Print This Post

Ruling 800.092 dd. 20.05.2008 - Interne meerwaarden

800.092

Voorafgaande beslissing nr. 800.092 dd. 20.05.2008


  
Personenbelasting


  
Meerwaarde


  
Meerwaarde op aandelen


  
Privé-vermogen


  
Normaal beheer van het privé-vermogen

Samenvatting

De aanvraag strekt ertoe te vernemen of de geplande inbrengen tegen
marktwaarde door aanvragers A, B, C en D van de aandelen NV X en BVBA Y
gevolgd door de verkoop van een minderheidsparticipatie NV X door E aan
Holding BVBA als een normale verrichting van beheer van privé-vermogen als
bedoeld in artikel 90, 1°, WIB 92 kan worden beschouwd.

Er wordt beslist dat de vooropgestelde verrichting niet als speculatief
kan worden beschouwd en dat, gelet op de engagementen van de aanvragers,
artikel 90, 1°, WIB 92 niet zal worden toegepast.

I. Voorwerp van de aanvraag

De aanvraag strekt ertoe te vernemen of:

1. de geplande inbreng tegen marktwaarde van NV X en BVBA Y in de nieuw
op te richten holdingvennootschap in hoofde van de aanvragers A, B, C en D,
gevolgd door de verkoop van een minderheidsparticipatie NV X door E aan de
nieuw op te richten holdingvennootschap, als een verrichting van normaal
beheer van privé-vermogen zoals bedoeld in artikel 90, 1° van het Wetboek
van de Inkomstenbelastingen 1992 (WIB 92) kan worden beschouwd.

2. De aanvragers vragen geen beslissing over de verrichting vermeld in punt
5 hierna.

II. Omschrijving van de verrichtingen

II.A. Beschrijving van de activiteiten van de groep

3. NV X werd opgericht door de broers F, G en H. G en H zijn later uit de
vennootschap getreden. Later zijn de kinderen van F, A, B, C, D en E,
aandeelhouder geworden.

4. Met de bedoeling deze activiteiten verder te ontwikkelen en te
gelijkertijd risicovolle activiteiten af te splitsen van het vermogen van NV
X, werd BVBA Y recent opgericht.

5. Beide vennootschappen zijn actief in de bouwsector. De activiteiten
momenteel uitgeoefend door BVBA Y werden in het verleden uitgeoefend door NV
X. Bij overeenkomst werden deze activiteiten overgedragen.

II.B. Beschrijving van de voorgenomen verrichting

6. Het voorstel waarover het voorafgaandelijk akkoord van de DVB wordt
gevraagd omhelst de oprichting van een nieuwe holdingvennootschap ?Holding
BVBA? door A, B, C en D door inbreng in natura van hun aandelen NV X en BVBA
Y, gevolgd door een verkoop aan de nieuwe holdingvennootschap door E van
haar aandelen NV X.

7. Voor praktische en administratieve doeleinden is het niet uitgesloten
dat de ?Holding BVBA? voorafgaand aan de inbrengen zal worden opgericht.

8. De aanvragers gaan het engagement aan dat gedurende drie jaren vanaf
de inbreng :

geen kapitaalvermindering zal doorgevoerd worden door de ?Holding BVBA”;

geen kapitaalvermindering zal worden doorgevoerd door NV X of BVBA Y,
tenzij die middelen door ?Holding BVBA? worden gebruikt voor nieuwe
investeringen of financiering van andere groepsvennootschappen of verbonden
ondernemingen zonder dat die geldmiddelen doorstromen naar de
aandeelhouders-natuurlijke personen van de holding;

de dividenduitkeringen door NV X niet zullen wijzigen ten opzichte van
vroeger. Er mogen toch hogere dividenden worden uitgekeerd indien wordt
aangetoond dat deze dividenduitkeringen worden gebruikt voor nieuwe
investeringen of financiering van andere groepsvennootschappen of verbonden
ondernemingen zonder dat die hogere dividenduitkeringen doorvloeien naar de
aandeelhouders-natuurlijke personen van de holding. De hogere dividenden
mogen ook worden gebruikt voor de betaling van aandeelhouders die wensen uit
te treden voor zover de dividenduitkeringen worden gebruikt voor de
terugbetaling van een lening of de aflossing van een rekening-courant die
werd aangegaan voor de uitkoop van sommige aandeelhouders. De terugbetaling
van de lening of de aflossing van de rekening-courant moet echter wel over
een voldoende lange termijn worden gespreid (minimum 5 à 7 jaar);

