Print This Post

Ruling - Vennootschapsbelasting - Beroepskosten - Interest - Abnormaal of goedgunstig voordeel - Aandeel - Waardering van aandelen - Kapitaal - Gestort kapitaal

700.305

Voorafgaande beslissing nr. 700.305 dd. 25.09.2007


  
Vennootschapsbelasting


  
Beroepskosten


  
Interest


  
Abnormaal of goedgunstig voordeel


  
Aandeel


  
Waardering van aandelen


  
Kapitaal


  
Gestort kapitaal

Samenvatting

De aanvraag om voorafgaande beslissing strekt ertoe de bevestiging te
krijgen dat (i) de gehanteerde intrestvoeten als marktconform kunnen worden
beschouwd en er geen sprake kan zijn van verleende of ontvangen abnormale of
goedgunstige voordelen, zoals bedoeld in de artikels 26, 79 en 207 WIB 92,
en dat in hoofde van de toekennende Belgische vennootschappen aan de
voorwaarden van de artikels 49, 52 en 55 WIB 92 voldaan is, alsook dat (ii)
de waardes van de aandelen naar aanleiding van de voorgenomen inbrengen als
marktconform kunnen worden beschouwd en er dus geen sprake is van de
toepassing van de artikels 24, 25, 26, 79 en 207 WIB 92 in hoofde van de
inbrengende en inbrenggenietende vennootschappen, en de inbreng aanleiding
zal geven tot de creatie van werkelijk gestort fiscaal kapitaal conform
artikel 184 WIB 92.

I. Voorwerp van de aanvraag

De aanvraag om voorafgaande beslissing strekt ertoe de bevestiging te
krijgen dat:

1. wat betreft de fiscale behandeling van de interestenstroom van en naar
het intragroeps-financieringsvehikel, de Belgische nv X, de gehanteerde
interestvoeten als marktconform kunnen worden beschouwd en er dus in hoofde
van de toekennende Belgische ondernemingen geen toepassing kan zijn van
artikel 26 WIB 92 en aan alle voorwaarden van de artikels 49, 52 en 55 WIB
92 voldaan is, en er in hoofde van de ontvangende en de toekennende
Belgische vennootschappen geen toepassing kan zijn van de artikels 26, 79 en
207 WIB 92;

2. de gehanteerde waardes naar aanleiding van de voorgenomen inbrengen
als marktconform kunnen worden beschouwd en er dus bij de betrokken
vennootschappen geen sprake kan zijn van de toepassing van de artikels 24,
25, 79, 207 WIB 92 en het gecreëerde kapitaal wordt beschouwd als werkelijk
fiscaal gestort kapitaal zoals bepaald in artikel 184 WIB 92.

II. Omschrijving van de verrichtingen

II.A. Beschrijving van de activiteiten van de groep

3. De groep is actief in de sector van de dienstverlening. Inspelend op
klantenvragen en marktomstandigheden groeide de groep uit tot een
volwaardige dienstverlener.

II.B. Beschrijving van de activiteiten van X

4. De nv X fungeert als het interne financieringsvehikel ten aanzien van
verschillende groepsvennootschappen. De volgende activiteiten worden
ontplooid:

  • verstrekken van korte en lange termijnfinanciering aan
    groepsvennootschappen;
  • bemiddeling en adviseren in het verkrijgen van externe financiering
    ten behoeve van groepsvennootschappen;
  • het dagelijks cash-beheer van de verschillende groepsvennootschappen
    alsmede advisering en ondersteuning van de locale cash managers;
  • verlenen van garantiestelling;
  • dekken van risico?s voortspruitend uit de schommelingen van
    wisselkoersen;
  • het adviseren en ondersteunen van de groepsvennootschappen in hun
    relaties met banken in de meest ruime zin;
  • het onderhouden van contacten met functionarissen binnen de groep
    ten behoeve van de financiële besturing van de groep.

