Ruling - Vennootschap optredend als maakloonwerker - Abnormaal of goedgunstig voordeel - Verrekenprijs - Vaste inrichting
Voorafgaande beslissing nr. 700.080 dd. 18.12.2007
Vennootschapsbelasting
Vennootschap optredend als maakloonwerker
Abnormaal of goedgunstig voordeel
Verrekenprijs
Vaste inrichting
Samenvatting
De aanvraag strekt ertoe te vernemen of de vergoedingen die X zal
ontvangen van de buitenlandse groepsvennootschap Y voor de door haar
geleverde maakloonwerk-activiteiten marktconform zijn zoals bedoeld in
artikel 185 §2 WIB 92 en geen aanleiding geven tot het bestaan van enig
abnormaal of goedgunstig voordeel zoals bepaald in de artikelen 26, 79 en
207 WIB 92, alsmede te vernemen of deze activiteiten niet zouden resulteren
in het bestaan van een vaste inrichting in hoofde van Y in België.
I. Voorwerp van de aanvraag
1. De aanvraag strekt ertoe te vernemen of:
1.1. de voorgestelde vergoedingsmethode voor de maakloonwerkersactiviteit
van X geen aanleiding zal geven tot het verstrekken van een abnormaal of
goedgunstig voordeel zoals bepaald in artikel 26 WIB, tot het verkrijgen van
een abnormaal of goedgunstig voordeel zoals bepaald in de artikelen 79 en
207 WIB of tot de toepassing van artikel 185 §2 WIB;
1.2. de maakloonwerkersactiviteit van X geen aanleiding zal geven tot een
materiële of personele Belgische vaste inrichting in hoofde van haar
principaal, zoals bepaald in de relevante bepalingen van het
dubbelbelastingverdrag.
II. Omschrijving van de verrichtingen
II.A. Activiteiten van de principaal Y
2. De verkoop van de producten van de groep gebeurt door vennootschap Z.
3. De productie van de bepaalde producten van de groep gebeurt door X die
optreedt als maakloonwerker van Y.
4. De principaal Y oefent de belangrijkste taken uit en neemt daardoor
ook alle voornaamste risico?s op zich, die gepaard gaan met het beheren van
de activiteiten van de groep. Y is daarom volledige verantwoordelijk voor
het behalen van de winstcijfers en het nemen van de belangrijkste
beslissingen.
5. Bij de hoofdverantwoordelijkheden van Y hoort het dagelijks beheer van
de verschillende merken, zoals het strategische management van het portfolio
van merken, het bepalen van de prijzen, promotionele strategieën, het
ontwikkelen van advertentie campagnes, productie planning en bevoorrading
van de grondstoffen en verpakkingsmaterialen.
6. Wat het vervaardigingproces betreft, is Y ook hier verantwoordelijk
voor de belangrijkste taken. Y neemt de beslissingen welke maakloonwerker
voor de productie zal zorgen en het beheer van de langtermijn productie
planning voor de verschillende producten. Y bepaalt de verschillende
specifieke richtlijnen en kijkt erop toe dat het proces verloopt volgens die
vooropgestelde specifieke richtlijnen. Y koopt de grondstoffen en
verpakkingsmateriaal aan die nodig zijn voor het vervaardigen van de
producten. Y zal daarom de verschillende leveranciers kiezen en ermee
onderhandelen alsook de aankoop van de goederen doen.
7. Y neemt alle risico?s op zich met betrekking tot het
vervaardigingproces. Het neemt het risico van verlies of verdorven
grondstoffen, gereed product, goederen in bewerking aangezien ze te allen
tijde eigendom zijn van Y. Daarnaast neemt Y ook alle risico?s op zich voor
defecte producten (tenzij veroorzaakt door de onachtzaamheid van de
maakloonwerker) inclusief terugnemingen.
II.B. Functies, activa en risico?s van X
8. X produceert in haar hoedanigheid van maakloonwerker producten van de
groep in België. Y is de principaal van X.
