Ruling - Personenbelasting - Meerwaarde - Immaterieel vast activum - Materieel vast activum - Stopzettingsmeerwaarde - Afzonderlijk belastbaar inkomen - Aanslagvoet van 16,5%
Voorafgaande beslissing nr. 700.309 dd. 18.09.2007
Personenbelasting
Meerwaarde
Immaterieel vast activum
Materieel vast activum
Stopzettingsmeerwaarde
Afzonderlijk belastbaar inkomen
Aanslagvoet van 16,5%
Samenvatting
De aanvraag strekt ertoe te vernemen welke de fiscale behandeling is van
stopzettingsmeerwaarden.
Door het College van de DVB werd beslist dat stopzettingsmeerwaarden op
immateriële vaste activa overeenkomstig de bepalingen van artikel 171, 4°,
b), WIB 92 ten name van X afzonderlijk belastbaar zijn tegen een aanslagvoet
van 16,5 % voor zover zij niet meer bedragen dan de belastbare nettowinst of
?baten die in de vier jaren voorafgaand aan het jaar van de stopzetting uit
de niet meer uitgeoefende werkzaamheid zijn verkregen.
Stopzettingsmeerwaarden op materiële vaste activa zijn overeenkomstig de
bepalingen van artikel 171, 4°, a), WIB 92 ten name van X afzonderlijk
belastbaar tegen een aanslagvoet van 16,5 %.
I. Voorwerp van de aanvraag
1. De aanvraag strekt ertoe te vernemen welke de fiscale behandeling is
van de stopzettingsmeerwaarden die zullen gerealiseerd worden door X.
II. Omschrijving van de verrichting
2. X is apotheker en Y is medewerkende echtgenoot. X betaalt sociale
bijdragen als zelfstandige. De belastbare inkomsten werden steeds aangegeven
op naam van X.
3. X is 61 jaar is geworden en overweegt zijn beroepsactiviteit als
apotheker te beëindigen en zijn apotheek te verkopen. Y is 59 jaar.
4. Naar aanleiding van die stopzetting zullen meerwaarden worden
gerealiseerd.
III. Beslissing
5. X is 61 jaar en zal zijn activiteiten als apotheker definitief
stopzetten. Y, de vrouw van X, is 59 jaar en medewerkende echtgenote.
6. Overeenkomstig artikel 28, 1ste lid, 1°, van het Wetboek van de
inkomstenbelastingen 1992 (WIB 92) zijn inkomsten die worden verkregen of
vastgesteld uit hoofde of naar aanleiding van de volledige en definitieve
stopzetting van de onderneming of van de uitoefening van een vrij beroep,
ambt, post of winstgevende bezigheid en voortkomen uit meerwaarden op activa
die voor de beroepswerkzaamheid zijn gebruikt, winst en baten van een vorige
beroepswerkzaamheid die de verkrijger of de persoon van wie hij de
rechtverkrijgende is voorheen heeft uitgeoefend.
7. Overeenkomstig de bepalingen van artikel 171, 1°, c), 1ste lid, WIB 92
zijn onverminderd de toepassing van artikel 171, 4°, b), WIB 92
stopzettingsmeerwaarden op immateriële vaste activa als vermeld in artikel
28, 1ste lid, 1°, WIB 92 en de in de artikelen 25, 6°, a, en 27, 2de lid,
4°, a, WIB 92 vermelde vergoedingen verkregen als compensatie van een
vermindering van de werkzaamheid, afzonderlijk belastbaar tegen een
aanslagvoet van 33 % in zover zij niet meer bedragen dan de belastbare
nettowinst of ?baten die in de vier jaren voorafgaand aan het jaar van de
stopzetting of de vermindering van de werkzaamheid uit de niet meer
uitgeoefende werkzaamheid zijn verkregen.