5. De groep hanteert momenteel het beleid dat op intragroepsleningen een
opslag boven EURIBOR wordt toegepast en waarbij de toe te passen intrestvoet
wordt vastgesteld op basis van volgende formule:

INT= IBR + basismarge + kost component +
commitment fee + service marge

Waarbij:

INT= de toe te passen interestvoet
IBR = ?interbanking rate? met name EURIBOR van toepassing over de
looptijd van de lening wat betreft korte termijnleningen en IRS (Interest
Rate Swap) van toepassing over de looptijd van de lening wat betreft lange
termijnleningen
Basismarge = (huidige marge betaald door de groep + verwachte marge
indien herfinanciering)/2
Kost component = dit betreft de herfinancieringskosten van voor de
groep beschikbare ?senior debt facilities? afgeschreven over de
overeengekomen looptijd gedeeld door het uitstaande bedrag aan uitstaande
intragroepsleningen
Commitment fee = fee voor het aanhouden van leencapaciteit
Service marge = gebudgetteerde kosten van het department, verhoogd
met x % toeslag, gedeeld door het totale bedrag van de leningsfaciliteiten.

6. Vanwege het feit dat de nv X een Belgische vennootschap is, worden
alle transacties en operaties vanuit België uitgevoerd en ligt alle
beslissingsmacht terzake in België. De groep geeft er bijgevolg de voorkeur
aan om de aandelen van voornoemde vennootschap ook in grote mate te laten
aanhouden door de grootste Belgische operationele vennootschap.

II.C. Beschrijving van de voorgenomen verrichtingen

7. De groep is zinnens om de structuur te wijzigen. De nieuwe structuur
is er op gericht om de Belgische nv Y te laten optreden als
houdstervennootschap.

III. Motivering van de aanvraag

III.A. Vergoedingspolitiek

III.A.1. Toepassing artikels 26, 49, 52 en 55 WIB 92

8. Met deze aanvraag wenst de aanvrager een voorafgaande beslissing te
verkrijgen omtrent het feit dat de interestvoeten, die gehanteerd worden op
de intragroepsschulden, die bestaan met het Belgische financieringsvehikel,
voldoen aan marktconforme voorwaarden en dat aldus artikel 26 WIB 92 in
hoofde van de Belgische toekennende vennootschappen niet van toepassing is
en dat aan alle voorwaarden van de artikels 49, 52 en 55 WIB 92 voldaan is
en aldus de toegekende interesten als beroepskosten zullen kwalificeren in
hoofde van de Belgische toekennende vennootschappen.

9. Voornoemde artikels kunnen ertoe leiden dat, indien geen marktconforme
interesten worden toegekend, die een beroepskarakter hebben, deze interesten
in hoofde van de toekennende vennootschap als (gedeeltelijk) verworpen
uitgaven worden beschouwd.

10. In casu zullen interesten worden betaald in het kader van leningen
aangegaan ter financiering van ofwel het verwerven van vaste activa of ter
financiering van de dagelijkse operationele beroepshandelingen.

11. Artikel 26 WIB 92 stelt dat wanneer een in België gevestigde
onderneming abnormale of goedgunstige voordelen verleent, die voordelen,
onder voorbehoud van het bepaalde in artikel 54 WIB 92, bij haar eigen winst
worden gevoegd, tenzij die voordelen in aanmerking komen voor het bepalen
van de belastbare inkomsten van de verkrijger. Op basis van voorgaand
artikel kunnen interesten (gedeeltelijk) aan de belastbare winst van de
Belgische toekennende vennootschap worden toegevoegd indien deze een
marktconforme rentevoet overstijgen.

12. Artikel 49 WIB 92 stelt dat als kosten aftrekbaar zijn de kosten die
de belastingplichtige in het belastbaar tijdperk heeft gedaan of gedragen om
de belastbare inkomsten te verkrijgen of te behouden en waarvan hij de
echtheid en het bedrag verantwoordt door middel van bewijsstukken. De kosten
dienen aldus hun oorzaak te vinden in omstandigheden die eigen zijn aan de
door de vennootschap geëxploiteerde onderneming en die kunnen bijdragen tot
het verwezenlijken van belastbare inkomsten. In casu worden financieringen
toegestaan ter verwerving van vaste activa en/of ter financiering van de
dagelijkse uitoefening van de beroepsactiviteit. Aan de voorwaarden van
artikel 49 WIB 92 is aldus voldaan.