II.B.1 Analyse van de functies
9. X is verantwoordelijk voor het vervaardigen van halfafgewerkte en
afgewerkte producten, alsook voor de verpakking ervan op paletten.
10. Daarnaast draagt X ook de verantwoordelijkheid voor het opslaan van
de grondstoffen alvorens ze te verwerken en voor de opslag van het afgewerkt
product.
11. De taken van de maakloonwerker kunnen als volgt worden samengevat:
- Vervaardigen en verpakken
- Magazijnbeheer
- Technische dienstverlening
- Logistieke en materiaal verwerking
- Kwaliteitscontrole
- Ondersteunende diensten
II.B.1.1 Vervaardigen en verpakken
12. Vervaardigen en verpakken zijn algemene routinetaken die wereldwijd
volgens dezelfde strenge normen uitgevoerd worden in productie-entiteiten
die dezelfde producten vervaardigen. Het vervaardigen bestaat uit het
verwerken van grondstoffen of halfafgewerkte producten tot gereed product of
tot halfafgewerkt product en het verpakken ervan op paletten. Het verpakken
kan ook inhouden dat men eventuele veranderingen aan de verpakking aanbrengt
of de verpakking een aantal behandelingen laat ondergaan zodat de afgewerkte
producten klaar zijn voor eventuele promotionele acties.
13. De hoofdtaak van X kan dus omschreven worden als het maken van
afgewerkte of halfafgewerkte producten volgens de eisen van de principaal.
Dit moet zo efficiënt mogelijk gebeuren, volgens de voorgeschreven
veiligheidsnormen en kwaliteitsvereisten en rekening houdend met een aantal
parameters: kostenbeperking (bijvoorbeeld: afschrijvingen, activa,
personeelskosten, etc.), afvalbeperking, beperking van het aantal keer dat
een lijn niet operationeel is en beperking van eventuele verschuivingen in
het productieproces.
14. De principaal geeft aan X door hoeveel er geproduceerd moet worden.
Op basis daarvan maakt X een gedetailleerde dagelijkse en wekelijkse
planning per lijn van de hoeveelheid te produceren goederen. Men berekent
het optimale gebruik van de productielijnen waarbij slechts een minimum aan
verandering aan de lijnen moet worden doorgevoerd. Hierbij dient men ook
rekening te houden met de gewenste productiehoeveelheid waarbij de gewenste
hoeveelheid moet beschikbaar zijn wanneer de principaal erom vraagt.
15. X moet er tevens voor zorgen dat er op elk ogenblik voldoende
grondstoffen beschikbaar zijn om de gevraagde hoeveelheid goederen te kunnen
produceren. De principaal sluit een contract af met de verschillende
leveranciers van grondstoffen. Mochten er zich problemen voordoen met
betrekking tot de kwaliteit van de geleverde grondstoffen of met
herhaaldelijke late leveringen, dan wendt X zich tot de principaal om het
probleem op te lossen. De principaal zal de nodige stappen ondernemen tegen
de leverancier.
16. De grondstoffen die gebruikt worden en het afgewerkt product dat
vervaardigd wordt, worden geleverd/vervaardigd op basis van formule kaarten
aangeleverd door de principaal.
17. De principaal is de eigenaar van de grondstoffen en producten
gedurende het volledige productieproces totdat de goederen geleverd zijn aan
de klant.
II.B.1.2 Magazijnbeheer
18. X is verantwoordelijk voor de opslag van de grondstoffen en voor de
opslag van de afgewerkte producten. In dit verband is X er ook voor
verantwoordelijk dat er voldoende capaciteit is om de grondstoffen en
afgewerkte producten op te slaan. Daarnaast is X ook verantwoordelijk voor
het verzenden van het afgewerkt product naar de klanten toe of naar een
bestemming die de principaal aanwijst.
