Print This Post

Ruling - Vennootschapsbelasting - Belastbare grondslag in de Ven.B - Aftrek voor risicokapitaal

700.468

Voorafgaande beslissing nr. 700.468 dd. 08.01.2008


  
Vennootschapsbelasting


  
Belastbare grondslag in de Ven.B


  
Aftrek voor risicokapitaal

Samenvatting

Voor de toepassing van de aftrek voor risicokapitaal in de zin van de
artikelen 205bis tot 205novies WIB 92, dient het bedrag van risicokapitaal
dat in aanmerking moet worden genomen in hoofde van Vaste Inrichting X voor
aanslagjaar 2007 en volgende gebaseerd te worden op het bedrag van eigen
vermogen van het voorgaande belastbare tijdperk, met inbegrip van het bedrag
van ?geplaatst kapitaal?.

I. Voorwerp van de aanvraag

1. De aanvraag strekt ertoe een voorafgaande beslissing te bekomen waarin
wordt bevestigd dat :

1.1 het bedrag dat op duurzame wijze als eigen middelen ter beschikking
is gesteld aan X (Belgische vaste inrichting) en dat bovendien geboekt is
onder de rubriek ?geplaatst kapitaal? van de jaarrekening per 31 mei 2006
als kapitaal dient beschouwd te worden in hoofde van X (i.e. één van de
bestanddelen van het eigen vermogen, bepaald overeenkomstig de wetgeving
betreffende de boekhouding en de jaarrekening van vennootschappen);

1.2 voor de toepassing van de aftrek voor risicokapitaal in de zin van de
artikelen 205bis tot 205novies WIB92, het bedrag van risicokapitaal dat in
aanmerking moet worden genomen in hoofde van X voor aanslagjaar 2007 en
volgende gebaseerd dient te worden op het bedrag van eigen vermogen van de
voorgaande belastbare tijdperken, met inbegrip van het bedrag van ?geplaatst
kapitaal? dat in casu overeenstemt met de eigen middelen die op duurzame
wijze ter beschikking zijn gesteld aan X.

II. Omschrijving van de verrichtingen

II.A. Beschrijving van de activiteiten van de betrokken
vennootschappen

2. Y is een buitenlandse vennootschap en maakt deel uit van een
multinationale groep.

3. X is een Belgische vaste inrichting van Y en levert prestaties voor
het hoofdhuis.

II.B. Beschrijving van de situatie

4. X wenst vanaf aanslagjaar 2007 (aanvang vanaf het boekjaar 2007, dat
afsluit per 31 mei 2007) de toepassing van de aftrek voor risicokapitaal en
wenst derhalve rechtszekerheid te verkrijgen omtrent de berekening van het
in aanmerking komend risicokapitaal.

5. Y heeft cash ingebracht in X en stelt op lange termijn basis dit
werkkapitaal duurzaam ter beschikking. X zal hiermede belangrijke
investeringen realiseren in de komende jaren.

III. Motivering van de aanvraag

6. In overeenstemming met artikel 205bis WIB 92 wordt bij de bepaling van
het belastbaar inkomen, de belastbare basis vanaf het aanslagjaar 2007
verminderd met het overeenkomstig artikel 205quater vastgesteld bedrag. Deze
vermindering wordt “aftrek voor risicokapitaal” genoemd.

7. Om de aftrek voor risicokapitaal voor een belastbaar tijdperk te
bepalen, stemt het in aanmerking te nemen risicokapitaal, onder voorbehoud
van de bepalingen van de §§ 2 tot 7, overeen met het bedrag van het eigen
vermogen van de vennootschap, aan het eind van het voorgaande belastbare
tijdperk, en dat overeenkomstig de wetgeving betreffende de boekhouding en
de jaarrekening van vennootschappen werd bepaald en voor het bedrag waarvoor
die bestanddelen op de balans voorkomen (artikel 205ter, §1 WIB92).

