlandse markt niet door de BVBA A zelf, maar door een tot op heden
minder bekende vennootschap.
19. Het is de bedoeling om beide vennootschappen onder te brengen in een
holding.
20. Naar de toekomst toe biedt de holding de mogelijkheid om de
financiële middelen van de groep te centraliseren om aldus in te spelen op
de verschillende financiële behoeften van de werkvennootschappen. De nieuwe
structuur biedt dus betere perspectieven met betrekking tot de
financieel-economische plannen van de groep.
21. Concreet ligt het in de bedoeling om de liquide middelen van de
werkvennootschappen die niet onmiddellijk dienstig zijn voor hun werking in
de holding te centraliseren, om er vervolgens de volgende bestemmingen aan
te geven:
- Verwerven bijkomende participaties
22. De eigenaars exploreren continu nieuwe opportuniteiten in hun sector,
welke sterk evoluerend is.
23. Voorbeeld hiervan is de recente oprichting van de BVBA B.
24. De bedoeling bestaat om in de toekomst vennootschappen op te richten
of over te nemen in alle landen van Europa. Momenteel bestaan reeds
overnamegesprekken voor vennootschap C, een buitenlands bedrijf.
25. Via de holdingstructuur kan een eenvoudige en transparante
groepsstructuur aangehouden worden door alle deelnemingen in één enkele
vennootschap te centraliseren. De verwerving van bijkomende deelnemingen
door werkvennootschappen zou, naast voormelde accumulatie van risico, ook
leiden tot een onoverzichtelijke, complexe groepsstructuur.
- Bijkomende financieringen onderhandelen met bankiers op
groepsniveau
26. Door de holdingstructuur zal het mogelijk zijn om op groepsniveau
betere voorwaarden te bekomen bij toekomstige kredietonderhandelingen. De
centralisatie van het aandelenpakket verhoogt de kredietwaardigheid (grotere
waarborgen) van de groep waardoor de onderhandelingspositie naar de
financiële instellingen toe wordt verstevigd. Dit laatste is vooral
belangrijk voor het aantrekken van toekomstige investeringen of het nemen
van participaties in dochtervennootschappen. De holdingstructuur biedt
hieromtrent meer financieringsmogelijkheden.
b) Bedrijfseconomische beweegredenen
- Afscherming tegen bedrijfsrisico?s
27. Het ligt in de bedoeling om het kapitaal en de reserves van de
exploitatievennootschappen af te schermen tegen de mogelijke negatieve
gevolgen van een exploitatie, meer bepaald een faillissement. De
uitgeoefende activiteiten zijn immers risicovol en een mogelijke
aanzienlijke claim van een klant is niet uitgesloten. Door het onderbrengen
van de overtollige liquiditeiten in de holding kan voorkomen worden dat
schuldeisers van één vennootschap aanspraak kunnen maken op liquiditeiten
die in een andere vennootschap van de groep werden geïnvesteerd.
28. Door de afscheiding van het gespaarde vermogen wordt het mogelijk om
als interne financier voor de werkmaatschappijen op te treden. De liquide
middelen die niet onmiddellijk dienstig zijn voor de werking van één
vennootschap kunnen via de holdingvennootschap geïnvesteerd worden in de
andere vennootschappen van de groep.
- Groepsstructuur
29. Via de holdingstructuur kan een eenvoudige en transparante
groepsstructuur worden aangehouden door alle deelnemingen in één enkele
vennootschap te centraliseren en bestaat de mogelijkheid het management
vanuit één vennootschap, met name de holdingvennootschap, te centraliseren.
Elke activiteit kan in een afzonderlijke vennootschap en profit center
worden ondergebracht, met een aparte financiële rapportering en
verantwoordelijkheid. Dit is evenzeer van toepassing voor het opzet om in de
toekomst in elk land van Europa een afzonderlijke vennootschap op te richten
of daar over te nemen.
30. Op lange termijn bestaat de bedoeling om in het buitenland samen te
werken met lokale partners en deze eventueel te laten participeren in de
vennootschap. Het is dan ook aanbevolen deze partners rechtstreeks te laten
participeren op het niveau van de buitenlandse exploitatievennootschap,
zodat deze onrechtstreeks, via de holding, geen participatie zouden
verkrijgen in de andere exploitatievennootschappen. Teneinde op lange
termijn dergelijke structuur te verkrijgen, is de oprichting van een holding
aangewezen.
Besluit
31. De aanvragers zijn van mening dat de geplande verrichting beantwoordt
aan een normale verrichting van beheer van een privé-vermogen overwegende
dat:
31.1. de inbreng tegen marktwaarde van de deelnemingen in de BVBA A en de
BVBA B in een nieuw op te richten holdingvennootschap door de aanvragers
louter een juridische reorganisatie van de groep betreft;
31.2. er naar aanleiding van de inbreng op geen enkel ogenblik op korte
en middellange termijn effectieve verrijking in hoofde van de aanvragers zou
plaatsvinden;
31.3. de managementfees aangerekend voor diensten verricht door de nieuwe
holdingvennootschap aan andere groepsvennootschappen marktconform zullen
zijn;
31.4. de waarde van de werkmaatschappijen zal bepaald worden door een
externe adviseur gespecialiseerd in de waardering van ondernemingen.
IV. Beslissing
32. De inbreng van de aandelen van de BVBA A en de BVBA B in een nieuw op
te richten holdingvennootschap moet als een verrichting worden beschouwd.
33. De meerwaarde die bij de inbreng van de aandelen wordt gerealiseerd
is niet het gevolg van speculatie als bedoeld in artikel 90, 1°, WIB 92.
34. De aandelen zijn portefeuillewaarden als bedoeld in artikel 90, 1°,
WIB 92 en behoren tot het privé-vermogen van de aanvragers.
35. Gelet op het feit dat de aanvragers zich uitdrukkelijk verbinden tot
de engagementen (zie punt 11) kan worden aangenomen dat de verrichting niet
als hoofddoel belastingontwijking heeft en zal artikel 90, 1°, WIB 92 niet
worden toegepast.
36. De beslissing is slechts geldig voor zover het verslag van de
revisor, dat de waarde van de aandelen van de BVBA A en de BVBA B op het
ogenblik van de inbreng in de nieuw op te richten holdingvennootschap
weergeeft, wordt overgemaakt aan de DVB.