Ruling 800.095 dd. 29.04.2008 - Interne meerwaarden
Voorafgaande beslissing nr. 800.095 dd. 29.04.2008
Personenbelasting
Meerwaarde
Meerwaarde op aandelen
Privé-vermogen
Normaal beheer van het privé-vermogen
Samenvatting
De aanvraag strekt ertoe te vernemen of de geplande inbreng tegen
marktwaarde door de heer X van de aandelen NV B in de bestaande BVBA A als
een normale verrichting van beheer van privé-vermogen als bedoeld in artikel
90, 1°, WIB 92 kan worden beschouwd.
Er wordt beslist dat de vooropgestelde verrichting niet als speculatief
kan worden beschouwd en dat, gelet op de engagementen van de aanvrager,
artikel 90, 1°, WIB 92 niet zal worden toegepast.
I. Voorwerp van de aanvraag
De aanvraag strekt ertoe te vernemen of:
1. de inbreng tegen marktwaarde door de heer X van de aandelen NV B in
BVBA A aangemerkt kan worden als een normale verrichting van beheer van
privé-vermogen als bedoeld in artikel 90,1° van het Wetboek van de
inkomstenbelastingen 1992 (WIB 92).
II. Omschrijving van de verrichtingen
II.A. Beschrijving van de activiteiten van de groep
2. De aanvrager, X, is statutair zaakvoerder van de door hem opgerichte
vennootschap BVBA A. Deze vennootschap werd recent opgericht. Het doel van
de vennootschap bestaat ondermeer in de verwerving van participaties en het
beheer en toezicht ervan, alsook de verlening van diensten en adviezen aan
derden, het betreft met andere woorden een holding- en
managementvennootschap.
3. Daarnaast is X tevens voorzitter van de raad van bestuur en
gedelegeerd bestuurder van NV B die werd opgericht door de vader van X. De
huidige activiteiten van NV B situeren zich in de bouwsector. X bezit alle
aandelen van NV B, die hij heeft verworven ingevolge schenking.
4. BVBA A heeft recent 1/3 van de aandelen NV C aangekocht.
II.B. Beschrijving van de voorgenomen verrichting
5. De heer X wenst als gedelegeerd bestuurder van NV B de huidige
activiteiten uit te breiden. Om het ondernemingsrisico van deze verscheiden
activiteiten met elk hun eigen specifieke risico?s te spreiden, wenst de
heer X deze activiteiten onder te brengen in aparte vennootschappen met één
holding- en managementvennootschap als aandeelhouder, teneinde een
transparante structuur te bekomen.
6. Met het oog op deze uitbreiding heeft BVBA A reeds, overeenkomstig
haar maatschappelijk doel, 1/3 van de aandelen NV C gekocht. Deze aankoop
werd gefinancierd middels een lening toegestaan door NV B.
7. Hoewel NV B de voorbije jaren geen dividenden heeft uitgekeerd, is het
de intentie van NV B om na de inbreng van de aandelen door X in BVBA A, een
dividend uit te keren aan BVBA A ter aflossing van voormelde lening.
8. Anderzijds bestaat het plan dat BVBA A, overeenkomstig haar
maatschappelijk doel, op haar beurt een nieuwe vennootschap zal oprichten.
In dit verband werd reeds een bouwaanvraag ingediend en goedgekeurd
(voorlopig door NV B). Eens de nog in te dienen aanvraag voor de
milieuvergunning voor de uitbating is goedgekeurd, zal de vennootschap
worden opgericht en de exploitatie worden opgestart.
9. Overeenkomstig het maatschappelijk doel van BVBA A, wenst X de
aangehouden aandelen NV B, bij wijze van inbreng in natura in te brengen in
BVBA A, om alzo enerzijds BVBA A kapitaalkrachtiger te maken en dit met het
oog op de uitbreiding van de activiteiten door middel van aparte
vennootschappen en anderzijds tot een centralisatie van zijn belangen en een
transparantere aandeelhouderstructuur te komen. Eén aandeel zal X zelf
behouden teneinde vereniging van alle aandelen in één hand en toepassing van
artikel 646 van het Wetboek van Vennootschappen uit te sluiten.
10. De inbreng zou vergoed worden door aandelen in de nieuw opgerichte
vennootschap BVBA A, waarvan de waarde overeen zou komen met de actuele
waarde van de aandelen NV B. De waarde zou geattesteerd worden door een
revisor in een verslag dat zou worden opgesteld met het oog op de
kapitaalverhoging door inbreng in natura van de aandelen NV B in BVBA A. Een
kopie van dit verslag zal worden overgemaakt aan de DVB zodra het
beschikbaar is.