19. Het beleid van de opslagruimte en de capaciteit ervan is een serie
van automatische processen en systemen. Voorbeelden hiervan zijn: het in het
oog houden van het voorraadniveau op de verschillende locaties, bij het
laden van een vrachtwagen of schip ervoor zorgen dat de nodige
productiedetails beschikbaar zijn, de vervoerder informeren, rekening houden
met de aankomst van de goederen in de opslagplaats, manuele handelingen
zoals het laden en het lossen van grondstoffen en gereed product,
controleren indien de grondstoffen aan de kwaliteitsnormen voldoen zoals
contractueel overeengekomen door de principaal met de leveranciers.
II.B.1.3 Technische dienstverlening
20. De technische dienstverlening is verantwoordelijk voor het beleid van
de aankoop van vast actief voor het departement ?vervaardigen en verpakken?
en voor het departement ?magazijnbeheer?. Hoewel de technische
dienstverlening verantwoordelijk is voor het aankopen van het vast actief
hebben ze weinig beslissingsmarge met betrekking tot welke activa aangekocht
mogen worden. De principaal bepaalt alle aankopen en keurt ze tevens goed.
De technische dienstverlening beheert de budgetten voor de aankoop van het
materieel vast actief.
21. In de vergoeding die X ontvangt van de principaal zijn de
afschrijvingskosten alsook eventuele kosten/opbrengsten op de uiteindelijke
vernietiging/verkoop van het vast actief inbegrepen.
II.B.1.4 Logistieke en materiaalverwerking
22. De logistieke en materiaalverwerkende functies zijn verantwoordelijk
voor de minimalisatie van de algemene werkingskosten van het
verwerkingsbedrijf en voor een zo efficiënt mogelijke werking van X.
Voorbeelden hiervan zijn: nagaan wat het niveau van afval is tijdens het
verwerkingsproces en nagaan of men iets van het afval kan recupereren.
Hierbij moet men rekening houden met het drukken van de kosten, maar
tegelijk met het behouden van het kwaliteitsniveau dat de principaal
vooropstelt.
II.B.1.5 Kwaliteitscontrole
23. De kwaliteitscontrole functie bij de maakloonwerker zorgt ervoor dat
de maakloonwerker voldoet aan alle kwaliteitsnormen en lokale wetgeving. Zij
zorgen ervoor dat alle grondstoffen en afgewerkte producten die binnenkomen
voldoen aan de kwaliteitsnormen van de principaal. Zij zorgen er ook voor
dat tijdens het productieproces voldaan wordt aan de ?Good Manufacturing
Practices? (GMP), of andere lokale wetgeving.
II.B.1.6 Ondersteunende Diensten
? Financiële afdeling
24. Naast de algemene dienstverlening naar de managers van het bedrijf
toe is de financiële afdeling verantwoordelijk voor het budgetteren van de
verwerkingskosten alsook voor de kosten van de opslag. De financiële
afdeling moet erop toezien dat de kosten binnen de vooropgestelde budgetten
vallen die de principaal goedkeurt. Het valt ook binnen haar
verantwoordelijkheid om erop toe te zien dat de werkingskosten van het
bedrijf zo laag mogelijk zijn en zo efficiënt mogelijk worden beheerd.
Daarnaast onderzoekt de financiële afdeling of er gebruik kan worden gemaakt
van eventuele subsidies.
? Personeelsdienst
25. De personeelsdienst van X is verantwoordelijk voor de relatie met de
personeelsleden, bijvoorbeeld: lonen, tijdskrediet etc.
? IT afdeling
26. De IT afdeling is verantwoordelijk voor het onderhoud van de
verschillende systemen van het bedrijf. Voorbeelden: onderhoud van de
computers van de boekhouding, onderhoud van de systemen die gebruikt worden
voor de verwerkingsfuncties/magazijnfuncties of andere infrastructuur zoals
telefonie.
27. Bovenvermelde ondersteunende diensten zijn pure interne diensten. Het
betreft dus geen dienstverlening aan derden of andere vennootschappen van de
groep.