8. Overeenkomstig artikel 236 WIB92 is de belastingaftrek voor
risicokapitaal eveneens van toepassing op de in artikel 227, 2° WIB92
bedoelde belastingplichtigen voor het risicokapitaal dat bestemd is voor hun
Belgische inrichtingen en voor hun in België gelegen onroerende goederen en
rechten met betrekking tot dergelijke goederen, volgens de voorwaarden en
regels die de Koning bepaalt bij een na overleg in de Ministerraad
vastgesteld besluit.

9. Ter zake stelt artikel 73/4septies van het Koninklijk Besluit
ter uitvoering van het WIB 92 dat de belastingplichtigen bedoeld in artikel
227, 2° WIB92 de aftrek voor risicokapitaal genieten indien zij een
jaarrekening opmaken en een boekhouding voeren conform de wetgeving
betreffende de boekhouding en de jaarrekening van vennootschappen. In deze
gevallen wordt de aftrek voor risicokapitaal bepaald op grond van deze
boekhouding en jaarrekening.

10. X kan genieten van de aftrek voor risicokapitaal, en dit om
onderstaande redenen. Wat betreft de basis van de aftrek voor
risicokapitaal, dient het eigen vermogen zoals het geboekt is in de
jaarrekening afgesloten per 31/05/2006, als initiële referentie voor
aanslagjaar 2007 in aanmerking te worden genomen.

(a)Primauteit van het boekhoudrecht.

11. Ingevolge een algemeen aanvaard rechtsbeginsel, vormt het
boekhoudrecht het gemeen recht, dat bepalend is voor de toepassing van de
fiscale wet, tenzij en in de mate dat de fiscale wet in een afwijkende
regeling zou voorzien. Dit principe werd trouwens uitdrukkelijk bevestigd
door het Hof van Cassatie in haar arrest van 20 februari 1997, waarbij het
Hof concludeert dat de boekhoudkundige verwerking die conform de
boekhoudreglementering wordt toegepast en waarvan niet expliciet wordt
afgeweken door de fiscale wet, door het belastingbestuur moet worden
aanvaard voor de bepaling van de belastbare winst van de betrokken
vennootschap. Er vindt geen wijziging plaats van de rubrieken van een
regelmatig opgestelde jaarrekening, tenzij strijdigheid met de boekhoudwet
kan bewezen worden.

12. Om de aftrek voor risicokapitaal voor een belastbaar tijdperk te
bepalen, stemt het in aanmerking te nemen risicokapitaal, conform artikel
205ter, §1 WIB92 en onder voorbehoud van de bepalingen van de §§ 2 tot 7,
overeen met het bedrag van het eigen vermogen van de vennootschap, aan het
eind van het voorafgaande belastbare tijdperk, dat overeenkomstig de
wetgeving betreffende de boekhouding en de jaarrekening van de
vennootschappen werd bepaald en voor het bedrag waarvoor die bestanddelen op
de balans voorkomen. Bij een gebrek aan een uitdrukkelijk afwijkende fiscale
bepaling dient daarom, met toepassing van het primauteitsbeginsel, het
bedrag van risicokapitaal in hoofde van een vaste inrichting te worden
bepaald uitgaande van het bedrag van het eigen vermogen zoals bepaald bij
toepassing van de Belgische boekhoudwetgeving. In de mate dat de
jaarrekening van X kan worden beschouwd als een regelmatige conforme
jaarrekening kan het bedrag van het eigen vermogen niet voor fiscale
doeleinden worden gewijzigd. X voldoet in casu aan de boekhoudkundige regels
: ze voert haar boekhouding in overeenstemming met de Belgische wetgeving
betreffende de boekhouding en de jaarrekening van vennootschappen.

(b) Fiscale wetgeving

13. Volgens artikel 236 WIB92, dat de vaststelling van het nettobedrag
van de samen te voegen inkomsten regelt, is de aftrek voor risicokapitaal
van toepassing op de in artikel 227,2° WIB 92 bedoelde belastingplichtigen
voor het risicokapitaal dat bestemd is voor hun Belgische inrichtingen en
voor hun in België gelegen onroerende goederen en rechten met betrekking tot
dergelijke goederen, volgens de voorwaarden en regels die de Koning bepaalt.