de door NV X en BVBA Y betaalde management fees, bestuurdersvergoedingen,
enzovoort zullen overeenstemmen met de vroegere bestuurdersvergoedingen. De
geldstroom vanuit deze vennootschappen naar de holding mag hoger zijn dan de
vroegere bestuurdersvergoedingen indien blijkt dat hier daadwerkelijk
prestaties tegenover staan (bijvoorbeeld boekhouding, personeel) die vroeger
op het niveau van de exploitatievennootschap werden verricht en nu door de
holding worden uitgevoerd en marktconform worden doorgerekend.

9. De waarde van de vennootschappen zal worden bepaald door een externe
adviseur gespecialiseerd in de waardering van ondernemingen aan de hand van
de cijfers van de laatste boekjaren, gebruik makende van gangbare en
algemeen aanvaarde waarderingstechnieken.

III. Motivering van de aanvraag

10. De inbreng van NV X en BVBA Y door A, B, C en D in een nieuwe
holdingmaatschappij ?Holding BVBA? enerzijds, en de verkoop van de
minderheidsparticipatie in NV X door E aan ?Holding BVBA? anderzijds, levert
een aantal voordelen op. De volgende motieven hebben dan ook aan de basis
gelegen van de voorgestelde herstructurering :

Het is zonder meer duidelijk dat A, B en C de bedoeling hebben de
exploitatie van NV X verder te zetten. De verdere uitbreiding van de
activiteiten blijkt ook uit de recente oprichting van een nieuwe
vennootschap BVBA Y.

D en E hebben niet echt de ambitie de zaken verder te zetten als
belangrijke aandeelhouders. De oprichting van een holdingmaatschappij zal
het mogelijk maken het beheer van NV X in de toekomst veilig te stellen.

D wenst momenteel wel nog aandeelhouder te blijven van de vennootschap en
deel te nemen aan het risicokapitaal.

E wenst niet verder deel te nemen aan het aandeelhouderschap en de
daaraan verbonden bedrijfsrisico?s te ondergaan.

Een privé overname van de aandelen van E is financieel uitgesloten wegens
gebrek aan privé middelen.

Door de oprichting van een holdingvennootschap kan de overname van de
aandelen van E worden voorbereid.

De prijs die de holding zal betalen voor de aankoop van de aandelen NV X
van E zal overeenstemmen met de waarde voortvloeiend uit het
waarderingsverslag van de revisor.

De holding zal deze aankoop financieren via een banklening die zal
terugbetaald worden over een periode van vijf jaar.

11. Door te kiezen voor een holding met als vennootschapvorm een BVBA zal
het familiaal karakter van de holding behouden blijven. Er bestaan
wettelijke regels die de overdracht van aandelen binnen een BVBA beperken
waardoor het familiaal karakter versterkt en verzekerd wordt. Doordat A, B
en C de wens hebben samen de vennootschappen te leiden en het beheer ervan
waar te nemen, is het aangewezen dat ze de continuïteit van het beheer en de
leiding van hun vennootschap gaan organiseren.

12. Een holding onder de vorm van een BVBA zorgt ervoor dat A, B en C de
controle over het beheer en de leiding van NV X en BVBA Y kunnen blijven
behouden. In de statuten kunnen A, B en C of eventueel hun persoonlijke
managementvennootschap (tot op heden nog niet bestaande) namelijk benoemd
worden als statutair zaakvoerder en in de regels van ontslag en benoeming
kan er voorzien worden dat zij dienen mee te beslissen over het ontslag van
de statutaire zaakvoerder.