II.B.2 Risico?s
28. De risico?s die X neemt, zijn beperkt tot deze verbonden aan haar
routinematige functies. X draagt enkel een risico indien door
onachtzaamheid, wanbeheer of het niet volgen van de processen en richtlijnen
die de principaal opstelt schade wordt veroorzaakt.
29. Aangezien de grondstoffen, goederen in bewerking en gereed product te
allen tijde de eigendom zijn van de principaal, draagt de principaal ook het
risico van verlies . Dit is het geval ongeacht of een verlies het resultaat
is van een normaal productieproces of van schade door brand, overstroming,
wind, aardbeving of andere vergelijkbare omstandigheden.
30. X draagt geen risico voor wisselkoersverschillen aangezien X de
maandelijkse facturen naar de principaal in Euro opmaakt.
31. X is ook verzekerd tegen eventuele verliezen tengevolge van de
verwijdering van een vast actief. Het verwijderen van een vast actief kan
het resultaat zijn van een beslissing van de principaal die het bijvoorbeeld
niet meer economisch rendabel acht om een bepaalde productiemodule in
gebruik te houden. Indien X daardoor bijkomende kosten zou moeten maken
zoals het betalen van ontslagvergoedingen, kosten/verlies op het vernietigen
of de verkoop van vast actief, dan zal de principaal deze kosten vergoeden.
II.B.3 Activa
32. De activa die X gebruikt, zijn activa die in het gewone
productieproces aangewend worden (bedrijfsgebouwen en machines).
33. X bezit intellectuele eigendomsrechten en ontvangt royalty-inkomsten
op verkopen in deze markt.
34. Hierbij dient nog het volgende te worden opgemerkt:
34.1. De royalty-inkomsten zijn individualiseerbaar en kunnen in de
statutaire jaarrekening van X teruggevonden worden in de #74 rekening. De
#74-rekening bevat naast royalty-inkomsten een beperkt bedrag aan diverse
doorrekeningen.
34.2. De kosten die verband houden met dit immaterieel actief zijn
individualiseerbaar. Het betreft enerzijds de afschrijvingskost en
anderzijds kosten verbonden aan de bescherming van het merk.
34.3. Op basis van bovenstaande besluit de aanvrager dat de inkomsten en
kosten verbonden aan het immaterieel vast actief strikt gescheiden zijn van
de inkomsten en kosten verbonden aan de activiteiten van X als
maakloonwerker.
II.C. Voorgestelde vergoedingspolitiek
35. De aanvrager meent dat X als tegenprestatie voor haar diensten recht
heeft op een vergoeding waarvan het arm?s length karakter is getoetst op
basis van de TNMM. De vergoeding betreft 115 procent van relevante kosten,
zijnde ruwweg de operationele kosten. Om deze vergoedingsmethodiek te
onderbouwen is een economische en financiële analyse gemaakt.
36. Andere groepsvennootschappen voeren activiteiten die gelijkaardig
zijn aan deze van X.
III. Motivering van de aanvraag
III.A. M.b.t. de verrekenprijsmethode- en studie
III.A.1 Een gepaste verrekenprijsmethode
37. De aanvrager licht de gekozen verrekenprijsmethode voor X als volgt
toe:
38. De voorkeurmethode volgens de OESO Richtlijnen en de meeste fiscale
autoriteiten is nog steeds de “CUP”-methode. Er werden echter geen gegevens
gevonden inzake open-markt prijzen die voldoende vergelijkbare
vennootschappen hanteren. Bovendien levert X enkel diensten aan principaal
Y.
39. De analyse van de functies en risico?s in hoofde van X toont aan dat
X moet worden beschouwd als een dienstverlener (met beperkte risico?s) ten
voordele van haar principaal. Daar de OESO Richtlijnen de cost plus methode
beschouwen als een geschikte en betrouwbare methode om het arm?s length
karakter van dienstengerelateerde intercompany transacties te beoordelen en
te valideren werd deze methode in afwezigheid van een ?CUP? in casu
weerhouden als een aanvaardbare verrekenprijsmethode. Bovendien is deze cost
plus methode minder gevoelig voor verschillen in producten of diensten en
wordt de nadruk gelegd op de functionele en risico gelijkheid tussen de
intra-groep en open-markt transacties.