Rekening I ?KAPITAAL?:

14. Gezien de rekening ?KAPITAAL? van de vaste inrichting betrekking
heeft op de middelen die op duurzame wijze beschikbaar gemaakt werden door Y
aan X, dient deze beschouwd te worden als eigen vermogen voor de vereisten
van de aftrek voor risicokapitaal.

15. Hier kan verwezen worden naar de beslissing van de Raad van Bestuur
van Y waarbij het totale bedrag van S EUR aan X op duurzame wijze als eigen
middelen ter beschikking werd gesteld voor de bedrijfsuitoefening van het
Belgische bijhuis.

16. In die beslissing wordt uitdrukkelijk verwezen naar het feit dat de
Belgische vaste inrichting, X, nood heeft aan eigen middelen die op duurzame
wijze haar financieringsbehoeften invullen. Er wodt een gunstig effect op de
activiteiten van X en de tewerkstelling bij X verwacht worden.

Rekening IV ?RESERVES: D. Beschikbare reserve? en Rekening V
?OVERGEDRAGEN RESULTAAT?

17. Gezien de rekening IV ?RESERVES: D. Beschikbare reserve? en de
rekening V ?OVERGEDRAGEN RESULTAAT? van de vaste inrichting betrekking
hebben op middelen die op duurzame wijze beschikbaar gemaakt werden aan X,
dienen deze beschouwd te worden als eigen vermogen voor de vereisten van de
aftrek voor risicokapitaal. Het feit dat X deel neemt aan het cash pooling
systeem van de groep doet geen afbreuk aan de duurzame ter
beschikkingstelling van de beschikbare reserves en overgedragen resultaat
aan X. Die middelen worden niet overgedragen aan Y maar ze blijven ter
beschikking bij X.

Rekening VI ?KAPITAALSUBSIDIES?

18. Inzake kapitaalsubsidies bepaalt de wet dat kapitaalsubsidies worden
uitgesloten: “Artikel 205ter§ 5. Het overeenkomstig de §§ 1 tot 4 bepaalde
risicokapitaal wordt bovendien verminderd met de in artikel 44, § 1, 1°,
bedoelde uitgedrukte maar niet verwezenlijkte meerwaarden, die geen
betrekking hebben op activabestanddelen als bedoeld in de §§ 2 tot 4, de
belastingkredieten voor onderzoek en ontwikkeling en kapitaalsubsidies.”

19. Volgens de rechtsleer (zie artikel van Alain Huyghe en Géry Bombeke
?Het jaar van de Notionele Interest?, TFR 292, 15 december 2005) betekent
dit dat gelet op het feit dat de kapitaalsubsidies geboekt onder
passief-rubriek VI nog geen impact gehad hebben op het belastbare resultaat
van de vennootschap, zij uitgesloten worden uit het risicokapitaal om op die
manier een dubbel gebruik te vermijden. Pas op het moment en in de mate dat
zij belastbaar worden en overgeboekt worden naar de resultatenrekening
dienen zij bijgevolg als basis voor de berekening van de aftrek voor
risicokapitaal.

20. Enkel het bedrag van de kapitaalsubsidies zoals vermeld onder het
eigen vermogen dient te worden uitgesloten en er dient geen rekening
gehouden te worden met de bedragen geboekt onder de uitgestelde belastingen
aangezien deze geen deel uitmaken van het eigen vermogen van de vaste
inrichting.

21. In casu impliceert dit dat voor aanslagjaar 2007 een bedrag van T EUR
dient te worden uitgesloten uit de basis voor de berekening van de aftrek
van risicokapitaal.

(c) Vennootschapswetgeving

22. Vanuit burger- en handelsrechtelijk standpunt maakt een vaste
inrichting van een vennootschap deel uit van die vennootschap. Bijgevolg
bestaan er geen echte wederzijdse vorderingen en schulden, noch opbrengsten
of kosten die voortvloeien uit verrichtingen tussen de zetel en de
bijkantoren of tussen de bijkantoren onderling van eenzelfde onderneming.