13. Bovendien stelt artikel 52 WIB 92 dat inzonderheid als beroepskosten
dienen te worden aangemerkt de interesten van aan derden ontleende en in de
onderneming gebruikte kapitalen alsmede alle lasten, renten en soortgelijke
uitkeringen betreffende die onderneming.

14. Artikel 55 WIB 92 stelt dat interesten van obligaties, leningen,
schulden, deposito?s en andere effecten ter vertegenwoordiging van leningen
slechts als beroepskosten worden aangemerkt in zover zij niet hoger zijn dan
een bedrag dat overeenstemt met de overeenkomstig de marktrente geldende
rentevoet rekening houdend met de bijzondere gegevens eigen aan de
beoordeling van aan de verrichting verbonden risico?s en inzonderheid met de
financiële toestand van de schuldenaar en met de looptijd van de lening. Dit
artikel stelt dus dat opdat een toegekende interest aftrekbaar zou zijn de
interest markconform dient te zijn. In dit verband werd een analyse
doorgevoerd door een extern kantoor.

III.A.2. Verrekenprijsbeleid voor intragroepsleningen

15. De groep heeft haar verrekenprijsbeleid voor intragroepsleningen
gebaseerd op het feit dat het ?treasury center? zowel ?cost center? als
?profit center? kenmerken heeft.

16. De vergoeding voor de financieringsactiviteiten en meer bepaald de
opslag boven EURIBOR of IRS zal bestaan uit de volgende componenten:

16.1. Het gemiddelde van (i) het aantal basispunten dat de groep als
geheel dient te betalen bovenop EURIBOR op haar bestaande ?senior debt?
faciliteiten en (ii) hetgeen naar verwachting zou moeten worden betaald als
deze faciliteit opnieuw zou moeten worden onderhandelend en afgesloten.

16.2. Een kost component (afschrijving over de looptijd) voor het opnieuw
afsluiten/onderhandelen van een ?senior debt? faciliteit.

16.3. De committent fee welke verschuldigd is voor het aanhouden van
leencapaciteit voor de werkmaatschappijen van de groep.

16.4. Een marge voor de kosten van het ?treasury center?, vastgesteld op
basis van de momenteel uitstaande leningen en de gebudgetteerde kosten.

17. Bovenstaande variabelen zullen per kwartaal worden berekend en worden
toegepast op in het kwartaal daarna te verstrekken leningen.

18. De aanvrager is van mening dat, indien bovenstaande opslag wordt
gehanteerd voor de rentevoeten betaald door de Belgische vennootschappen,
deze rentevoeten dienen te kwalificeren als aftrekbare beroepskosten. De
vooropgestelde inbrengen van aandelen hebben op deze stelling geen invloed.

III.A.3. Toepassing artikels 79 en 207 WIB 92

19. Artikel 79 WIB 92 stelt dat beroepsverliezen niet worden afgetrokken
van het gedeelte van de winst of de baten dat voortkomt uit abnormale of
goedgunstige voordelen die de belastingplichtige, in welke vorm of door welk
middel ook, rechtstreeks of onrechtstreeks heeft verkregen uit een
onderneming ten aanzien waarvan hij zich rechtstreeks of onrechtstreeks in
enige band van wederzijdse afhankelijkheid bevindt.

20. Artikel 207 WIB 92 maakt artikel 79 WIB 92 van toepassing in de
vennootschapsbelasting en breidt het uit tot de DBI-aftrek en
investeringsaftrek. Tevens wordt door de wet van 22 juni 2005 een
aftrekverbod opgelegd voor wat betreft de notionele interestaftrek van
verkregen abnormale of goedgunstige voordelen.

21. Met deze aanvraag wenst de aanvrager een voorafgaande beslissing te
verkrijgen omtrent het feit dat de interestvoeten gehanteerd op de
intragroepsleningen voldoen aan marktconforme voorwaarden en dat aldus de
artikels 79 en 207 WIB 92 in hoofde van de Belgische verkrijgende en
toekennende vennootschappen niet van toepassing zijn.

22. De aanvrager is van mening dat de vooropgestelde interestvoeten als
marktconforme interestvoeten kunnen worden beschouwd. Bijgevolg kunnen de
artikels 79 en 207 WIB 92 in casu geen toepassing vinden. De vooropgestelde
inbrengen van aandelen hebben op deze stelling geen invloed.