40. Aangezien de publiek beschikbare informatie van derde onafhankelijke
partijen geen individuele transactie prijzen en evenmin individuele
transactionele cost-plus percentages verstrekken, wordt de cost plus methode
toegepast vanuit een “transactionele netto marge methode” of “TNMM” approach.
Aangezien X geen eigendom verwerft van de grondstoffen en (half-) afgewerkte
producten, heeft de aanvrager uit de benchmark gegevens een cost plus
berekend op operationele kosten min grondstoffen.
41. X heeft geen kosten geboekt onder de rekening #60.
42. De weerhouden ratio voor de benchmarkanalyse is dus:
|
III.A.2 Analyse van vergelijkbare ondernemingen
43. De aanvrager heeft bij de aanvraag een uitgebreide financiële analyse
gevoegd van ondernemingen die potentieel vergelijkbaar zijn met X. De
selectiecriteria die gebruikt zijn om deze analyse door te voeren zijn
gebaseerd op de functionaliteit en het risicoprofiel van X.
44. Daarbij is het vooral de bedoeling van de aanvrager gegevens te
vergaren omtrent niet-verbonden ondernemingen met een bedrijfsactiviteit die
vergelijkbaar is met de activiteit die X uitoefent. Voor het vinden van
pan-Europese data werd gebruik gemaakt van de gegevensbank AMADEUS.
45. Hierna wordt kort een overzicht gegeven van de belangrijkste stappen.
45.1. Er is onder meer een selectie gebeurd op basis van relevante
NACE-Codes.
45.2. Daarnaast zijn ook nog een aantal ?screenings? doorgevoerd. Het
doel van een screeningproces is niet zozeer vergelijkbare derden (?comparables?)
te vinden waarvan de balans of resultatenrekening vergelijkbaar is met die
van X, maar veeleer ondernemingen te selecteren met een vergelijkbaar laag
risicoprofiel.
45.3. Ook al kunnen op de balans van de maakloonwerker debiteuren-,
crediteuren- en/of voorraadrekeningen voorkomen, toch zal de maakloonwerker,
per definitie, de risico?s met betrekking tot die posten niet op zich nemen.
Aangezien de gegevens die beschikbaar zijn in AMADEUS geen indicatie geven
van het feit of een onderneming al dan niet daadwerkelijk de risico?s draagt
die verbonden zijn met de debiteuren-, crediteuren- en/of voorraadposten
aanwezig in haar balans, wordt een onderneming verworpen door een
kwantitatieve screening toe te passen die erop gericht is dat de
overblijvende steekproef bestaat uit ondernemingen waarvan het risicoprofiel
dat van X benadert.
45.4. Deze screenings kunnen als volgt worden samengevat :
(ondernemingen die het percentage overschrijden worden uitgesloten)
| Screening | Percentage |
| Verhouding voorraad / omzet Verhouding immateriële activa / totale activa Verhouding debiteuren / omzet Verhouding crediteuren / omzet |
5 5 25 25 |
45.5. Tot slot werd een manuele selectie doorgevoerd om vergelijkbare
ondernemingen te identificeren die zo dicht mogelijk bij de functionaliteit
van X aanleunen.
45.6. Voormelde studie van onafhankelijke ondernemingen onderbouwt de
toepassing van de voorgestelde vergoeding op basis van de door X gemaakte
relevante kosten met een winstopslag van 15%.
46. Op vraag van de Dienst Voorafgaande Beslissingen werden de resultaten
van deze studie additioneel getoetst aan statistische gegevens van
steekproeven van vennootschappen die vergelijkbaar zijn zowel wat betreft
functies als wat betreft geproduceerde goederen. De resultaten daarvan
onderbouwen eveneens de toepassing van de voorgestelde vergoeding.
47. Met het oog op een consistente toepassing van de verrekenprijzen op
Europees vlak, heeft de aanvrager zich akkoord verklaard met een winstopslag
van 15%.