13. Het kiezen voor een holding die het beheer en de leiding over de
exploitatievennootschappen NV X en BVBA Y voor zich neemt, betekent dat de
familie aan risicobeheersing kan doen.

14. Door de oprichting van een holding zal het gemakkelijker zijn om de
activiteit van NV X verder uit te bouwen en tevens andere vennootschappen,
via de holding, over te nemen.

15. Bovendien wordt, door de oprichting van een nieuwe holding waarin de
participatie van NV X wordt ingebracht, het familiaal karakter losgekoppeld
van het verder uitbouwen van de exploitatievennootschap. Door de voormelde
inbreng en verkoop van de participatie kunnen er bijkomende
exploitatievennootschappen opgericht worden. Hierdoor zal ook het risico van
deze vennootschappen gespreid kunnen worden. Een eerste uitbreiding komt er
reeds met de oprichting van BVBA Y.

16. Het lijdt geen twijfel dat de participaties in NV X en BVBA Y behoren
tot het privé-patrimonium van de aanvragers. De voorgenomen transactie
(inbreng in een nieuwe holdingvennootschap enerzijds en verkoop van een
minderheidsparticipatie anderzijds) kadert in het normale beheer van hun
privé-vermogen.

17. In casu zijn de aanvragers de mening toegedaan dat een gemiddeld
normaal en zorgvuldige persoon, die zich in dezelfde omstandigheden bevindt,
dezelfde beslissing tot respectievelijk inbreng en verkoop zou nemen,
aangezien de niet-uitvoering van de hierboven geplande transactie naar hun
mening de verdere uitbouw van de vennootschap in de toekomst niet ten goede
zou komen en dus hun privé-vermogen onder de vorm van aandelen in NV X en
BVBA Y slechts negatief kan beïnvloeden.

IV. Beslissing

18. De aandelen zijn portefeuillewaarden als bedoeld in artikel 90, 1°,
WIB 92 en behoren tot het privé-vermogen van de A, B, C, D en E.

19. De inbreng van de aandelen NV X en BVBA Y in Holding BVBA door A, B,
C en D en de verkoop van de aandelen NV X door E aan Holding BVBA moet als
een verrichting worden beschouwd.

20. E verkoopt de aandelen NV X aan de door A, B, C en D op te richten
vennootschap Holding BVBA waarin E op geen enkele wijze betrokken is bij het
beleid en rechtstreeks noch onrechtstreeks aandeelhouder is.

21. De meerwaarde die bij voormelde inbreng en verkoop van de aandelen
wordt gerealiseerd is niet het gevolg van speculatie als bedoeld in artikel
90, 1°, WIB 92.

22. Gelet op de engagementen vermeld in het punt 8 kan worden aangenomen
dat de verrichting niet als hoofddoel belastingontwijking heeft.

*
* *

Gelet op wat voorafgaat beslist het College van de DVB in zitting van
20 mei 2008 dat:

23. de in het vooruitzicht gestelde verrichting niet speculatief is;

24. gelet op de, naar aanleiding van de inbreng van NV X en BVBA Y in
Holding BVBA aangegane engagementen van de aanvragers (zie punt 8) , artikel
90, 1°, WIB 92 niet zal worden toegepast;

25. gelet op het feit dat E op geen enkele wijze betrokken is bij het
beleid en rechtstreeks noch onrechtstreeks aandeelhouder is van Holding BVBA,
de verkoop van de aandelen NV X door E een normale verrichting van beheer
van een privé-vermogen bestaande uit portefeuillewaarden uitmaakt, zodat
artikel 90, 1°, WIB 92 niet zal worden toegepast;

26. de beslissing slechts geldig is voor zover het verslag van de
bedrijfsrevisor dat de waarde van de aandelen NV X en BVBA Y op het ogenblik
van de overdracht aan de nieuwe holdingvennootschap weergeeft, zal worden
overgemaakt aan de DVB.

27. Er wordt opgemerkt dat onderhavige beslissing geen uitspraak inhoudt
over de in punt 12 vermelde eventuele oprichting van persoonlijke
managementvennootschappen door A, B en C, noch over de in punt 5 vermelde
overdracht van activiteiten.