Ruling - Vennootschapsbelasting - Abnormaal of goedgunstig voordeel - Afstand van een schuldvordering
Voorafgaande beslissing nr. 700.443 dd. 15.01.2008
Vennootschapsbelasting
Abnormaal of goedgunstig voordeel
Afstand van een schuldvordering
Samenvatting
De aanvraag strekt ertoe bevestiging te krijgen dat de afstanden van
schuldvordering die de buitenlandse vennootschappen A en B zullen doen, in
hoofde van de binnenlandse vennootschap X geen ontvangen abnormale of
goedgunstige voordelen uitmaken in de zin van de artikelen 79 en 207 van het
Wetboek van inkomstenbelastingen 1992 (WIB 92).
Er werd beslist dat, op grond van de verstrekte gegevens, de economische
omstandigheden van het ogenblik, de respectieve situatie van de partijen en
de feitelijke elementen van de zaak, de voormelde artikelen 79 en 207,
tweede lid, WIB92 niet van toepassing zijn met betrekking tot de in de
aanvraag beschreven kwijtschelding van schulden door A en B ten voordele van
X. Deze beslissing is slechts geldig indien X effectief overgaat tot de
vereffening.
I. Voorwerp van de aanvraag
1. De aanvraag strekt ertoe bevestiging te krijgen dat de afstanden van
schuldvordering die de buitenlandse vennootschappen A en B zullen doen, in
hoofde van de binnenlandse vennootschap X geen ontvangen abnormale of
goedgunstige voordelen uitmaken in de zin van de artikelen 79 en 207 van het
Wetboek van inkomstenbelastingen 1992 (WIB 92).
II. Omschrijving van de verrichtingen
II.A. Beschrijving van de activiteit en de huidige
aandeelhoudersstructuur van de betrokken vennootschappen
2. X maakt deel uit van een internationale groep.
3. Op heden oefent X geen activiteiten meer uit. De activiteiten werden
stopgezet en op dit ogenblik wordt de vrijwillige vereffening overwogen.
Naar aanleiding van deze vereffening zouden de twee belangrijkste
schuldeisers van X bereid zijn afstand te doen van hun schuldvorderingen.
4. De belangrijkste schuldeisers zijn de gelieerde buitenlandse
ondernemingen A en B.
5. De schuldvordering van A heeft betrekking op een lening (die
oorspronkelijk werd toegestaan door de buitenlandse groepsvennootschap Z,
maar die overgenomen werd door A). De schuldvordering van B heeft betrekking
op een cashpool.
6. De andere schuldeisers van X zijn niet-gelieerde ondernemingen. In het
kader van de in het vooruitzicht gestelde vrijwillige vereffening van X
wordt voorzien dat deze schuldvorderingen van andere schuldeisers volledig
zullen worden terugbetaald.
7. De vennootschap X had in het verleden te kampen met diverse problemen.
Zo bleek het management niet te beschikken over de nodige bekwaamheden
teneinde verschillende structurele problemen aan te pakken. Ze was tevens
onderbemand. Hierdoor geraakte de vennootschap X in een economische malaise.
Dit had een negatieve invloed op het engagement van de werknemers en
management in die periode werkzaam. De eenheidsprijzen van de grondstoffen
schoten in de loop der jaren ook de hoogte in.
8. Al deze ontwikkelingen, samen met een in het geheel genomen slechte
prestatie van de vestiging hadden een uitermate negatieve invloed op haar
financiële situatie.
9. De financiële en structurele situatie werd nochtans kort opgevolgd. Er
werden initiatieven genomen op diverse niveau?s.
10. De vestiging was verlieslatend, maar op een bepaald ogenblik kon het
verlies grotendeels worden teruggebracht.
11. Niettegenstaande de investeringen en verschillende herstelmaatregelen
geraakte de vennootschap X evenwel niet uit de impasse van de laatste jaren.
12. Daarnaast waren de financiële interventies van destijds vennootschap
Z en vennootschap B ook nodig teneinde X toe te laten de noodzakelijke
investeringen te doen, haar financiële verplichtingen tegenover haar
leveranciers en andere derde schuldeisers te honoreren en zo trachten uit de
rode cijfers te geraken en een faillissement te voorkomen.
13. Nadat bleek dat de vooruitzichten voor X niet gunstiger werden, werd
er besloten om de activiteiten van X stop te zetten.
II.B. Beschrijving van de voorgenomen verrichting
14. De activa zullen deels verkocht worden aan niet-verbonden
ondernemingen en deels aan marktwaarde worden overgedragen aan andere
vestigingen van de groep, afhankelijk van de mogelijkheden en noodzaak
hiertoe. Tot op heden zijn reeds verschillende activa verkocht.
15. X zal haar schulden ten aanzien van derden-schuldeisers en
leveranciers kunnen betalen. De twee voornaamste schulden zullen echter niet
volledig kunnen worden betaald met de opbrengst van de verkochte activa. De
schuldvordering van vennootschap A en B zullen gedeeltelijk blijven
openstaan. Deze gelieerde vennootschappen zijn echter bereid, met het oog op
de vereffening van X, afstand te doen van het nog openstaand gedeelte van
hun schuldvorderingen teneinde een faillissement van X te vermijden en de
vrijwillige vereffening te kunnen sluiten.