III.B. Inbrengwaarde

III.B.1. Algemeen

23. Zoals vermeld, worden in de nv Y aandelen ingebracht aan marktwaarde.
Met deze aanvraag wenst de aanvrager een voorafgaande beslissing te
verkrijgen omtrent het feit dat de gehanteerde waardes als marktconform
kunnen worden beschouwd en dat er dus geen sprake kan zijn van de toepassing
van de artikels 26 en 207 WIB 92, en 24 en 25 WIB 92 en dat het aldus
gestorte kapitaal zoals vermeld in de notariële akte zal kwalificeren als
werkelijk gestort fiscaal kapitaal, zoals bepaald in artikel 184 WIB 92.

24. De betrokken aandelen werden gewaardeerd op basis van de ?Discounted
Cash Flow?-methode. Deze methode werd verkozen omdat ze ?t best de waarde
van de toekomstige groei weergeeft.

25. Alle onderliggende assumpties en weerhouden feiten, alsook de staving
ervan, zijn weergegeven in het waarderingsrapport dat als bijlage bij de
aanvraag werd gevoegd.

26. In het algemeen kan gesteld worden dat de marktwaarde van aandelen
gelijk is aan de prijs die een onafhankelijke derde voor de aandelen zou
betaald hebben op hetzelfde tijdstip en onder dezelfde omstandigheden (Rb.
Antwerpen 25 oktober 2002, Fisc. Koerier, 2003, p. 250). Hierbij moet er
rekening worden gehouden met de concrete omstandigheden die verschillend
kunnen zijn van geval tot geval. Zo kan rekening gehouden worden met het
feit dat het om een minderheidsparticipatie gaat, met de markt waarin de
vennootschap actief is en zelfs met de evolutie van de financiële gezondheid
van de vennootschap in de daaropvolgende jaren (Brussel, 3 november 2000,
F.J.F., nr. 2001/37; Rb. Brussel, 1 februari 2002, besproken in Fiscoloog
2002, p. 10, nr. 841). Het gebruik van de waardebepaling op basis van de
rendementswaarde en cashflowwaarde is een aangewezen waarderingsmethode
aangezien een waardering op basis van intrinsieke waarde in veel gevallen
niet zal leiden tot de meest objectieve waarde (Bergen, 21 juni 1996, F.J.F.,
nr. 97/11). Hierbij mag rekening gehouden worden met de toekomstwaarde (Rb.
Antwerpen, 25 juni 2004, Fisc. Koerier, 2004, p. 625-628).

27. In casu werd de waardering doorgevoerd op basis van de ?Discounted
Cash Flow?-methode (?DCF-methode?). Voor de bepaling van de toekomstige
kasstromen is de waardering gebaseerd op de businessplannen en de budgetten
opgesteld door het management van de verschillende landen, aangevuld met
informatie van het management van de groep. Deze input wordt als objectieve
en betrouwbare informatie beschouwd. Tevens werd rekening gehouden met de
specifieke kenmerken van de onderliggende entiteiten en marktomstandigheden.
Zo werd de gewogen gemiddelde kapitaalkost (WACC) in voorkomend geval
verhoogd met een risicopremie voor de risico?s eigen aan de natie. Bovendien
werd er een discount toegepast van 25% teneinde de nodige voorzichtigheid in
te bouwen. De aanvrager is dan ook van mening dat de weerhouden waarde als
een marktconforme waarde kan worden beschouwd.

III.B.2. Toepassing artikels 24 en 25 WIB 92

28. Artikel 24 WIB 92 geeft een definitie van wat als (belastbare) winst
dient beschouwd te worden. Op basis van bepaalde (voor discussie vatbare)
rechtspraak kan men stellen dat het goedkoop of om niet verkrijgen van
activa op basis van artikel 24, lid 1, 1° WIB 92 kan worden beschouwd als
belastbare exploitatiewinst (Antwerpen, 5 oktober 1999, T.F.R., 2000, p. 35;
Rb. Gent, 14 november 2002, T.F.R., 2003, p. 169). Artikel 24, lid 1, 4° WIB
92 stelt met winst gelijk elke onderwaardering van activa.