23. Volgens artikel 92 §2 W.Venn. zijn buitenlandse vennootschappen die
een vaste inrichting hebben in België verplicht elk jaar een inventaris op
te maken volgens de waarderingsstaven bepaald door de Koning en een
jaarrekening op te maken in de vorm en met de inhoud bepaald door de Koning.
Deze verplichting geldt wanneer de bijkantoren eigen opbrengsten hebben door
verkoop van goederen of dienstverlening aan derden of aan de buitenlandse
vennootschap waarvan zij afhangen en die de werkingskosten van het
bijkantoor niet volledig draagt. Aan de voorwaarden van dit artikel is
voldaan.

24. Wat betreft het geplaatst kapitaal van Belgische vaste inrichtingen
van buitenlandse vennootschappen, bepaalt artikel 95 §2 I.A KB/W.Venn. op
het niveau van het boekhoudrecht dat het geplaatst kapitaal de eigen
middelen zijn die door de buitenlandse onderneming aan de
bedrijfsuitoefening van hun bijkantoren in België, duurzaam worden besteed,
voor zover deze middelen niet hun oorsprong vinden in gereserveerde of
overgedragen winsten die zijn opgenomen onder de posten IV(reserves) en
V(overgedragen winsten/verliezen). Dit betekent dat Belgische vaste
inrichtingen eigen vermogen aanhouden vanaf het moment dat de buitenlandse
vennootschap besluit om de vaste inrichtingen werkkapitaal toe te kennen op
lange termijn basis voor haar activiteiten in België, zelfs indien vanuit
wettelijk standpunt dit eigen vermogen niet vaststaat in hoofde van de vaste
inrichtingen. Ze kan immers vanuit wettelijk standpunt geen eigen kapitaal
aanhouden en enkel fondsen gebruiken die ter beschikking gesteld werden door
het hoofdkantoor.

25. Verwijzend naar dit artikel wordt in de beslissing van de Raad van
Bestuur van Y gestipuleerd dat het werkkapitaal wordt beschouwd als kapitaal
voor de vaste inrichting in de zin van artikel 95 § 2, I, A van het K.B./W.Venn.
De Belgische vaste inrichting kan bovendien niet worden gevorderd die
middelen geheel of gedeeltelijk terug te geven zolang ze nood heeft aan die
eigen middelen voor haar bedrijfsuitoefening, of indien daardoor het eigen
vermogen van de Belgische vaste inrichting negatief zou worden (dit wordt in
de boekhouding van de Belgisch vaste inrichting vertaald door de sommen te
boeken als ?Geplaatst Kapitaal? in de zin van artikel 95 §2, I, A, e) van
het KB/W.Venn.)

(d) Commissie Boekhoudkundige Normen

26. Volgens de Belgische Commissie voor Boekhoudkundige Normen is het een
algemene gewoonte dat een vennootschap een verbindingsrekening creëert,
zowel in de boeken van de vaste inrichting als in die van het hoofdkantoor.
Deze rekening maakt een lopende rekening uit en bevat de middelen die
beschikbaar gemaakt werden door het hoofdkantoor voor de financiering van
haar infrastructuur of voor kasdoeleinden.

27. In voorliggend geval werd een som verstrekt ter financiering van het
werkkapitaal van de vaste inrichting, X. Deze werd vervolgens geboekt voor
het totale bedrag van S EUR op rekening ?KAPITAAL? in de jaarrekening van
2006. Hoewel dit vanuit strikt wettelijk standpunt niet vereist is, gezien
het afhankelijke karakter van de vaste inrichting, werd toch zoveel mogelijk
gestreefd naar een correcte naleving van art. 95 §2 I.A KB/W.Venn. zodat het
bedrag dient gekwalificeerd te worden als eigen vermogen van de vaste
inrichting.

(e) Gelijke behandeling vreemd vermogen en eigen vermogen

28. Het regime van de aftrek voor risicokapitaal heeft als doel om een
einde te maken aan de fiscale discriminatie tussen eigen en vreemd vermogen.
De Memorie van Toelichting bepaalt in dit verband dat er geen economische
verklaring bestaat voor dergelijke discriminatie vanuit belastingperspectief
tussen beide financieringsvormen. De nieuwe fiscale maatregel voorziet
bijgevolg in een gelijke fiscale behandeling tussen de financiering met
eigen vermogen en met vreemd vermogen.