8. Overeenkomstig de bepalingen van artikel 171, 4°, b), 1ste lid, WIB 92
zijn de in artikel 171, 1°, c), WIB 92 vermelde stopzettingsmeerwaarden die
worden verkregen of vastgesteld naar aanleiding van de stopzetting van de
werkzaamheid vanaf de leeftijd van 60 jaar of ingevolge het overlijden of
naar aanleiding van een gedwongen definitieve stopzetting en de in artikel
171, 1°, c), WIB 92 vermelde vergoedingen die worden verkregen naar
aanleiding van een handeling verricht vanaf dezelfde leeftijd of ingevolge
het overlijden of naar aanleiding van een gedwongen handeling, afzonderlijk
belastbaar tegen een aanslagvoet van 16,5 %.
9. De aanslagvoet van 16,5 % is van toepassing op de meerwaarden op
immateriële vaste activa, in zover zij niet meer bedragen dan de belastbare
nettowinst of ?baten die in de vier jaren voorafgaand aan het jaar van
stopzetting zijn verkregen, die worden verkregen of vastgesteld naar
aanleiding van de definitieve stopzetting van de beroepswerkzaamheid voor
zover die stopzetting ten vroegste heeft plaatsgehad op de dag dat de
belastingplichtige 60 jaar is geworden. Hierbij speelt enkel de leeftijd van
de belastingplichtige zelf een rol. De leeftijd van de meewerkende
echtgenoot is hierbij niet van belang (nr. 171/197 van de administratieve
commentaar op voormeld Wetboek ? Com.IB 92)
10. Het gedeelte van de meerwaarde op immateriële vaste activa dat meer
bedraagt dan de belastbare nettowinst of ?baten die in de vier jaren
voorafgaand aan het jaar van stopzetting zijn verkregen, is belastbaar tegen
het gewone (progressieve) tarief.
11. Overeenkomstig de bepalingen van artikel 171, 4°, a), 1ste lid, WIB
92 zijn verwezenlijkte meerwaarden op materiële of financiële vaste activa
die op het ogenblik van hun vervreemding sedert meer dan vijf jaar voor het
uitoefenen van de beroepswerkzaamheid worden gebruikt en waarvoor niet voor
de in artikel 47 WIB 92 vermelde gespreide belasting is geopteerd, en op
andere aandelen die sedert meer dan 5 jaar zijn verworven, afzonderlijk
belastbaar tegen een aanslagvoet van 16,5 %.
12. Overeenkomstig de bepalingen van artikel 171, 4°, a), 2de lid, WIB 92
is de in artikel 171, 4°, a), 1ste lid, WIB 92 gestelde voorwaarde van de
vijfjarige belegging niet vereist wanneer de meerwaarden worden
verwezenlijkt naar aanleiding van de volledige en definitieve stopzetting
van de beroepswerkzaamheid of van één van de takken daarvan.
13. De verwezenlijkte stopzettingsmeerwaarden op materiële vaste activa
komen ongeacht de duur van de aanwending van de activa voor het uitoefenen
van de beroepswerkzaamheid in aanmerking voor afzonderlijke belasting tegen
een aanslagvoet van 16,5 %.
14. Overeenkomstig de bepalingen van artikel 86, 1ste lid, WIB 92 mag
wanneer een gemeenschappelijke aanslag wordt gevestigd ten laste van twee
echtgenoten, een deel van de winst of de baten van de activiteit van een van
hen, als meewerkinkomen worden toegekend aan de niet in artikel 33,
eerste lid, WIB 92 bedoelde echtgenoot die de andere echtgenoot in het
uitoefenen van zijn beroepswerkzaamheid werkelijk helpt, voorzover de
meewerkende echtgenoot uit hoofde van een afzonderlijke werkzaamheid tijdens
het belastbare tijdperk zelf niet meer dan 11.320 EUR (basisbedrag 8.700 EUR)
aan beroepsinkomsten heeft verkregen.
15. Overeenkomstig de bepalingen van artikel 89, 1ste lid, WIB 92 worden
voor het toekennen en het toerekenen van een deel van de beroepsinkomsten
aan de echtgenoot, de beroepsinkomsten die afzonderlijk worden belast buiten
beschouwing gelaten.
16. De bovenvermelde stopzettingsmeerwaarden op immateriële en materiële
vaste activa zijn enkel belastbaar ten name van de belastingplichtige die de
beroepsactiviteit heeft uitgeoefend (X) en mogen niet worden uitgesplitst
over X en Y.