29. Artikel 25 WIB 92 geeft een uitbreiding van de definitie van winst en
stelt meer bepaald met winst gelijk de voordelen van alle aard die de
onderneming behaalt uit hoofde of ter gelegenheid van het uitoefenen van
zijn beroepswerkzaamheid (artikel 25, 2° WIB 92).

30. In casu zullen de vooropgestelde transacties gebeuren aan een
marktconforme waarde en aldus is de aanvrager van mening dat er geen sprake
kan zijn van winst conform artikel 24 WIB 92, noch conform artikel 25 WIB
92.

III.B.3. Toepassing artikels 26, 79 en 207 WIB 92

31. Artikel 26 WIB 92 stelt dat wanneer een in België gevestigde
onderneming abnormale of goedgunstige voordelen verleent, die voordelen,
onder voorbehoud van het bepaalde in artikel 54 WIB 92, bij haar eigen winst
worden gevoegd, tenzij die voordelen in aanmerking komen voor het bepalen
van de belastbare inkomsten van de verkrijger. Op basis van voorgaand
artikel zou men kunnen argumenteren dat, indien de waarde van de aandelen
niet marktconform wordt vastgesteld, er sprake kan zijn van het verlenen van
een abnormaal of goedgunstig voordeel dat (gedeeltelijk) aan de belastbare
winst van de Belgische inbrengende vennootschap kan worden toegevoegd.

32. Artikel 79 WIB 92 stelt dat beroepsverliezen niet worden afgetrokken
van het gedeelte van de winst of de baten dat voortkomt uit abnormale of
goedgunstige voordelen die de belastingplichtige, in welke vorm of door welk
middel ook, rechtstreeks of onrechtstreeks heeft verkregen uit een
onderneming ten aanzien waarvan hij zich rechtstreeks of onrechtstreeks in
enige band van wederzijdse afhankelijkheid bevindt. Artikel 207 WIB 92 maakt
artikel 79 WIB 92 van toepassing in de vennootschapsbelasting en breidt het
uit tot de DBI-aftrek en investeringsaftrek. Tevens wordt door de wet van 22
juni 2005 een aftrekverbod opgelegd voor wat betreft de notionele
interestaftrek van verkregen abnormale of goedgunstige voordelen. In de mate
dat de waarde van de aandelen niet marktconform wordt vastgesteld (i.e. te
laag wordt ingeschat) kan er mogelijkerwijze sprake zijn van het verkrijgen
van een abnormaal of goedgunstig voordeel waartegen voorvermelde aftrekken
niet kunnen worden afgezet.

33. De aanvrager is van mening dat, gezien de weerhouden waarde als een
marktconforme waarde kan worden beschouwd, de artikels 26, 79 en 207 WIB 92
in casu niet van toepassing zijn.

III.B.4. Toepassing artikel 184 WIB 92

34. Artikel 184 WIB 92 definieert het fiscaal gestorte kapitaal als het
deel van het maatschappelijk kapitaal dat werkelijk is gestort, in zover
geen verminderingen of terugbetalingen hebben plaatsgevonden.

35. Aangezien de inbreng van de aandelen gebeurt aan een marktconforme
waarde, het maatschappelijk kapitaal van de betreffende vennootschap
evenredig verhoogt en als werkelijk gestort maatschappelijk kapitaal wordt
beschouwd, is de aanvrager van oordeel dat het bedrag van de inbreng
kwalificeert als werkelijk fiscaal gestort kapitaal in de zin van artikel
184 WIB 92.

IV. Beslissing

IV.A. Vergoedingspolitiek

36. Wat betreft de vergoedingspolitiek van de financieringsactiviteiten
en meer bepaald de formule toegepast voor het vaststellen van de
intrestvoeten op intragroepsleningen, inzonderheid de opslag boven EURIBOR
of IRS, kan verwezen worden naar het bestaande akkoord.