29. Als gevolg van de duurzame terbeschikkingstelling als eigen middelen
zijn er door X geen interesten verschuldigd aan Y. Het voordeel van de
financiering met een externe lening, namelijk de interestaftrek, is dus
onbestaande in hoofde van X. Bijgevolg dient de afwezigheid van de
interestaftrek voor financiering met vreemd vermogen, opgevangen te worden
door het voordeel dat verbonden is aan financiering met eigen vermogen,
zoals de bedoeling was van de Belgische wetgever.

(f) Kwalificatie als risicokapitaal

30. Tenslotte is er een groot verschil in risico, naargelang de
financiering gebeurt met eigen vermogen dan wel met vreemd vermogen, omwille
van de verschillende wettelijke gevolgen die eraan verbonden zijn.

31. Het kapitaal van een vennootschap - het geheel van activa dat voor
lange tijd ter beschikking staat van een vennootschap - is afhankelijk van
het bedrijfsrisico van de activiteiten van de vennootschap. Schulden
daarentegen zijn in principe niet onderworpen aan dit bedrijfsrisico. Bij
liquidatie worden schulden immers terugbetaald, voorafgaande aan het
kapitaal. Er is geen rechtstreekse band met het bedrijf, enkel een contract
van geldverschaffing.

32. Gelet op het verschil tussen financiering met eigen vermogen of met
vreemd vermogen, zijn wij van mening dat in het voorliggende geval de
financiering op lange termijn basis van een Belgische vaste inrichting,
gezien dient te worden als risicokapitaal omdat deze blootgesteld is aan het
bedrijfsrisico, wat kenmerkend is voor het eigen vermogen.

(g) Vrijheid van vestiging

33. Artikel 43 EU-Verdrag verzet zich tegen een bepaling van een Lidstaat
volgens welke, voor de aanslag in de vennootschapsbelasting, de berekening
van de aftrek voor risicokapitaal in hoofde van een vennootschap gevestigd
in een andere lidstaat, in de eerste lidstaat wordt beperkt tot een gedeelte
van het risicokapitaal, terwijl het volledige bedrag van het risicokapitaal
in aanmerking zou komen indien de vennootschap gevestigd in een andere
Lidstaat een dochteronderneming had opgericht in de eerste Lidstaat. In het
geval van een dochteronderneming wordt de financiële situatie van de
moederonderneming immers niet in aanmerking genomen.

IV. Beslissing

34. Overeenkomstig artikel 205bis WIB92 wordt, bij de bepaling van het
belastbaar inkomen, de belastbare basis verminderd met het overeenkomstig
artikel 205quater WIB 92 vastgesteld bedrag. Deze vermindering wordt “aftrek
voor risicokapitaal” genoemd.

35. Volgens artikel 205ter, § 1 WIB92 stemt het in aanmerking te nemen
risicokapitaal, onder voorbehoud van de bepalingen van de §§ 2 tot 7,
overeen met het bedrag van het eigen vermogen van de vennootschap, aan het
eind van het voorgaande belastbare tijdperk, en dat overeenkomstig de
wetgeving betreffende de boekhouding en de jaarrekening van vennootschappen
werd bepaald en voor het bedrag waarvoor die bestanddelen op de balans
voorkomen. In de MVT (kamer doc 51 1778/001 ? art 6.) wordt hiervoor
verwezen naar de bepalingen van het KB van 30 januari 2001 tot uitvoering
van het Wetboek van vennootschappen. ?Vennootschappen die de mogelijkheid
hebben om krachtens artikel 5 van de wet van 17 juli 1975 met betrekking tot
de boekhouding van de ondernemingen geen jaarrekening op te maken, zullen
van deze mogelijkheid moeten afzien als zij de aftrek voor risicokapitaal
wensen te genieten.?