11. Gelet op het feit dat X een meerderheidsparticipatie bezit in BVBA A,
neemt hij volgende engagementen op zich:
gedurende een periode van drie jaar te rekenen vanaf de inbreng zal geen
kapitaalvermindering door BVBA A worden doorgevoerd;
gedurende een periode van drie jaar te rekenen vanaf de inbreng zal geen
kapitaalvermindering door NV B worden doorgevoerd, tenzij die middelen door
BVBA A worden gebruikt voor bv. nieuwe investeringen of financiering van
andere groepsvennootschappen of verbonden ondernemingen zonder dat deze
geldmiddelen doorstromen naar de aandeelhouders natuurlijke personen;
gedurende een periode van drie jaar te rekenen vanaf de inbreng zullen de
dividenduitkeringen door NV B niet wijzigen t.o.v. vroeger (d.w.z. vóór de
inbreng in BVBA A). Er mogen toch hogere dividenden worden uitgekeerd indien
wordt aangetoond dat de dividenduitkeringen worden gebruikt voor bv. nieuwe
investeringen of financiering van andere groepsvennootschappen of verbonden
ondernemingen (zie voormelde intentie tot dividenduitkering). De hogere
dividenduitkeringen mogen echter niet doorvloeien naar de aandeelhouders
natuurlijke personen. De hogere dividenden kunnen ook worden gebruikt voor
de betaling van aandeelhouders die wensen uit te treden voor zover de
dividenduitkeringen worden gebruikt voor de terugbetaling van een lening of
de aflossing van een rekening-courant die werd aangegaan voor de uitkoop van
sommige aandeelhouders. De terugbetaling van de lening of de aflossing van
de rekening-courant zal over een voldoende lange periode worden gespreid
(minimum 5 à 7 jaar);
gedurende drie jaar te rekenen vanaf de inbreng zullen de door NV B
betaalde management fees, bedrijfsleidersbezoldigingen, enz. overeenstemmen
met de vroegere bedrijfsleidersbezoldigingen. De mogelijkheid bestaat dat de
geldstroom vanuit NV B naar BVBA A hoger is dan de vroegere
bedrijfsleidersbezoldigingen indien blijkt dat hier daadwerkelijk prestaties
tegenover staan die vroeger op het niveau van NV B werden verricht en nu
door BVBA A worden uitgevoerd én marktconform worden doorgerekend.
III. Motivering van de aanvraag
12. De meerwaarde gerealiseerd door X is belastingvrij, omdat die
voortvloeit uit een handeling die een ?goed huisvader? ook zou stellen en
dus kadert in het normaal beheer van privé-vermogen als een goed huisvader.
13. Om te kunnen spreken van normaal beheer van privé-vermogen is het
noodzakelijk dat het gaat over goederen, die normaal deel uitmaken van een
privé-vermogen en handelingen betreffen die door een goed huisvader
gewoonlijk gesteld worden om een privaat vermogen te doen aangroeien of te
behouden. De administratie interpreteert dit in die zin dat desbetreffende
handelingen geen speculatieve bedoeling mogen hebben.
14. Ingevolge de inbreng van de aandelen door X zal het eigen vermogen
van BVBA A versterkt worden en bijgevolg ook de kredietwaardigheid ervan.
15. Er is geen sprake van speculatie in de zin van artikel 90,1°, WIB 92
en wel op basis van volgende overwegingen:
De aandelen zijn reeds geruime tijd in het bezit van X. X heeft deze
aandelen verkregen ingevolge schenking. Ze werden niet verworven met het oog
op wederverkoop.
De inbreng van deze aandelen in de BVBA A gaat niet gepaard met
bijzondere risico?s, hoge leningen, quasi-professionele methodes en
dergelijke meer.
De overdracht is ingegeven door diverse ?normale? overwegingen d.i. het
verhogen van de kredietwaardigheid met het oog op spreiding van het
ondernemingsrisico en het voorzien in een transparantere structuur.
Ingevolge de voorgenomen dividenduitkering door NV B na de inbreng van de
aandelen, zal de terugbetaling van de door BVBA A aangegane lening ter
verwerving van de aandelen NV C verzekerd zijn. Deze verhoogde
kredietwaardigheid zal ook van belang zijn voor de verdere uitbouw van de
activiteiten met oprichting van een aparte vennootschap hiervoor met het oog
op spreiding van de ondernemingsrisico?s. De inbreng van de aandelen zal met
andere woorden positief bijdragen tot terugbetaling van huidige en eventueel
toekomstige leningen, met het oog op de uitbreiding van de activiteiten van
X, hetgeen het belang aantoont voor de vennootschap van deze inbreng.
Indien de verschillende vennootschappen zullen opereren onder een
gemeenschappelijke holding, bestaat de bedoeling erin om deze holding
eveneens ook als een ?dienstencentrum? te laten fungeren. Een aantal
gemeenschappelijke diensten zouden door de holding-dienstencentrum worden
uitgevoerd, die hiervoor uiteraard de nodige personeelsleden zal hebben.
IV. Beslissing
16. De geplande inbreng van aandelen NV B in de bestaande vennootschap
BVBA A moet als een verrichting worden beschouwd.
17. De meerwaarde die bij de inbreng van de aandelen wordt gerealiseerd
is niet het gevolg van speculatie als bedoeld in artikel 90, 1°, WIB 92.
18. De aandelen zijn portefeuillewaarden als bedoeld in artikel 90, 1°,
WIB 92 en behoren tot het privé-vermogen van de heer X.
19. Gelet op de engagementen vermeld in punt 10 kan worden aangenomen dat
de verrichting niet als hoofddoel belastingontwijking heeft.