37. In deze beslissing wordt door de DVB bevestigd dat de intrestvoeten
als marktconform kunnen worden beschouwd, indien zij zijn vastgesteld op
basis van volgende formule:

INT= IBR + basismarge + kost component +
commitment fee + service marge

Waarbij:

INT= de toe te passen interestvoet
IBR = ?interbanking rate? met name EURIBOR van toepassing over de
looptijd van de lening wat betreft korte termijnleningen en IRS (Interest
Rate Swap) van toepassing over de looptijd van de lening wat betreft lange
termijnleningen
Basismarge = (huidige marge betaald door de groep + verwachte marge
indien herfinanciering)/2
Kost component = dit betreft de herfinancieringskosten van voor de
groep beschikbare ?senior debt facilities? afgeschreven over de
overeengekomen looptijd (momenteel 5 jaar) gedeeld door het uitstaande
bedrag aan uitstaande intragroepsleningen
Commitment fee = fee voor het aanhouden van leencapaciteit
Service marge = gebudgetteerde kosten van het ?treasury? department,
verhoogd met x % toeslag, gedeeld door het totale bedrag van de
leningsfaciliteiten.

IV.B. Inbrengwaarde

38. In het kader van de voorgenomen verwerving van aandelen door de nv Y,
werden de betrokken aandelen gewaardeerd. Het waarderingsrapport werd als
bijlage bij de aanvraag gevoegd.

39. De waarde van de aandelen is gedefinieerd als de som van de
ondernemingswaarde en de niet operationele activa en passiva.

40. Voor het bepalen van de ondernemingswaarde zijn er twee benaderingen:

43.1. de som van de geherwaardeerde operationele activa en schulden; en

43.2. de rendementswaarde van de operationele kasstromen.

44. De eerste benadering, de som van de geherwaardeerde operationele
activa en schulden, werd niet gekozen.

45. Er werd daarentegen gekozen voor de DCF-methode; deze methode geeft
?t best de waarde van de toekomstige groei weer.

46. Voor de waardering zijn de toekomstige kasstromen bepaald op basis
van de businessplannen en de budgetten, opgesteld door het management van de
verschillende landen.

47. Voor de bepaling van de gewogen gemiddelde kapitaalkost (?WACC?) -
waartegen de toekomstige operationele kasstromen worden verdisconteerd -
werd een gemiddelde genomen van de WACC’s vermeld in analistenrapporten.

48. Voor de bepaling van de eindwaarde werd uitgegaan van een groeivoet
in perpetuïteit. Hiervoor werd eveneens het gemiddelde genomen van de
groeivoeten vermeld in analistenrapporten.

49. Op de bekomen ondernemingswaarde werd een discount van 25 % toegepast
om te komen tot de netto actuele waarde van de onderneming. Deze discount
werd verrekend om conservatisme in te bouwen ten opzichte van de
groeiverwachtingen getoond in de businessplannen van de verschillende landen
en het hogere risicoprofiel van de individuele businessunits in vergelijking
met de groep.

*
* *

Gelet op wat voorafgaat heeft het College van de DVB
beslist dat:

50. de interesten in hoofde van de toekennende Belgische vennootschappen
voldoen aan de voorwaarden van de artikels 49, 52 en 55 WIB 92 en niet
kunnen worden beschouwd als verleende abnormale of goedgunstige voordelen,
zoals bedoeld in artikel 26 WIB 92, en deze intresten dus aftrekbare
beroepskosten vormen in hoofde van de toekennende vennootschappen;

51. gezien het marktconforme karakter van de interesten, de intresten in
hoofde van de verkrijgende en toekennende Belgische vennootschappen niet
kunnen worden beschouwd als abnormale of goedgunstige voordelen, zoals
bedoeld in de artikels 26, 79 en 207 WIB 92;

52. de gehanteerde waardes van de aandelen als marktconform kunnen worden
beschouwd;

53. bijgevolg de artikels 24, 25, 26, 79 en 207 WIB 92 niet van de
toepassing zijn in hoofde van de inbrengende en inbrenggenietende
vennootschappen;

54. de inbreng aanleiding zal geven tot de creatie van werkelijk gestort
fiscaal kapitaal conform artikel 184 WIB 92 in hoofde van de
inbrenggenietende vennootschappen en dit ten bedrage van de inbrengwaarde
zoals deze blijkt uit de overgelegde notariële akte;

55. onderhavige voorafgaande beslissing geldt voor een periode van vijf
opeenvolgende boekjaren.