III. Motivering van de aanvraag
16. Niettegenstaande alle inspanningen die in het verleden werden
geïnitialiseerd was X in de laatste boekjaren nog steeds verlieslatend.
17. X zette haar activiteiten stop en heeft een negatief eigen vermogen.
18. Op basis van de actuele cijfers is het duidelijk dat X zal evolueren
naar een vereffening. Er zullen in de hypothese van een vereffening niet
voldoende opbrengsten kunnen worden gegenereerd uit de verkoop van activa
teneinde alle schulden te voldoen.
19. De vordering van vennootschap A heeft betrekking op een geldlening
die oorspronkelijk is toegestaan aan de vennootschap door een gelieerde
vennootschap Z.
20. De vordering van vennootschap B heeft betrekking op een cashpool en werd
beheerd door vennootschap B. De overeenkomst geldt voor het merendeel van de
Europese groepsondernemingen en hield de aanstelling in van B als cash pool
leader. De lening en de cashpoolovereenkomst zijn financiële hulpmiddelen
geweest van de gelieerde vennootschappen om X toe te laten het hoofd te
bieden aan de structurele problemen en de verliessituatie te herstellen.
21. De aanvrager wil benadrukken dat het oprichten van een cashpool
binnen een multinationale groep van ondernemingen een veel voorkomende
praktijk is. Een dergelijke cashpool laat doorgaans toe aanzienlijke
kostenbesparingen te realiseren voor de groep door de financiële uitgaven te
drukken en de financiële inkomsten te verhogen.
22. Deze cashpool heeft X toegelaten haar verplichtingen ten aanzien van
leveranciers en derden-schuldeisers te voldoen zodat een faillissement in
haren hoofde vermeden werd en wordt.
23. Ondanks deze door de gelieerde vennootschappen verstrekte financiële
middelen is X om verschillende redenen niet uit haar bestaande
verliessituatie kunnen geraken en is een structureel verlies opgebouwd dat
geleid heeft tot een aanzienlijk negatief eigen vermogen van de
vennootschap.
24. Uit het overzicht van activa en nog te vereffenen schulden blijkt
duidelijk dat de slechte financiële situatie waarin X zat, ondanks diverse
inspanningen van X zelf en de financiële steun verschaft door de gelieerde
vennootschappen, niet kon worden verbeterd.
25. De gelieerde ondernemingen wilden te allen tijde vermijden dat X haar
verplichtingen ten aanzien van haar leveranciers en andere derde
schuldeisers niet zou kunnen nakomen. Zij wilden en willen ook vermijden dat
X failliet zou gaan vermits zij zich niet kunnen veroorloven dat één van de
met hen verbonden ondernemingen in een faillissement verwikkeld wordt.
26. X heeft het voornemen tot een vrijwillige vereffening over te gaan.
27. De afstanden van schuldvordering in het voorliggende geval kunnen
niet beschouwd worden als een voordeel in de zin van artikel 79 in samenhang
met artikel 207 WIB 92.
28. De afstanden van schuldvordering hebben immers geen daadwerkelijke
?verrijking? van X tot gevolg. Hoewel de afstanden inkomsten genereren in
hoofde van X, betreffen de afstanden enkel dat deel van de schuldvordering
van respectievelijk A en B op X dat deze laatste niet in staat is na te
komen. De positie van X blijft dan ook eigenlijk gelijk met of zonder de
afstanden van schuldvordering, vermits deze laatste X niet in staat stellen
andere schuldeisers een groter bedrag uit te keren.
29. Uit het voorgaande kan worden besloten dat X geen verrijking zal
genieten als gevolg van de afstanden van schuldvordering. Vanuit economisch
oogpunt zal de schuldverzaking immers hoe dan ook nooit bijdragen tot de
winst die in de toekomst door X wordt gerealiseerd (vermits deze laatste zo
snel mogelijk vereffend zal worden).
30. Vermits de schuldverzaking niet kan beschouwd worden als een
verrijking, is het dan ook niet relevant na te gaan of de criteria voor het
bepalen van het abnormaal of goedgunstig karakter in voorliggend geval
toepassing vinden. Indien de DVB evenwel een andere mening toegedaan zou
zijn, meent de aanvrager voldoende te kunnen aantonen dat de afstanden van
schuldvordering noch abnormaal noch goedgunstig zijn.
31. Bij de evaluatie van de geplande intragroepstransactie dient rekening
gehouden te worden met het globaal evenwicht dat in feite uit het geheel van
de commerciële en financiële betrekkingen binnen de groep voortvloeit.
32. In de Belgische rechtspraak werd reeds aanvaard dat een
moedermaatschappij er belang bij kan hebben om door het dragen van
bijzondere lasten of door het afzien van onmiddellijke winsten, haar
dochtermaatschappijen door de moeilijkheden heen te helpen.