III.A.3 Bepaling van de vergoeding voor de activiteiten van X
III.A.3.1 Hoogte van de vergoeding voor X? activiteiten
48. X zal voor haar maakloondiensten een vergoeding ontvangen, die gelijk
is aan de som van haar relevante kosten vermeerderd met een winstopslag van
15%.
III.A.3.2 Voorschotkosten (?disbursements?)
49. Als voorschotkosten of ?disbursements? zullen in essentie gelden alle
kosten aangerekend met een normale winstmarge aan X door derde partijen of
gelieerde ondernemingen voor diensten, die onmiddellijk aan de ultieme
ontvanger van de diensten hadden kunnen worden doorgerekend.
50. Deze kosten worden uit de winstopslagbasis gesloten en doorgerekend
at cost.
III.A.3.3 Royalty inkomsten
51. X ontvangt ook royalty-inkomsten. De aanvrager benadrukt dat alle
kosten en opbrengsten verbonden aan het aanhouden van bovenvermeld
immaterieel vast actief volledig gescheiden zijn van de kosten en
opbrengsten die betrekking hebben op de maakloonactiviteiten van X. De
royalty-inkomsten maken geen vergoeding uit voor de maakloonactiviteiten van
X.
III.A.4 Conclusie van de aanvrager
52. De activiteiten van X werden toegelicht, alsook de risico?s waaraan X
blootgesteld is. Uit die risico analyse blijkt dat X slechts beperkte
risico?s draagt als maakloonwerker.
53. X krijgt voor haar activiteiten een vergoeding die gelijk is aan de
door haar gemaakte relevante kosten vermeerderd met een winstopslag van 15%.
De totale vergoeding bedraagt dus 115% van de geïdentificeerde kosten.
54. Uit de studie van onafhankelijke ondernemingen blijkt dat voormelde
vergoedingsmethodiek en percentage een arm?s length resultaat opleveren voor
de activiteiten die X uitoefent voor haar principaal.
III.B. M.b.t. de afwezigheid van een vaste inrichting
III.B.1 Afwezigheid van een materiële vaste inrichting
55. De maakloonfunctie van X geeft geen aanleiding tot een ?materiële?
vaste inrichting in België in hoofde van Y, de principaal van X.
56. De materiële aanwezigheid in België van deze principaal zal steeds
beperkt zijn tot het aanhouden van een voorraad (grondstoffen en afgewerkte
producten) uitsluitend voor opslag en bewerking of verwerking door een
andere onderneming.
57. Volgens het relevante Dubbelbelastingverdrag zal deze voorraad geen
aanleiding geven tot een Belgische materiële vaste inrichting van de
principaal.
58. Gezien de enige materiële aanwezigheid van de principaal in België
beperkt is tot een voorraad goederen en het aanhouden van een voorraad van
voorbereidende aard kan worden beschouwd of als hulpwerkzaamheid, beschikt
deze groepsvennootschap niet over een materiële vaste inrichting in België.
III.B.2 Afwezigheid van een personele vaste inrichting
59. Op basis van het relevante Dubbelbelastingverdrag en de eigenlijke
activiteiten van X besluit de aanvrager dat er geen Belgische personele
vaste inrichting is van haar principaal aangezien:
59.1. X geen machtiging bezit om contracten af te sluiten in naam en voor
rekening van Y;
59.2. de beslissingen aangaande productie en productieprocessen van X buiten
België worden genomen door Y;
59.3. X op geen enkele manier tussenkomt in het onderhandelingsproces, noch
met de leveranciers, noch met de klanten;
59.4. de maakloonwerker voldoende onafhankelijkheid behoudt bij het
uitvoeren van haar diensten binnen de ?arm?s length? voorwaarden van de
maakloon-overeenkomst.
60. Op basis van bovenstaande kunnen de activiteiten van X geen
aanleiding geven tot een personele vaste inrichting van Y in België.