36. Artikel 205 ter § 6,1 WIB92 en artikel 73/4 quinquies KB/WIB92
bepalen dat het risicokapitaal naar gelang het geval, vermeerderd of
verminderd wordt met het bedrag van de wijzigingen, berekend als gewogen
gemiddelde. De wijzigingen worden geacht te hebben plaatsgevonden de eerste
dag van de kalendermaand volgend op die waarin ze zich hebben voorgedaan.

37. X is onderworpen aan de Belgische belasting van
niet-inwoners/vennootschappen (art. 227 e.v. WIB92) en dient jaarlijks een
aangifte in de belasting van niet-inwoners/vennootschappen in.

38. In toepassing van artikel 236 WIB92, is de aftrek voor risicokapitaal
van toepassing op de in artikel 227, 2° bedoelde belastingplichtigen voor
het risicokapitaal dat bestemd is voor hun Belgische inrichtingen en voor
hun in België gelegen onroerende goederen en rechten met betrekking tot
dergelijke goederen, volgens de voorwaarden en regels die de Koning bepaalt
bij een na overleg in de Ministerraad vastgesteld besluit.

39. Artikel 734septies KB/WIB 92, bepaalt dat de
belastingplichtigen bedoeld in artikel 227, 2° WIB 92, de aftrek voor
risicokapitaal kunnen genieten indien zij een jaarrekening opmaken en een
boekhouding voeren conform de wetgeving betreffende de boekhouding en de
jaarrekening van vennootschappen. In deze gevallen wordt de aftrek voor
risicokapitaal bepaald op grond van deze jaarrekening en de boeken.

40. X stelt een jaarrekening op en voert een boekhouding conform de
wetgeving betreffende de boekhouding en de jaarrekening van vennootschappen.

41. Op het niveau van het boekhoudrecht, bepaalt artikel 95, §2, I, A van
het KB/W.Venn., dat onder geplaatst kapitaal van de bijkantoren in België
van ondernemingen naar buitenlands recht wordt verstaan : de eigen middelen
die door de buitenlandse onderneming aan de bedrijfsuitoefening van hun
bijkantoren in België, duurzaam worden besteed, voor zover deze middelen
niet hun oorsprong vinden in gereserveerde of overgedragen winsten die zijn
opgenomen onder de posten IV en V.

42. Uit voormelde bepaling volgt dat van alle middelen die het
buitenlandse hoofdhuis ter beschikking gesteld heeft van het Belgisch
bijkantoor, enkel de eigen middelen die duurzaam ter beschikking gesteld
zijn van het Belgisch bijkantoor in aanmerking kunnen genomen worden voor de
aftrek voor risicokapitaal.

43. Uit de beslissing van de Raad van bestuur van Y blijkt dat Y een
bedrag van S EUR op duurzame wijze als eigen middelen ter beschikking heeft
gesteld voor de bedrijfsuitoefening van X.

44. X heeft dit bedrag van S EUR opgenomen onder de rekening 100 :
?Geplaatst kapitaal? van de jaarrekening per 31 mei 2006 en is als gevolg
van deze duurzame terbeschikkingstelling geen interesten m.b.t. dit bedrag
verschuldigd aan Y.

*
* *

Gelet op wat voorafgaat beslist het College van de DVB in zitting van
8 januari 2008 dat :

45. het bedrag van S EUR dat op duurzame wijze als eigen middelen ter
beschikking is gesteld aan X en dat bovendien geboekt is onder de rubriek
?geplaatst kapitaal? van de jaarrekening per 31 mei 2006 dient voor
aanslagjaar 2007 beschouwd te worden als kapitaal in hoofde van X;

46. voor de toepassing van de aftrek voor risicokapitaal in de zin van de
artikelen 205bis tot 205novies WIB92, dient het bedrag van risicokapitaal
dat in aanmerking moet worden genomen in hoofde van X voor aanslagjaar 2007
en volgende, gebaseerd te worden op het bedrag van eigen vermogen van het
voorgaande belastbare tijdperk, met inbegrip van het bedrag van ?geplaatst
kapitaal? dat overeenstemt met de eigen middelen die op duurzame wijze ter
beschikking zijn gesteld aan X.