33. In casu hebben A en B wel degelijk belang bij de kwijtschelding van
hun schuldvorderingen ten aanzien van X omwille van de hieronder
uiteengezette motieven:
Een faillissement van X zal een negatieve uitstraling hebben op de andere
groepsvennootschappen, zowel in België als in het buitenland;
X en A zijn verbonden ondernemingen;
X en B zijn tevens verbonden ondernemingen.
34. De schuldvorderingen van A en B werden toegekend ter financiering van
de opgestapelde verliezen van X en ter vermijding van een faillissement.
35. De aanvrager is er dan ook van overtuigd dat de kwijtscheldingen door
A en B te verantwoorden zijn in het kader van de geldende economische en
feitelijke omstandigheden binnen dewelke deze kwijtscheldingen gebeuren, met
name met het oog op een vrijwillige vereffening en ter vermijding van het
faillissement van X.
IV. Beslissing
36. Het betreft hier geen voorwaardelijke kwijtschelding, met name er is
geen clausule van terugkeer tot betere toestand, daar de geplande
kwijtschelding kadert in het vooruitzicht van de vereffening van X.
37. De voormelde artikelen 79 en 207, tweede lid, WIB 92 houden in dat de
beroepsverliezen niet kunnen worden afgetrokken van het gedeelte van het
resultaat dat voortkomt uit abnormale en goedgunstige voordelen die een
binnenlandse vennootschap, in welke vorm of door welk middel ook,
rechtstreeks of onrechtstreeks heeft verkregen uit een onderneming ten
aanzien waarvan zij zich rechtstreeks of onrechtstreeks in enige band van
wederzijdse afhankelijkheid bevindt.
38. Er moet bijgevolg worden nagegaan of de definitieve kwijtschelding
van de schuldvordering door A en B in het kader van de vrijwillige
vereffening van X moet worden beschouwd als een abnormaal of goedgunstig
voordeel.
39. Aan de grondslag van het begrip ?voordeel? ligt enerzijds een
verrijking van de verkrijger en anderzijds, wat de verstrekker van het
voordeel betreft, geen effectieve vergoeding evenwaardig aan het verstrekte
voordeel. De afstanden van schuldvordering dienen derhalve als een voordeel
in de zin van de artikelen 79 en 207 WIB 92, te worden beschouwd.
40. Voor het beoordelen van het al dan niet abnormale of goedgunstige
karakter dienen de economische omstandigheden van het ogenblik, de
respectieve situatie van de partijen en de feitelijke elementen van de zaak
in overweging genomen te worden.
41. In bepaalde specifieke omstandigheden is het voor verbonden
ondernemingen bedrijfseconomisch aanvaardbaar om hulp te bieden aan
ondernemingen van de groep in moeilijkheden, inzonderheid de hulp die wordt
verleend om het eigen commercieel en financieel aanzien hoog te houden.
42. A, B en X bevinden zich in een band van wederzijdse afhankelijkheid
in de zin van het voormeld artikel 207, tweede lid, WIB92.
43. X heeft de afgelopen jaren grote verliezen geleden ondanks meerdere
inspanningen om de vennootschap rendabel te maken. Deze inspanningen hebben
evenwel niet de gewenste resultaten opgeleverd. X zag zich derhalve
genoodzaakt haar activiteiten stop te zetten.
44. Uit voorlopige cijfers met betrekking tot de opbrengst van de
verkochte activa blijkt dat de schulden ten aanzien van derden schuldeisers
in het kader van de in het vooruitzicht gestelde vrijwillige vereffening
volledig zullen worden terugbetaald. Na een proportionele toerekening van
het resterende bedrag zal nog een gedeelte van de schuldvordering onbetaald
blijven van A en B, vermeerderd met de nog lopende maandelijkse interesten
tot datum van definitieve vereffening.
45. De afstand van schuldvordering zal gebeuren in het kader van een
vrijwillige vereffening van X en heeft niet als doel op zich de recuperatie
van voorheen gemaakte verliezen, maar wel het behoeden van de betrokken
vennootschap X voor een faillissement. Het faillissement van X zou een
negatieve uitstraling hebben op de andere groepsvennootschappen, zowel in
België als in het buitenland. Deze groepsvennootschappen hebben namelijk
allemaal een verwijzing in hun naam naar de groep, zodat dit faillissement
een negatieve invloed zou hebben op het commercieel en financieel aanzien,
de kredietwaardigheid en het omzetcijfer van deze groepsvennootschappen.
Gelet op wat voorafgaat beslist het College van de DVB dat:
46. de artikelen 79 en 207, tweede lid, WIB 92 geen toepassing vinden wat
betreft de hiervoor beschreven afstanden van schuldvordering door de
verbonden groepsvennootschappen A en B ten voordele van X.
47. Deze beslissing is geldig op voorwaarde dat X effectief overgaat tot
de vereffening.
48. Tenslotte wordt opgemerkt dat de beslissing geen uitspaak inhoudt
omtrent het bedrag zelf aan fiscaal overdraagbare verliezen ten name van X.