IV. Beslissing
61. X treedt op als maakloonwerker van Y en draagt daarbij slechts
beperkte risico?s.
62. Om de arm?s length vergoeding voor de activiteiten van X vast te
stellen, werd een verrekenprijsstudie uitgevoerd. De studie werd uitgevoerd
binnen het kader van de algemeen aanvaarde OESO-richtlijnen met betrekking
tot verrekenprijzen en de Belgische regelgeving met betrekking tot
verrekenprijzen.
63. Het gebruik van de Transactional Net Margin Method (?TNMM?), waarbij
een ?mark-up? op de bedrijfskosten wordt toegepast, kan worden aanvaard als
vergoedingsmethode voor de activiteiten van X. Er werden immers geen
gegevens gevonden inzake open-markt prijzen die voldoende vergelijkbare
vennootschappen hanteren. X verricht bovendien geen maakloondiensten voor
derden.
64. De verrekenprijsstudie die uitgevoerd werd m.b.v. een specifieke
gegevensbank, omvat een systematisch zoekproces (?search proces?) naar
vergelijkbare onafhankelijke vennootschappen, waarbij een overzicht wordt
gegeven van alle selectiestappen, met toelichting waarom bepaalde
vennootschappen op basis van objectieve criteria niet weerhouden werden.
65. Met het oog op een consistente toepassing van de verrekenprijzen op
Europees vlak, heeft de aanvrager zich akkoord verklaard met een marge van
15%, die eveneens valt binnen de range van de nieuwe verrekenprijsstudie.
66. De verrekenprijsstudie toont aan dat de vergoedingsmethodiek en het
vooropgestelde winstopslagpercentage een at arm?s length resultaat zal
opleveren voor de activiteiten uitgeoefend door X.
67. Er werd uiteengezet waarom PGIO geen materiële of personele vaste
inrichting heeft in België als gevolg van de activiteiten van X.
*
* *
Gelet op wat vooraf gaat werd beslist dat :
68. de vergoeding die X voor de door haar uitgeoefende activiteiten zal
aanrekenen in overeenstemming is met het arm?s length principe zoals vervat
in artikel 185 § 2 WIB 92 en geen aanleiding zal geven tot een abnormaal of
goedgunstig voordeel in de zin van de artikelen 26, 79 en 207 WIB 92 voor
zover de vergoeding gelijk is aan 115% van de bedrijfskosten, als bedoeld in
rekeningen 61 tot en met 64 van het M.A.R.;
69. de kosten, welke betrekking hebben op diensten die rechtstreeks ten
goede komen aan Y en waaraan X geen toegevoegde waarde bijbrengt en die niet
de eigen activiteiten van X ondersteunen (?voorschotkosten?), evenwel zonder
winstopslag aan Y mogen worden doorgerekend, indien ze door de
dienstverlener aan X met een normale winstmarge worden gefactureerd;
70. kosten opgelopen in het kader van de sluiting van een productielijn,
aan Y worden doorgerekend aan kostprijs (?at cost?);
71. de onderhavige beslissing geen betrekking heeft op de
royalty-inkomsten van X. De kosten en opbrengsten verbonden aan het
aanhouden van immaterieel vast actief dienen volledig te kunnen worden
onderscheiden van de kosten en opbrengsten die betrekking hebben op de
maakloonactiviteiten van X;
72. Y in België geen vaste inrichting heeft op basis van de in de
aanvraag verstrekte gegevens;
73. de onderhavige beslissing wordt getroffen voor een periode van 5
opeenvolgende boekjaren. Deze beslissing kan desgewenst worden verlengd of
worden geamendeerd voor zover te gelegener tijd - bij voorkeur 3 maanden
voor het verstrijken van de onderhavige periode - een nieuwe aanvraag bij de
DVB wordt ingediend;
74. deze beslissing slechts geldig is voor zover noch de activiteiten van
X, noch de omstandigheden waarin zij worden uitgeoefend betekenisvol
wijzigen gedurende de periode tijdens dewelke deze beslissing van toepassing
is.